Keuzedeel, dag 3

Keuzedeel: Omgaan met onbegrepen gedrag 
bij mensen met dementie
1 / 29
next
Slide 1: Slide
Mens & MaatschappijMBOStudiejaar 2,3

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 180 min

Items in this lesson

Keuzedeel: Omgaan met onbegrepen gedrag 
bij mensen met dementie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Oefening:
Wat is belangrijk voor jou?
Denk aan:
Basiszorg rituelen & gewoonte
Geur, kleur, sfeer….

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Lesprogramma
  • Gewoontes
  • VR-brillen en vragen
  • Vragen over dementie
  • Uitleg dementie
  • Repeterend gedrag 
  • Observatiemethodes onderzoeken/presenteren
  • Situatie uitwerken?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

VR-beleving

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

VR-bril
Je krijgt straks een VR bril en een koptelefoon op
Je ziet dan een filmpje van zo’n 13 minuten
Hierdoor kijk je door de ogen van iemand met dementie
Diegene komt thuis aan en je hoort hem of haar hardop denken.

Daarna bespreek je samen met je klasgenoten en de docent na wat je ervaren hebt

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Geheugenstoornis waarbij iemand moeite heeft om woorden te vinden en problemen om zich uit te drukken met taal
A
Agnosie
B
Apraxie
C
Afasie

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Geheugenstoornis met verminderd vermogen om motorische handelingen uit te voeren
A
Agnosie
B
Apraxie
C
Afasie

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Dementie betekent letterlijk
A
Geestelijke aftakeling
B
Psychische aftakeling
C
Somatische aftakeling
D
Sociale aftakeling

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

De meest in het oog springende klacht bij de ziekte van Alzheimer is:
A
Hallucineren
B
Vergeetachtigheid
C
Wanen
D
Decorumverlies

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Welk deel van de hersenen is beschadigd bij frontaalkwabdementie?
A
Het voorste gedeelte
B
Het achterste gedeelte?
C
Het middelste gedeelte?

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Vasculaire dementie kan het gevolg zijn van
A
Een hartinfarct
B
Een longembolie
C
Een beroerte

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

De symptomen bij Lewy body - dementie vertonen vaak overlap met:
A
De ziekte van Parkinson
B
De ziekte van Alzheimer
C
De ziekte van Korsakov
D
Alle antwoorden zijn goed.

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel mensen met dementie hebben onbegrepen gedrag?
A
40 tot 50 %
B
60 tot 70 %
C
70 tot 80 %
D
80 tot 90 %

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Kunnen mensen met dementie nog nieuwe dingen leren?
A
Ja
B
Nee

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Hoe vaak komt depressie voor bij mensen met dementie?
A
1 0 op de 20
B
1 op de 3
C
1 op de 10
D
1 op de 5

Slide 15 - Quiz

Een op de vijf mensen met dementie hebben last van een depressie. Bij mensen met dementie komt depressief gedrag en somberheid regelmatig voor. Deze signalen vaak niet herkend. Zo’n 40 tot 50 procent van de mensen met dementie vertoont wel eens depressief gedrag (bron: Verenso 2018) 
De behandeling bij dementie richt zich vooral op het verbeteren van de kwaliteit van leven
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Welk signaal past NIET in het rijtje voor het herkennen van dementie
A
Jezelf niet meer herkennen
B
Er onverzorgd uitzien (vroeger niet)
C
Niet goed meer kunnen bedienen van apparaten
D
Achterdochtig zijn (vroeger niet)

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Bij validation gaat het onder andere om ruimte maken voor iemand zijn/haar gevoelens
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Slide 19 - Video

This item has no instructions

Agressie
- Eisen en verwachtingen waaraan je naaste niet kan voldoen;
- Frustratie omdat eenvoudige taken niet lukken;
- Mensen die dichtbij jou komen zonder dat je naaste begrijpt waarom;
- Wanen en hallucinaties;
- Woede door verminderde impulsecontrole.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Uitspraak
En die keer dat hij een mes pakte en zo voor me stond. Ik heb toen heel duidelijk gezegd: Wim, dit doen we niet. Hij schrok wel degelijk en was daarna heel verdrietig.
— Elly (76)

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Uitspraak
Elke morgen is het een gevecht; ze wil niet in de taxi naar de dagopvang. Dan druk ik haar het busje in en zeg tegen de chauffeur: rijden. En ’s avonds komt ze vrolijk thuis. Dus ja…

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Opdracht agressie 
Agressie
  1. Hoe uit zich agressieve energie bij jou?
  2. Uit je het of onderdruk je het?
  3. Zijn er mensen of situaties die agressieve energie bij je los maken? 
  4. Zo ja, welke en hoe ga je er mee om?


                                                                             Klassikaal nabespreken

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Signaleringsplan

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Hoe ga je om met herhalend gedrag?

Slide 25 - Open question

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Opdracht
 Zoek de volgende observatiemethodieken op en benoem met je groep: wat de methode inhoud en de voor en nadelen zijn. 
- De ABC methode
- De GRIP methode
- De STA OP! methode
- Geeltjes methode 
- De stappenplan en teamevaluatie (www.zorgvoorbeter.nl/probleemgedrag-ouderen/stappenplan.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Oefenen
  • Ga in een twee of drietal oefenen met een stappenplan probleemgedrag. Neem hiervoor een casus uit je praktijk van een zorgvrager met probleemgedrag.
  • Je vindt de stappenplannen op de website van Zorg voor beter. Neem hiervoor een half uur de tijd
  • Nabespreken

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

8 kernelementen voor omgang 
met onbegrepen gedrag
  1. Tijdig signaleren van onbegrepen gedrag zodat ingegrepen kan worden voordat escalatie plaatsvindt.
  2. Een gedegen analyse maken van het gedrag met nagaan van oorzaken op lichamelijk, psychisch en sociaal terrein.
  3. Multidisciplinair werken in een team met in ieder geval verzorgende, arts en psycholoog.
  4. De oorzaak van het gedrag aanpakken en niet het gedrag zelf. 
  5. Eerst psychosociale interventies toepassen. Psychofarmaca worden alleen toegepast wanneer kan worden aangetoond dat psychosociale interventies niet (voldoende) werkzaam zijn (met uitzondering van een lichamelijke oorzaak of bij sprake van een delier of psychose).
  6. Psychofarmaca volgens de richtlijn toepassen tenzij er belangrijke redenen zijn om hiervan af te wijken.
  7. Familie en mantelzorg betrekken bij de analyse en aanpak van het probleem.
  8. Behandeling evalueren met extra aandacht voor het mogelijk staken van behandeling met psychofarmaca.




Slide 29 - Slide

This item has no instructions