,

H5.1 & 5.2

Hoofdstuk 5
Kan de overheid dat regelen?
1 / 32
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 5
Kan de overheid dat regelen?

Slide 1 - Slide

5.1 Stuurt de overheid de economie 
Deze les:
  • Collectieve goederen
  • Privatiseren
  • CBS/CPB/SER

Slide 2 - Slide

Leerdoelen van 5.2 

  • Je weet hoe de overheid aan haar geld komt
  • Je weet waar de overheid geld aan uit geeft
  • Je weet welke inkomstenbronnen heeft een gemeente heeft

Slide 3 - Slide




5.1 Stuurt de overheid de economie 
Planeconomie
Sociale markteconomie
Vrijemarkt-economie
De overheid bepaalt wat er geproduceerd wordt, hoeveel, door wie en tegen welke prijs.
Vraag en aanbod bepalen de prijzen, maar de overheid grijpt in wanneer het nodig is om basisbehoeften betaalbaar te houden en voor iedereen een redelijk bestaan te garanderen
Vraag en aanbod bepalen de prijzen en de overheid grijpt niet in met regels of wetgeving

Slide 4 - Slide

5.1 Stuurt de overheid de economie 
Collectieve goederen:

  • Voorzieningen die de overheid levert en betaald en waarvan iedereen gebruik kan maken

Slide 5 - Slide

5.1 Stuurt de overheid de economie 
Waarom is het belangrijk dat er collectieve goederen zijn?

Slide 6 - Mind map

1. De goederen of diensten zijn van belang voor iedereen, zoals politie of leger
2. De overheid wil de kwaliteit van bepaalde voorzieningen in eigen hand houden (rechtspraak)
3. Voor bepaalde voorzieningen kun je moeilijk iedere Nederlander apart laten betalen  
     (straatverlichting)
4. Er zijn goederen en diensten die voor iedereen betaalbaar moeten blijven (onderwijs)

Slide 7 - Slide

5.1 Stuurt de overheid de economie (deel 2)
Privatiseren:
  • de overheid besteedt taken uit of draagt ze over aan particuliere bedrijven
  • Wat is er verandert in de "post" sector?
  • Waarom privatiseren?

Slide 8 - Slide

5.1 Stuurt de overheid de economie (deel 2)
De overheid kan bij het maken van keuzes op economisch gebied informatie en/of advies krijgen van:

  • CBS


  • CPB


  • SER


CBS
  • Centraal Bureau voor de Statistiek
  • Verzamelt informatie over oa economische veranderingen
CPB
  • Centraal Planbureau
  • Onderzoekt wat de gevolgen kunnen zijn van economische beslissingen
SER
  • Sociaal Economische Raad
  • Adviseert over sociaal-economische onderwerpen
  • Bestaat uit werkgevers, werknemers en onafhankelijke deskundigen

Slide 9 - Slide

Wat is een voordeel van privatiseren
A
Er moet winst gemaakt worden dus het kan duurder worden
B
Het aanbod kan afnemen.
C
Niet meer voor iedereen beschikbaar.
D
Het kan goedkoper worden. De kwaliteit kan beter worden. De overheid bespaart geld

Slide 10 - Quiz

Wat is het gevaar van privatiseren?
A
Concurrentie, waardoor de kosten dalen en het product goedkoper / beter wordt.
B
het overheidstoezicht vermindert (met alle gevolgen van dien)geprivatiseerde ondernemingen ontslaan vaak op grote schaal werknemers en voor de producten kan een veel hogere prijs worden berekend.

Slide 11 - Quiz

Sleep de goederen en/of diensten naar de juiste sector.
collectieve sector
particuliere sector

Slide 12 - Drag question

In welke sector vind je alle bedrijven terug?
A
Particuliere sector
B
Primaire sector
C
Collectieve sector
D
Secundaire sector

Slide 13 - Quiz

Wat zijn kenmerken van collectieve voorzieningen?
A
De particuliere sector betaalt de voorzieningen.
B
De overheid betaalt de voorzieningen.

Slide 14 - Quiz

Wanneer de overheid taken uitbesteedt of overdraagt aan particuliere bedrijven, noem je dit
A
particuleren
B
privatiseren
C
ex-overheid
D
bedrijfsleven

Slide 15 - Quiz

Financiën van de overheid
Ik kan uitleggen wat een rijksbegroting en miljoenennota is en hoe de staatsschuld hiermee te maken heeft

  • De rijksbegroting laat alle verwachte inkomsten en uitgaven van het komende jaar zien. 
  • De miljoenennota is een toelichting op deze begroting.


Miljoenennota
Miljoenennota

Slide 16 - Slide

Financiën van de overheid
Meer inkomsten dan uitgaven --> begrotingsoverschot
1. Schuld aflossen
2. Meer uitgeven

Meer uitgaven dan inkomsten --> begrotingstekort
Oplossen door:
1. Meer inkomsten 
2. Minder uitgaven
3. Geld lenen (Staatsschuld)

Slide 17 - Slide

Staatsschuld
  • Als de overheid meer geld uitgeeft dan er binnenkomt, spreek je van een begrotingstekort. 
  • Om de uitgaven toch te kunnen doen, moet de overheid geld lenen. 
  • Doordat de overheid jaren achtereen een tekort heeft gehad, is er een staatsschuld ontstaan.

Slide 18 - Slide

Uitgaven van de overheid
Ik kan uitleggen welke uitgaven
de overheid heeft

Slide 19 - Slide

Inkomsten van de overheid
Ik kan uitleggen welke inkomsten
de overheid heeft
  • Premies werknemersverzekeringen
  • Premies volksverzekeringen
  • Niet-belastingontvangsten                                         (aardgasbaten, boetes en                                                          winsten uit staatsbedrijven)
  • Directe en indirecte belastingen

Slide 20 - Slide

Directe belastingen

Worden direct aan de belastingdienst betaald.

Het gaat om de belasting over inkomen, winst en vermogen.
-Loon en inkomstenbelasting
-Dividendbelasting
-Vennootschapsbelasting
-Successierechten
-Kansspelbelasting
Indirecte belastingen
Zitten verwerkt in de prijs van producten en diensten. Ze worden betaald aan de verkoper, deze draagt ze af aan de belastingdienst.
Het gaat om btw en accijns. Je noemt deze ook wel kostprijsverhogende belastingen. 

Ander voorbeelden zijn; Invoerrechten, Milieuheffingen,
Motorvoertuigenbelasting en BPM

Slide 21 - Slide

Directe en indirecte belasting

Slide 22 - Slide

Directe belastingen
Inkomen
Vermogen
Winst

Slide 23 - Slide

Indirecte belastingen
Btw
Accijns
&
Milieuheffingen

Slide 24 - Slide

Wat heb je geleerd?

Slide 25 - Slide

Loonbelasting is een ... belasting.
A
directe
B
indirecte

Slide 26 - Quiz

Wat doet de overheid niet om een begrotingstekort op te vangen?
A
Bezuinigen
B
Belastingen verhogen
C
Lenen
D
Staatsschuld aflossen

Slide 27 - Quiz

Wat is OZB?
A
Onroerende Zaak Belasting
B
Huurtoeslag
C
Gemeentebelasting
D
Huurverhoging

Slide 28 - Quiz

Belasting die je betaalt wanneer je een product koopt is een voorbeeld van .....
A
directe belasting.
B
indirecte belasting.

Slide 29 - Quiz

Direct of indirect?

Over een prijs in de postcodeloterij betaal je kansspelbelasting.
A
directe belasting
B
indirecte belasting

Slide 30 - Quiz

Loonbelasting
BTW
Belasting op alcohol
Directe belastingen
Indirecte belastingen

Slide 31 - Drag question

Aan het werk!!
Maken 5.1 (blz 140):
3, 5, 6, 7, 11

Maken 5.2 (blz 144):
12, 14, 16, 17, 18

Slide 32 - Slide