Maandag 19 oktober klassen 3.2

Welkom!
1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Welkom!

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen vandaag?
- Terugblik vorige twee lessen
- Maandag 9 november
- Lesdoelen
- Aan de slag!

Slide 2 - Slide


Verkennend lezen
Bekijk het uiterlijk van de tekst: titel, lead, tussenkopjes, bron, afbeeldingen, grafieken

Bepaal het onderwerp

Bepaal de tekstsoort:
artikel, advertentie, brief, krantenbericht, instructie enz.


Slide 3 - Slide

Globaal lezen
Globaal lezen doe je alleen als je snel de belangrijke informatie uit de tekst wilt halen. Dit doe je als volgt:

  • Lees van iedere alinea de eerste en de laatste zin;
  • Bepaal wat je al weet over het onderwerp.
  • Bepaal welke tekstsoort je herkent en wat het tekstdoel is.

Slide 4 - Slide

Intensief lezen
Wat staat er nou precies?
Begrijp je de tekst helemaal?
Met "intensief" lezen, bedoelen we dat je je nu gaat concentreren op de details van de tekst. Je zorgt dat je alles wat er staat, begrijpt.

Slide 5 - Slide

De indeling van een tekst
Is altijd als volgt opgebouwd:

- Inleiding
- Kern
- Slot


Slide 6 - Slide

Intensief lezen
Globaal lezen
Verkennend lezen
Onderwerp en tekstsoort
Belangrijke informatie scannen
(eerste en laatste  zin van alinea's, titel, plaatjes etc.
Wat staat er precies?

Slide 7 - Drag question

Inleiding
Kern
Slot
Dit deel is opgedeeld in alinea's 
Het onderwerp wordt benoemd
De lezer wordt nieuwsgierig gemaakt
Aandachttrekker: er wordt bijv. een vraag gesteld of een probleem besproken.
Een samenvatting van de tekst
Er wordt bijv. een vraag beantwoord of een oplossing bij een probleem besproken.
De tekst wordt stap voor stap uitgewerkt

Een conclusie 

Slide 8 - Drag question

Lesdoel
Tijdens deze les behandelen we: 

- Tekstverbanden
- Signaalwoorden
- Samenhang


Slide 9 - Slide

Tekstverbanden en signaalwoorden
Een tekst is opgebouwd in zinnen en alinea's.

Samenhang in de tekst is van belang om de tekst te begrijpen.
Hoe?
- Signaalzinnen/signaalwoorden

Slide 10 - Slide

SIGNAALWOORDEN
Tekstdelen hebben met elkaar te maken OF ze verwijzen naar iets wat al is genoemd in de tekst.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

signaalwoorden

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Ik moet de bloemen EN planten water geven
A
Voorwaarde
B
Opsomming
C
Voorbeeld
D
Tegenstelling

Slide 15 - Quiz

Vandaag schijnt de zon, MAAR morgen gaat het regenen.
A
Opsomming
B
Voorbeeld
C
Tegenstelling
D
Oorzaak-gevolg

Slide 16 - Quiz

Je mag naar je vriendin, MITS je de afwas hebt gedaan.
A
Voorwaarde
B
Oorzaak-gevolg
C
Volgorde van tijd
D
Opsomming

Slide 17 - Quiz

Mijn band is lek, DAAROM ben ik nu te laat.
A
Opsommming
B
Oorzaak-gevolg
C
Tegenstellilng
D
Voorwaarde

Slide 18 - Quiz

Wij doen altijd leuke dingen, ZOALS tekenen en dansen.
A
Opsomming
B
Voorbeeld
C
Volgorde van tijd
D
Voorwaarde

Slide 19 - Quiz

EERST ga ik naar oma, DAARNA kom ik naar huis.
A
Volgorde van tijd
B
Voorwaarde
C
Opsomming
D
Tegenstelling

Slide 20 - Quiz

Aan de slag!
Thema 2 "Geld"

Lezen --> Theorie 1,2 en 3
Opdr. 1 t/m 8

Slide 21 - Slide

Drogreden
Een drogreden is een vals argument. Veel vorkomende drogredenen zijn:
  • een cirkelredenering
  • generalisatie
  • misbruik van autoriteit
  • aanval op de persoon
  • beroep doen op de meerderheid

Uitleg blz. 18 boek

Slide 22 - Slide

Verschil onderwerp en hoofdgedachte
Een onderwerp is meestal een zinsdeel.
De hoofdgedachte is wat er over het onderwerp wordt gezegd in één zin.
Voorbeeld:
Onderwerp: snipperdagen voor studenten
Hoofdgedachte: Snipperdagen voor studenten zijn goed, omdat dezel voordelen opleveren.

Slide 23 - Slide