This lesson contains 27 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 50 min
Report this lesson
Items in this lesson
Welkom!
Basis 2
Slide 1 - Slide
Je hebt vast veel vragen
* Wie staat er voor de klas?
* Wat is NaSk-1?
* Wat gaan we doen dit jaar?
* Wat moet ik voor NaSk meenemen?
* Andere vragen
Slide 2 - Slide
Wie staat er voor de klas?
vraag maar raak!
Slide 3 - Slide
Wie zijn jullie?
Stel je voor!
Wat is je naam? Hoe oud ben je? Wat zijn je hobby's?
Slide 4 - Slide
Wat is NaSk
Combinatie vak van Natuurkunde en Scheikunde
Hierbij gaat het over alles wat erom je heen gebeurd.
Slide 5 - Slide
Wat gaan we doen?
* Dit jaar behandelen we H5, H6, H8 en H4
* Dit betekend 4 cijfers voor de hoofdstukken
Slide 6 - Slide
Wat moet ik meenemen?
* Je leerwerkboek (Alleen boek A voor nu)
* Schrift
* Pen
* Potlood
* Gum
* Geodriehoek/ liniaal
* Rekenmachine
Slide 7 - Slide
Wat verwacht ik van jullie!
Respect
Vriendelijkheid
Eerlijkheid
Begrip
Actieve houding
Slide 8 - Slide
Andere vragen?
Slide 9 - Slide
Het methode boek
B Boek gebruiken we voor nask
Slide 10 - Slide
Hoofdstuk 6
licht
Slide 11 - Slide
Hoofdstuk 6
We behandelen het hoofdstuk voor een gedeelte. Ronden af met een SO, geen PW.
Slide 12 - Slide
Hoofdstuk 6 licht
Paragraaf 1
Slide 13 - Slide
Waar gaan we het over hebben vandaag?
Paragraaf 1: Zonder licht zie je niks
Onderwerpen: Natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen
Hoe kunnen wij voorwerpen zien? Wat is een lichtbundel?
Slide 14 - Slide
Slide 15 - Video
Lichtbronnen
Lichtbronnen zijn voorwerpen die licht geven.
Er zijn twee soorten lichtbronnen: Natuurlijk of kunstmatig
Slide 16 - Slide
Voorwerpen zien
Lichtbronnen kun je zien, omdat ze licht geven.
Je kunt ook zeggen: een lichtbron straalt licht uit. Lichtbronnen stralen het licht uit in alle richtingen .
Eén dun lijntje licht noem je een lichtstraal.
Slide 17 - Slide
Voorwerpen zien
Je kunt ook dingen zien die zelf geen licht geven. Bijvoorbeeld een tafel of een boek. Deze dingen moeten dan wel verlicht worden door een lichtbron. Die lichtbron kan de zon zijn, maar ook een lamp.
Het meisje in afbeelding 5 kan de voetbal zien. Dat werkt als volgt:
1 De lamp straalt licht naar de voetbal.
2 De voetbal weerkaatst de lichtstralen in alle richtingen.
3 De lichtstralen van de voetbal komen in de ogen van het meisje.
4 Het meisje ziet nu de voetbal.
Slide 18 - Slide
Voorwerpen zien
Je kunt ook dingen zien die zelf geen licht geven.
Bijvoorbeeld een tafel of een boek.
Deze dingen moeten dan wel verlicht
worden door een lichtbron.
Slide 19 - Slide
Voorwerpen zien
Het meisje hiernaast kan de voetbal zien. Dat werkt als volgt:
1 De lamp straalt licht naar de voetbal.
2 De voetbal weerkaatst de lichtstralen in alle richtingen.
3 De lichtstralen van de voetbal komen in de ogen van het meisje.
4 Het meisje ziet nu de voetbal.
Slide 20 - Slide
Lichtbundel
Lichtstralen kunnen alleen maar rechtdoor.
Daardoor gaat het licht in één richting naar buiten. Uit de zaklamp komt nu een lichtbundel
Een lichtbundel bestaat uit een groep lichtstralen die dezelfde kant op gaan.
Slide 21 - Slide
Aan de slag
Maken H6.1 opgave:
1, 3, 4, 5 en 9
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Slide
Slide 24 - Slide
Schaduw tekenen
Randstralen:
Dit zijn lichtstralen die net langs de rand van het voorwerp gaan.