Welkom!
Jas op de kapstok.
Ga rustig op je eigen plek zitten.
Telefoon in je tas.
Koptelefoon op tafel of in je tas. Oortjes uit.
Tas op de grond.
LEG JE BOEK OP TAFEL
Wacht rustig tot we beginnen.
Welkom!
Jas op de kapstok.
Ga rustig op je eigen plek zitten.
Telefoon in je tas.
Koptelefoon op tafel of in je tas. Oortjes uit.
Tas op de grond.
LEG JE BOEK OP TAFEL
Wacht rustig tot we beginnen.
Regels in de klas
Blijf van anderen
en hun spullen af
Zeg iets aardigs
of zeg niets.
Materialen bij je REKENMACHINE
Vinger opsteken
Wacht op je beurt
WC na de uitleg
Geen eten drinken
(eventueel flesje drinken)
Wat gaan we doen vandaag?
Aanwezigheid en spullen
inhalen en herkansingen
H2.3
Inhalen en herkansingen
In Som staan de inhalers en de eventuele herkansers.
Herkansers:
Bespreken van je toets kan straks tijdens het zelfstandig werken.
Wat ga je leren?
HOE WIL JIJ WONEN?
Woningmarkt
Huurwoningen aangeboden door onder andere woningcorporaties:
betaalbare woningen verhuren en onderhouden
sociale huurwoning: huur tot een vastgesteld maximum.
Markt voor koopwoningen
Woningmarkt
Huurtoeslag
Huurtoeslag
= bijdrage van de overheid om de huur te kunnen betalen:
Als je inkomen niet te hoog is.
Als je niet te veel vermogen (spaargeld) hebt.
Aanvragen bij de Belastingdienst.
Kosten bij aankoop woning
Voor de koop van een huis betaal je:
De aankoopprijs
Andere kosten:
bij bestaande woning:
kosten koper (k.k.)
overdrachtsbelasting over aankoopprijs
notariskosten.
bij nieuwbouwhuis:
btw
notariskosten.
Woonlasten
Wonen kost geld:
Voor de eigenaar van een koophuis:
Kosten van een lening voor het huis
Verzekering van het huis
Belasting over de waarde van de woning
Voor de huurder van een huis:
huur
Voor elk huishouden:
energiekosten
verzekering van de spullen in je huis
afvalstoffenheffing (gemeentelijke belastingen)
rioolheffing (gemeentelijke belastingen)
Gemeentelijke belastingen
Woningeigenaar betaalt:
onroerendezaakbelasting (ozb)
= percentage van de WOZ-waarde.
Huishoudens betalen aan de gemeente afvalstoffenheffing.
Aan de slag/ huiswerk
Maken:
2.3
Opdrachten 2 t/m 8
KLAAR! Nakijken en begrippen leren.
minute
second
Wat heb je geleerd?
Lees een omschrijving voor van een begrip.
Wie weet welk begrip hier bij hoort?