Energiestroom en kringlopen (Biologie havo), les 3: Terugblik quiz

ECOSYSTEMEN · KRINGLOPEN

Quiz

Terugblik: Energiestroom en kringlopen

1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met tien vragen over energiestroom, reducenten, biomassa, koolstof- en stikstofkringloop, eutrofiering, recyclen en het broeikaseffect.

Items in this lesson

ECOSYSTEMEN · KRINGLOPEN

Quiz

Terugblik: Energiestroom en kringlopen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Arnoldius / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Welk organisme is een reducent?

A

Een konijn

B

Een schimmel

C

Een eik

D

Een alg

Schimmels breken dode resten af. Verwachte fout: een alg kiezen omdat die geen dier is.

Welke bewering over energie in een ecosysteem klopt?

A

Energie stroomt door en gaat als warmte verloren

B

Energie draait rond zoals koolstof

C

Reducenten maken energie voor producenten

D

Consumenten leggen lichtenergie vast

Energie gaat in een stroom, stoffen in een kringloop. Verwachte fout: energie ook laten rondgaan.

Vul in

Een heterotroof organisme is afhankelijk van organische stof uit zijn voedsel.

heterotroof
organische
autotroof
anorganische

Heterotroof heeft organische stof nodig. Verwachte fout: autotroof invullen.

Wat is een voorbeeld van biomassa?

A

Aardgas

B

Steenkool

C

Mest van koeien

D

Aardolie

Mest is organische stof van nu. De andere drie zijn fossiele brandstoffen. Verwachte fout: aardgas kiezen omdat het ook een brandstof is.

Noem een stof die eutrofiering veroorzaakt.

Nitraat of fosfaat (ook stikstof- of fosforverbindingen). Verwachte fout: koolstofdioxide noemen.

Welk brandbaar gas maken bacteriën zonder zuurstof uit resten?

A

Stikstofgas

B

Methaan

C

Koolstofdioxide

D

Zuurstofgas

Methaan is brandbaar en ontstaat bij anaerobe afbraak. Verwachte fout: koolstofdioxide kiezen.

Wat is uitspoeling?

A

Planten nemen meer stoffen uit de bodem op

B

Algen groeien explosief door meer voedingsstoffen

C

Bacteriën zetten nitraat om in stikstofgas

D

Regen spoelt stoffen uit de bodem naar het water

Uitspoeling is het wegspoelen van stoffen. Verwachte fout: eutrofiering kiezen, dat is een gevolg.

Zet op volgorde: eutrofiering van een sloot

1

Nitraat en fosfaat spoelen uit naar de sloot

2

Algen groeien explosief

3

Het zuurstofgehalte daalt en vissen sterven

4

Reducenten breken de dode algen af

Oorzaak, algengroei, afbraak, zuurstoftekort. Verwachte fout: de afbraak na het zuurstoftekort zetten.

Welke maatregel is recyclen en geen hergebruik?

A

Een statiegeldfles opnieuw vullen

B

Een jampot als vaas gebruiken

C

Minder flessen kopen

D

Oude glasflessen smelten en er nieuwe van maken

Bij recyclen wordt het materiaal verwerkt tot een nieuw product. Verwachte fout: een statiegeldfles kiezen.

Wat is een gevolg van een versterkt broeikaseffect voor de biodiversiteit?

A

Er komen overal meer soorten bij

B

Soorten verdwijnen of verhuizen door opwarming

C

De biodiversiteit blijft gelijk

D

Alleen reducenten worden erdoor beïnvloed

Opwarming verandert leefgebieden. Verwachte fout: denken dat opwarming geen effect heeft op soorten.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

ECOSYSTEMEN · KRINGLOPEN

Goed gedaan!

Je kunt nu uitleggen hoe energie stroomt, hoe koolstof en stikstof rondgaan en welke invloed de mens heeft.

This item has no instructions