In de vakantie ben ik naar __________ en naar __________.
Ik ging met de __________.
Ik ben veel tijd op de __________ geweest.
Daar heb ik lekker gelezen en gerust.
Ook heb ik in de natuur __________.
Dat vond ik heel mooi.
In Italië heb ik natuurlijk __________ gegeten.
Na de vakantie ben ik weer naar __________ gereden.
Het was een fijne vakantie!