§4.2 Kookpunt en smeltpunt

§4.2
kookpunt en smeltpunt
Lesplanning:
Jullie mogen nog zo zitten maar als het niet gaat is het plattegrond.
  1. Opstart: voorkennis opfrissen van 4.1 en het lezen van 4.2
  2. Uitleg kookpunt en smeltpunt
  3. Maken opgaven 4.2 volgende les huiswerkcontrole 4.1 en 4.2
  4. Afsluiting 
1 / 31
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min
Report this lesson

Items in this lesson

§4.2
kookpunt en smeltpunt
Lesplanning:
Jullie mogen nog zo zitten maar als het niet gaat is het plattegrond.
  1. Opstart: voorkennis opfrissen van 4.1 en het lezen van 4.2
  2. Uitleg kookpunt en smeltpunt
  3. Maken opgaven 4.2 volgende les huiswerkcontrole 4.1 en 4.2
  4. Afsluiting 

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
Aan het einde van  de les kan je ...
  • beschrijven wat er gebeurt als water kookt.
  • uitleggen wat het kookpunt en smeltpunt (vriespunt/stolpunt) van een stof zijn en waarom dit stofeigenschappen zijn.
  • uitleggen hoe je het vriespunt of smeltpunt van water kunt verlagen.

Slide 2 - Slide

Van vast naar vloeibaar noemen we?
A
Bevriezen
B
Vervluchtigen
C
Rijpen
D
Smelten

Slide 3 - Quiz

Van vloeibaar naar gas noemen we?
A
Condenseren
B
Bevriezen
C
Verdampen
D
Smelten

Slide 4 - Quiz

Van vast naar gas noemen we?
A
Condenseren
B
Rijpen
C
Vervluchtigen
D
Bevriezen

Slide 5 - Quiz

Van gas naar vloeibaar noemen we?
A
Condenseren
B
Vervluchtigen
C
Rijpen
D
Smelten

Slide 6 - Quiz

Van gas naar vast noemen we?
A
Vervluchtigen
B
Rijpen
C
Condenseren
D
Bevriezen

Slide 7 - Quiz

§4.2 kookpunt en smeltpunt

Slide 8 - Slide

Smeltpunt
  • Wat is het smeltpunt van water?
  • Welke faseovergang vindt hier plaats?
  • Smeltpunt/stolpunt

Slide 9 - Slide

Smeltpunt
  • Wat is het smeltpunt van water? (0C)
  • Welke faseovergang vindt hier plaats? (smelten)
  • Smeltpunt/stolpunt (dat is op het moment van ontdooien en bevriezen van water)

Slide 10 - Slide

Kookpunt
  • Wat is het kookpunt van water?
  • Welke faseovergang vindt hier plaats?
  • kookpunt / condensatiepunt
  • koken VS verdampen

Slide 11 - Slide

Kookpunt
  • Wat is het kookpunt van water? (100 graden)
  • Welke faseovergang vindt hier plaats? (verdampen)
  • kookpunt / condensatiepunt (dat is op het moment van water koken)
  • koken VS verdampen

Slide 12 - Slide

Kookpunt
Als een stof kookt zie je overal in de vloeistof dampbellen ontstaan.

Slide 13 - Slide

Grafieken
tekenen
t(s)
T (⁰C)
0
20
30
33
60
39
90
52
120
63

Slide 14 - Slide

De brander
aansteken

Slide 15 - Slide

Proef 2 water koken
pagina 129 als het goed is maar kan dat online niet goed controleren. 
timer
30:00

Slide 16 - Slide

Bij hoeveel graden gaat water koken?
A
90 °C
B
100 m
C
101 °C
D
100 °C

Slide 17 - Quiz

Kookpunt
Als een stof kookt zie je overal in de vloeistof dampbellen ontstaan die tot aan het wateroppervlak komen.

Slide 18 - Slide

Kookpunt & smeltpunt

Slide 19 - Slide

  • kookpunt en smeltpunt zijn stofeigenschappen.

  • Vast onder het smeltpunt.
  • Vloeibaar tussen het smelt-en kookpunt.
  • Gasvormig boven het kookpunt.

Slide 20 - Slide

In de winter wordt zout op de wegen gestrooid. Dit wordt gedaan om ervoor te zorgen dat er geen ijslaag op de wegen komt.
Wat is het effect van strooizout?
A
het verhoogt het stolpunt van water
B
het verhoogt het smeltpunt van water
C
het verlaagt het kookpunt van water
D
het verlaagt het smeltpunt van water

Slide 21 - Quiz

Het smeltpunt verlagen

Slide 22 - Slide

Bouillon is zout: in een liter soep zit ongeveer 15 g zout. Het water uit de kraan is zoet: het bevat (bijna) geen zout.
Welke uitspraak is juist?
A
Soep bevriest bij een hogere temperatuur dan water.
B
Soep bevriest bij dezelfde temperatuur dan water.
C
Soep bevriest bij een lagere temperatuur dan water.

Slide 23 - Quiz

Aan de slag
Maken §4.2 en nakijken §4.1
Huiswerk: H4.1 en H4.2 maken tot en met vraag 9 heel veel succes. 

Slide 24 - Slide

is smeltpunt een stofeigenschap?
A
Ja
B
Nee

Slide 25 - Quiz

Welke van de volgende uitspraken is waar?
A
Als water kookt, dan neemt de temperatuur van het water toe.
B
Als water kookt, dan blijft de temperatuur van het water gelijk.
C
Als water kookt, dan neemt de temperatuur van het water af.

Slide 26 - Quiz

Welke van de volgende uitspraken is waar?
A
De bellen in kokend water bestaan uit waterdamp.
B
De bellen in kokend water bestaan uit lucht.
C
De bellen in kokend water bestaan uit nevel.

Slide 27 - Quiz

Als je zout of antivries aan water toevoegt wordt...........
A
water een vaste stof.
B
het vriespunt van water hoger.
C
het vriespunt van water lager.
D
het kookpunt van water hoger.

Slide 28 - Quiz

Het smeltpunt van ijzer is 1559 graden Celsius en het kookpunt is 2800 graden Celsius. Welke fase heeft ijzer bij 1600 graden Celsius?
A
vast
B
vloeibaar
C
gasvormig

Slide 29 - Quiz

In de tabel staan twaalf stoffen. Peter heeft één van deze stoffen in een fles. De stof komt vloeibaar uit de vriezer (−18 °C). Als de vloeistof een poosje bij kamer-temperatuur (20 °C) staat, begint hij te koken.
Welke van de stoffen in de tabel zou dit kunnen zijn?
A
alcohol
B
butaan
C
kwik
D
propaan

Slide 30 - Quiz


Welke diagram laat een smeltpunt zien?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 31 - Quiz