16.3 dissimilatie deel 3

16.3 deel 3
Pak je binas!
1 / 20
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

16.3 deel 3
Pak je binas!

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
Je begrijpt de aerobe dissimilatie van glucose
Je begrijpt de oxidatieve fosforylering

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Dissimilatie 
= het omzetten van grote organische moleculen in kleinere moleculen. Bij deze reactie komt energie (ATP) vrij.
- Altijd in alle organismen! 
aerobe dissimilatie 
= verbranding 
anaerobe dissimilatie 
= gisting 

Slide 4 - Slide

Aerobe dissimilatie glucose in de mens
C6H12O6+6O26CO2+6H2O+38ATP
glucose+zuurstofkoolstofdioxide+water+38ATP

Slide 5 - Slide

Afbraak glucose
Afbraak van glucose in 4 stappen:

1. Glycolyse (in cytoplasma van de cel)

Zuurstof? ja, dan:
2. Decarboxylering (in mitochondriën)
3. Citroenzuurcyclus (in mitochondriën)
4. Oxidatieve fosforylering (binnenmembraan van de mitochondriën)

Slide 6 - Slide

Elektronen transportketen
Wordt ook wel oxidatieve fosforylering genoemd.

Uit NADH,H+ kan 3 ATP gemaakt worden
Uit FADH2 kan 2 ATP gemaakt worden.
Bij dissimilatie van 1 molecuul glucose max 38 ATP
Maar het vervoer van NADH,H+ en FADH2 kost 2 ATP

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

welke organismen doen aan dissimilatie?
A
dieren, de meeste bacteriën, schimmels
B
planten en dieren en schimmels
C
dieren en schimmels
D
planten, dieren, bacteriën en schimmels

Slide 9 - Quiz

Mitochondrium
  • Matrix is de vloeistof binnen het
        binnenmembraan. 
        
  • Binnenmembraan bevat eiwitten
       die een rol spelen bij het vast-                leggen van vrijgekomen energie             op ATP.
       

Slide 10 - Slide

Aerobe afbraak van glucose
In het cytoplasma en het mitochondrium

1. Glycolyse
2. Decarboxylering (vorming acetyl-coA)
3. citroenzuurcyclus
4. oxidatieve fosforylering

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video


Glycolyse
Welke uitspraak over de glycolyse is niet juist?

A
Bij de glycolyse is netto ATP nodig.
B
Bij de glycolyse wordt een C6-suiker gesplitst in twee C3-suikers.
C
Bij de glycolyse wordt glucose afgebroken.
D
De glycolyse vindt in alle cellen plaats.

Slide 15 - Quiz

Stap 4: oxidatieve fosfolyering (68D) 
= elektronentransportketen 

  • Energie wordt vastgelegd in ATP 
  • Vindt plaats binnenmembraan van mitochondriën
  • Zuurstof nodig (6 O2 moleculen)
  • Levert 34 ATP
  • NADH en FADH staan elektronen af en er ontstaan waterstofionen en NAD+ en FAD moleculen 
  • Elektronen worden samen met waterstofionen(H+) gebonden aan zuurstof en er ontstaan watermoleculen

Slide 16 - Slide

Maar....
Door energieverbruik voor transport en warmteproductie bij energieomzettingen, valt de ATP-opbrengst van de aerobe dissimilatie meestal lager uit.
  • de 2 NADH moleculen van de glycolyse in de cytoplasma, moet het mitochondriën in dat kost per NADH molecuul 2 ATP moleculen.
(schatting circa 30-32 ATP vorming per molecuul glucose)  

Slide 17 - Slide

Wat is de goede volgorde voor de verbranding van glucose?
A
glycolyse -> decarboxylering -> oxidatieve fosforylering -> citroenzuurcyclus
B
decarboxylering -> glycolyse -> oxidatieve fosforylering -> citroenzuurcyclus
C
glycolyse -> decarboxylering -> citroenzuurcyclus -> oxidatieve fosforylering
D
glycolyse -> oxidatieve fosforylering -> citroenzuurcyclus -> decarboxylering

Slide 18 - Quiz

In welk deel van aerobe dissimilatie van glucose is zuurstof nodig?
A
Glycolyse
B
Vorming Acetyl-CoA
C
Citroenzuurcylcus
D
Oxidatieve fosforylering

Slide 19 - Quiz

Bij welke stap wordt de meeste ATP gevormd?
A
Glycolyse
B
Vorming acetyl CoA
C
Citroenzuurcyclus
D
Oxidatieve fosforylering

Slide 20 - Quiz