Opdracht
1. Benoem de vier soorten voorraden.
2. Heeft jouw stageplek seizoensvoorraad? Leg uit.
3. Wat is voorraadniveau?
4. Hoe wordt voorraad geïnventariseerd op jouw stageplek?
5. Noem drie manieren om voorraad te inventariseren.
Aanvullende stage-opdracht
• Neem deel aan of observeer een (deel van een) voorraadcontrole
• Noteer welke hulpmiddelen worden gebruikt (scanner, lijst, systeem)
• Beschrijf hoe nauwkeurig de voorraad lijkt te kloppen