Open avond les Engels

Welcome to English class
I will be your teacher today! 
1 / 14
next
Slide 1: Slide
English idiomsMiddelbare schoolBasisschoolvmbo lwooGroep 1Leerjaar 1

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Welcome to English class
I will be your teacher today! 

Slide 1 - Slide

Today's lesson 
Learning about idioms
 

Slide 2 - Slide

Do you know what an idiom is or have you heard of idioms before? If yes, write one idiom either in Dutch or in English.

Slide 3 - Open question

It's a figure of speech!


  • Idiomen zijn uitdrukkingen die een figuurlijke betekenis hebben. Idiomen betekenen niet precies wat de woorden zeggen, maar hebben verborgen betekenissen.  

  • Idiomen kunnen over verschillende thema's gaan, zoals het weer, emoties, dieren enzovoort. 

  • Idiomen worden anders gebruikt in de hele wereld. Een uitdrukking wat in het Nederlands gebruikt wordt, hoeft niet letterlijk dezelfde vertaling in het Engels te hebben en andersom. Denk aan "Nu komt de aap uit de mouw". Dat wordt dan letterlijk "Now comes the monkey out of the sleeve :S.  

Slide 4 - Slide

Some examples of idioms 

Slide 5 - Slide

Let's practice
Exercise 1: 
Je krijgt zo 4 uitdrukkingen in een zin te zien. Kijk goed naar de zin en omcirkel de juiste betekenis wat bij dat idioom hoort. 

Slide 6 - Slide

It was raining cats and dogs outside, so I wore my rain boots and packed an umbrella.
A
Het regende amper.
B
Het regende heel erg.
C
Honden en katten vielen letterlijk uit de hemel.
D
Geen van alle.

Slide 7 - Quiz

I was feeling under the weather when I woke up with a stuffy nose and cough.
A
Ik voelde me goed.
B
Ik zat onder een wolk.
C
Ik voelde me ziekjes.
D
Geen van alle.

Slide 8 - Quiz

I think we have done enough work today, I am feeling tired now, let’s call it a day.
A
Stoppen met werken.
B
Doorgaan met werken.
C
De dag doornemen.
D
Geen van alle.

Slide 9 - Quiz

Jim and Jane had over 200 guests at their wedding when they tied the knot.
A
Touwen aan elkaar vastknopen.
B
Schoenveters knopen.
C
Met elkaar trouwen.
D
Geen van alle.

Slide 10 - Quiz

Exercise 2: 
Match the idioms to its Dutch translation

Slide 11 - Slide

The apple doesn’t fall far from the tree.
Time flies.
To let sleeping dogs lie.
There’s no smoke without a fire.
Taste of your own medicine.
De appel valt niet ver van de boom.
De tijd vliegt.
Geen slapende honden wakker maken.
Waar rook is, is vuur.
Koekje van eigen deeg.

Slide 12 - Drag question

Exercise 3: 
Memory card game

Slide 13 - Slide

Have a great day! 

Slide 14 - Slide