27 januari

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken blz. 65, opdr. 31, 32, 33. 
  • Vervolg Eukleides











 
1 / 15
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 15 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken blz. 65, opdr. 31, 32, 33. 
  • Vervolg Eukleides











 

Slide 1 - Slide

Vragen Grammatica?

Slide 2 - Open question

Geen vragen (meer)?
  • Pak maar een blaadje...

Slide 3 - Slide


Blz. 154.

Ergon 4 en 6.





Slide 4 - Slide

Eukleides: rechthoekige driehoek



Blz. 65 
opdr. 31, 32, 33.

Slide 5 - Slide

Opdracht 31

  • a. Bij rechthoekige driehoeken is het vierkant op de zijde die ligt onder de rechte hoek ( = hypotenusa) gelijk aan de vierkanten op de zijden die de rechte hoek omgeven.
  • b. -
  • Het vierkant op de zijde BΓ is even groot als de vierkanten op de zijde BA en AΓ samen.

Slide 6 - Slide

Opdracht 32a

  • Er moet een rechthoekige driehoek zijn ABΓ zijn die een rechte hoek heeft (onder) BAΓ: ikzeg dat het vierkant op (de zijde) BΓ gelijk is aan de vierkanten op (de zijde) BA en (de zijde) AΓ.

Slide 7 - Slide

Opdracht 32b

  • In de eerste alinea is de verteltijd gelijk aan de vertelde tijd. In de tweede alinea vindt versnelling plaats.

Slide 8 - Slide

Opdracht 32c

  • Er moet beschreven zijn een vierkant vanaf (op zijde)BΓ, namelijk BΔEΓ, en vanaf (op) dezijden BA, AΓ de vierkanten HB, ΘΓ; door (punt) A moet de lijn AΛ parallel getrokken worden aan elk van beide (zijden) BΔ en ΓΕ; en de lijnen AΔ en ZΓ moeten verbonden zijn.

Slide 9 - Slide

Opdracht 32d

  • In de eerste alinea is de verteltijd gelijk aan de vertelde tijd. In de tweede alinea vindt versnelling plaats.

Slide 10 - Slide

Opdracht 32e

  • In de eerste alinea is de verteltijd gelijk aan de vertelde tijd. In de tweede alinea vindt versnelling plaats.

Slide 11 - Slide

Opdracht 32f

  • In de eerste alinea is de verteltijd gelijk aan de vertelde tijd. In de tweede alinea vindt versnelling plaats.

Slide 12 - Slide

Opdracht 33

  • In de eerste alinea is de verteltijd gelijk aan de vertelde tijd. In de tweede alinea vindt versnelling plaats.

Slide 13 - Slide

Opdracht 32f

  • In de eerste alinea is de verteltijd gelijk aan de vertelde tijd. In de tweede alinea vindt versnelling plaats.

Slide 14 - Slide

Aan het werk.
  • Leer de grammatica van Thema 1 en 2. 
  • Maak blz. 66, opdr. 34 t/m 37.

Dit is ook huiswerk!


Slide 15 - Slide