GWP3_45H_H1-P3

Havo
Paragraaf 1.3

De eerste steden

1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

This lesson contains 13 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Havo
Paragraaf 1.3

De eerste steden

Planning

  • Doelen van de les

  • Vragen over het huiswerk?

  • Voorkennis ophalen

  • Instructie

  • Opdracht samen doen

  • Zelfstandig aan het werk

  • Afsluiten

Ik kan uitleggen hoe de eerste steden ontstonden.

Ik kan uitleggen welke groepen ontstonden in landbouwstedelijke samenlevingen.

Ik kan uitleggen welke politieke ontwikkelingen plaatsvonden.

Ik kan uitleggen welke culturele ontwikkelingen plaatsvonden.

Doelen van de les:


Kenmerkend aspect:

  • het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

Geef een oorzaak van het ontstaan van een landbouwsamenleving.

Schrijf op in je schrift.

Geef een gevolg van het ontstaan van de landbouwsamenleving.

Schrijf op in je schrift.

Het ontstaan van steden

Dorpen hadden in de prehistorie hooguit enkele honderden inwoners. De inwoners leefden van de landbouw.


Tussen 4000 en 2000 v.C.: eerste steden

--> bij de rivieren de Eufraat en Tigris in Mesopotamië.


Daar bouwde het volk van de Soemeriërs dorpen uit tot steden met o.a. bestuursgebouwen en tempels.



stad: van het platteland afgescheiden plaats met veel bewoners, waarvan de meesten niet leven van de landbouw


volk: grote groep mensen


tempel: gebouw waar een god wordt vereerd

De landbouwstedelijke samenleving 1/2

Oorzaak: landbouwoverschotten

--> Niet iedereen hoefde als boer te leven


Het bouwen en onderhouden van de dijken, dammen en kanalen bij de rivieren moest worden georganiseerd.

--> de elite

landbouwstedelijke samenleving (agrarisch-stedelijke of agrarisch-urbane samenleving):

maatschappij met steden waarin een minderheid van de bevolking leeft van ambachten en handel, terwijl de meeste mensen op het

platteland leven van landbouw


elite: toplaag in de samenleving, de

meest machtige, rijke of

geleerde mensen

In de steden ontstonden beroepen door specialisatie: als iemand zich richt op een bepaalde vaardigheid.

  • ambtenaren

  • priesters: de godsdienstige leiders.

  • vakmensen met een ambacht

  • Handelaren

    • Steden waren afhankelijk van handel: het kopen en verkopen van producten.

      • Dit gebeurde op een markt

De landbouwstedelijke samenleving 2/2

Politieke ontwikkelingen 1/2

De Soemerische steden in Mesopotamië werden geleid door vorsten.

  • De rest van de bevolking bestond uit onderdanen.

    • In Mesopotamië bleven de stadstaten bestaan. De koning was vaak ook opperpriester, dat versterkte zijn gezag.


In Egypte ontstond omstreeks 3000 v.C. één staat met een koning, de farao.

vorst: hoofd van een staat


onderdaan: persoon die moet

gehoorzamen aan een regering


staat: 1 regering, 2 gebied met een

regering


stadstaat: staat die bestaat uit een

stad met het omliggende gebied


gezag: 1 overwicht, 2 persoon of instelling met macht




Slaven en boeren stonden landbouwstedelijke samenleving onderaan in de sociale hiërarchie: rangorde.

  • Hun oogst moesten ze afstaan aan de staat.


De regering kon voedsel verstrekken aan bijvoorbeeld ambtenaren, militairen en priesters door deze belasting:
wat onderdanen aan hun regering moeten betalen.

Politieke ontwikkelingen 2/2

Culturele ontwikkelingen

De Soemeriërs hadden een hoogontwikkelde cultuur.

  • polytheïstische godsdienst.

    • Alles wat gebeurde verklaren uit het handelen van de goden in mythen.


Tussen 3300 en 2900 v.C. ontwikkelden de Soemeriërs het spijkerschrift.

  • Dit was een gevolg van de ingewikkelde organisatie die nodig was voor het besturen van hun steden.


beschaving: hoogontwikkelde cultuur


polytheïstisch: met veel goden


mythe: godenverhaal


Het verhaal van Gilgamesh (rolzegel, omstreeks 2250 v.C.)