Wisselkoersen en EMU (Economie vwo), les 1: Uitleg

CONJUNCTUUR · WISSELKOERS

Wisselkoersen en EMU

Examenstof economie vwo

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitleg over de wisselkoers (omrekenen, vraag en aanbod van valuta), appreciatie en depreciatie met procentuele veranderingen, de concurrentiepositie, de lopende en financiële rekening, rente en kapitaalinvoer, vaste en zwevende wisselkoersen, het trilemma, de EMU en het optimaal valutagebied. Alle koersen in de rekenvoorbeelden zijn verzonnen; er zijn checks per blok en een afsluitende peiling.

Items in this lesson

CONJUNCTUUR · WISSELKOERS

Wisselkoersen en EMU

Examenstof economie vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: I3.8 Rente, wisselkoersen en kapitaalverkeer; I3.9 EMU. Image credit: Avij / Wikimedia Commons, publiek domein

CONJUNCTUUR · WISSELKOERS

Wat ga je kunnen?

Ik kan met wisselkoersen rekenen en uitleggen hoe rente, kapitaalverkeer, het trilemma en de EMU samenhangen.

This item has no instructions

Welke woorden komen bij je op bij: euro's omwisselen voor buitenlands geld?

Verwacht: dollar, koers, vakantie, wisselkantoor, duur, goedkoop, euro, export, import. Groepeer rond drie vragen: wat bepaalt de koers, wat doet de koers met export en import, en wat betekent één munt voor meerdere landen. Die drie komen terug in de drie blokken.

CONJUNCTUUR · WISSELKOERS

Wisselkoersenbord van een wisselkantoor

De wisselkoers

  • De wisselkoers is de prijs van een munt in termen van een andere munt, bijvoorbeeld euro per dollar.

  • Voorbeeld: 1 dollar kost 0,80 euro. Een jas van 150 dollar kost dan 150 x 0,80 = 120 euro.

  • Bedrag in euro = bedrag in dollar x prijs van de dollar in euro.

  • Omgekeerd: prijs van de euro in dollar = 1 : 0,80 = 1,25 dollar.

Syllabus economie vwo 2027, domein I (Goede tijden, slechte tijden), I3.8: "Wisselkoers: prijs van een munt in termen van een andere munt (bijvoorbeeld euro per dollar)". Alle koersen in deze les zijn verzonnen, ronde getallen; het zijn geen actuele koersen. Controle: 150 x 0,80 = 120 en 1 : 0,80 = 1,25. Veelgemaakte fout: delen in plaats van vermenigvuldigen, of niet nagaan welke munt de prijs is en welke de eenheid. Image credit: Dvortygirl / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

CONJUNCTUUR · WISSELKOERS

Vraag en aanbod van valuta

  • Valuta is buitenlands geld. Op de valutamarkt bepalen vraag en aanbod de prijs: de wisselkoers (bij een zwevende koers).

  • Vraag naar euro's: buitenlanders die in het eurogebied kopen of beleggen. Aanbod: wie euro's omwisselt voor buitenlands geld.

  • Meer vraag naar euro's: de euro apprecieert (wordt meer waard). Meer aanbod van euro's: de euro deprecieert (minder waard).

  • Voorbeeld: de dollar gaat van 0,80 naar 1,00 euro. Appreciatie van de dollar: 0,20 : 0,80 x 100% = 25%.

  • De euro heeft dan depreciatie: 1 euro was 1 : 0,80 = 1,25 dollar en is 1,00 dollar, dus -0,25 : 1,25 x 100% = -20%.

Syllabus economie vwo 2027, domein I (Goede tijden, slechte tijden), I3.8 en vaardigheid A2 (procentuele wisselkoersveranderingen). Controle: 0,20 : 0,80 = 0,25; 1 : 0,80 = 1,25 en 1 : 1,00 = 1,00; (1,00 - 1,25) : 1,25 = -0,20. Dezelfde koerswijziging geeft dus +25% voor de dollar en -20% voor de euro: het percentage hangt af van welke munt je als eenheid neemt. Veelgemaakte fout: 25% ook voor de euro noemen, of appreciatie en depreciatie verwisselen.

CONJUNCTUUR · WISSELKOERS

Concurrentiepositie

  • De concurrentiepositie hangt af van het buitenlandse prijspeil, het binnenlandse prijspeil en de wisselkoers.

  • Een europroduct van 100 euro kost een Amerikaan bij 1 euro = 1,25 dollar: 125 dollar.

  • De euro deprecieert naar 1 euro = 1,00 dollar: hetzelfde product kost de Amerikaan nu 100 dollar, 20% minder.

  • Dan verbetert de concurrentiepositie: de export wordt goedkoper. Stijgt het binnenlandse prijspeil, dan verslechtert ze.

  • Appreciatie werkt omgekeerd: export duurder, import goedkoper, dus een slechtere concurrentiepositie.

Syllabus economie vwo 2027, domein I (Goede tijden, slechte tijden), I3.8: "Internationale concurrentiepositie van een land hangt af van buitenlands prijspeil ten opzichte van binnenlands prijspeil en de wisselkoers". Controle: 100 x 1,25 = 125; 100 x 1,00 = 100; (100 - 125) : 125 = -20%. Alles ceteris paribus: als het binnenlandse prijspeil stijgt en de rest gelijk blijft, wordt het product in het buitenland duurder. Veelgemaakte fout: alleen naar de wisselkoers kijken en het prijspeil vergeten.

De prijs van de dollar stijgt van 0,80 naar 0,90 euro. Wat gebeurt er met de euro?

A

De euro deprecieert

B

De euro apprecieert

C

De euro blijft gelijk in waarde

D

De dollar deprecieert

Meer euro's per dollar betekent dat de dollar meer waard wordt (appreciatie) en de euro minder (depreciatie): 1 euro is nu 1 : 0,90 = 1,11 dollar in plaats van 1,25 dollar. Verwachte fout: denken dat een hogere koers goed is voor de euro.

Vul in

Stijgt de vraag naar euro's, dan apprecieert de euro; neemt het aanbod van euro's toe, dan deprecieert de euro.

apprecieert
deprecieert
appreciatie
depreciatie

Meer vraag naar een munt maakt hem duurder (appreciatie), meer aanbod maakt hem goedkoper (depreciatie).

CONJUNCTUUR · WISSELKOERS

Containerschip in de haven van Rotterdam

Depreciatie, lopende en financiële rekening

  • Depreciatie maakt export goedkoper en import duurder: het saldo op de lopende rekening neemt toe.

  • Een groter saldo op de lopende rekening betekent dat het land meer uitleent aan het buitenland.

  • Daardoor neemt ook het saldo op de financiële rekening toe: de financiële tegenhanger.

  • Bij appreciatie is het omgekeerd: beide saldi nemen af.

Syllabus economie vwo 2027, domein I (Goede tijden, slechte tijden), I3.8: "Depreciatie/appreciatie van de munt leidt tot toename/afname van het saldo op de lopende rekening en een toename/afname van het saldo op de financiële rekening". Dit sluit aan op de les over de macro-economische kringloop: een overschot op de lopende rekening is de reële kant, het uitlenen aan het buitenland de financiële tegenhanger. Veelgemaakte fout: denken dat een overschot op de lopende rekening geld uit het buitenland oplevert, of dat de financiële rekening het tegenovergestelde doet. Image credit: Alf van Beem / Wikimedia Commons, CC0

CONJUNCTUUR · WISSELKOERS

Gebouw van de Europese Centrale Bank in Frankfurt, 2012

Rente, kapitaalinvoer en wisselkoers

  • Kapitaalverkeer zijn geldstromen tussen landen: beleggingen (bijvoorbeeld aandelen), leningen en spaargeld.

  • Een hogere nominale rente in het eurogebied (buitenland gelijk) trekt kapitaalinvoer aan.

  • Meer vraag naar euro's: de euro apprecieert en het saldo op de lopende rekening neemt af.

  • Een lagere nominale rente: minder kapitaalinvoer, depreciatie en een groter saldo op de lopende rekening.

Syllabus economie vwo 2027, domein I (Goede tijden, slechte tijden), I3.8: "Een hogere/lagere nominale rente leidt tot appreciatie/depreciatie van de munt door een hogere/lagere kapitaalinvoer". Beleggers zoeken een hoger rendement: ze wisselen hun geld in voor euro's en vragen dus euro's. Het besluit over de rente zelf hoort bij de les over monetair beleid. Veelgemaakte fout: denken dat een hoge rente de munt zwakker maakt, of de keten halverwege stoppen. Image credit: Ypsilon / Wikimedia Commons, CC0

CONJUNCTUUR · WISSELKOERS

Vaste en zwevende wisselkoers

  • Bij een zwevende wisselkoers bepalen vraag en aanbod van valuta de koers; de centrale bank grijpt niet in.

  • Bij een vaste wisselkoers houdt de centrale bank de koers op een vast niveau ten opzichte van een andere munt.

  • Verhoogt de centrale bank de rente bij vrij kapitaalverkeer, dan komt er kapitaalinvoer en wil de munt appreciëren.

  • Daarom kan de centrale bank bij een vaste wisselkoers en vrij kapitaalverkeer geen onafhankelijke rentepolitiek voeren.

Syllabus economie vwo 2027, domein I (Goede tijden, slechte tijden), I3.8: "Wisselkoersregimes: vaste en zwevende wisselkoersen" en "Bij vaste wisselkoersen en vrij kapitaalverkeer kan de Centrale Bank geen onafhankelijke rentepolitiek voeren". De rente moet dan de rente van het land volgen waaraan de koers is vastgezet; anders stroomt kapitaal weg of binnen en komt de vaste koers onder druk. Veelgemaakte fout: denken dat een vaste koers betekent dat de koers nooit onder druk staat.

Zet de keten op volgorde, van oorzaak naar gevolg

1

Het saldo op de lopende rekening neemt af

2

De nominale rente in het eurogebied stijgt

3

De vraag naar euro's neemt toe

4

De euro apprecieert

5

Er komt meer kapitaalinvoer

Volgorde: rente omhoog, kapitaalinvoer, vraag naar euro's, appreciatie, lopende rekening omlaag (export duurder, import goedkoper). Verwachte fout: appreciatie vóór de vraag naar euro's zetten.

Een munt deprecieert. Hoe veranderen de saldi op de lopende en financiële rekening?

A

Beide saldi nemen af

B

Alleen het saldo op de lopende rekening neemt toe

C

Beide saldi nemen toe

D

Alleen het saldo op de financiële rekening neemt toe

Depreciatie maakt export goedkoper en import duurder: het saldo op de lopende rekening neemt toe, en het saldo op de financiële rekening neemt als tegenhanger ook toe. Verwachte fout: één van de twee saldi laten dalen.

CONJUNCTUUR · WISSELKOERS

Het trilemma van het monetair beleid

  • Het trilemma: je kunt maar twee van de drie kiezen.

  • De drie zijn vrij kapitaalverkeer, zelfstandig monetair beleid en een vaste wisselkoers.

  • Vrij kapitaalverkeer en een vaste wisselkoers: geen zelfstandig monetair beleid, de rente volgt het buitenland.

  • Vrij kapitaalverkeer en zelfstandig monetair beleid: geen vaste wisselkoers, de koers zweeft.

  • Vaste wisselkoers en zelfstandig monetair beleid: geen vrij kapitaalverkeer, kapitaalstromen worden beperkt.

Syllabus economie vwo 2027, domein I (Goede tijden, slechte tijden), I3.8: "Trilemma monetair beleid: maar twee van de volgende drie kunnen worden gekozen: vrij kapitaalverkeer, zelfstandig monetair beleid, vaste wisselkoers". Leerlingen kunnen het trilemma als driehoek tekenen: elke zijde is een combinatie van twee, het derde hoekpunt valt af. Veelgemaakte fout: denken dat je alle drie kunt hebben als de rente maar laag genoeg is.

CONJUNCTUUR · WISSELKOERS

Kroatische 2-euromunt uit 2023 voor de vlaggen van Kroatië en de EU

De EMU en de muntunie

  • Een muntunie is een groep landen met één gemeenschappelijke munt, zoals de euro in de EMU.

  • Voordeel: tussen de landen zijn er geen wisselkoersschommelingen meer; dat bevordert de financiële stabiliteit.

  • Nadeel: een land kan een schok niet meer opvangen via een aanpassing van de wisselkoers.

  • Een schok in één land (minder export) kan de conjunctuurbeweging dan versterken: de dip wordt dieper.

Syllabus economie vwo 2027, domein I (Goede tijden, slechte tijden), I3.9: "Een muntunie heeft als voordeel dat wisselkoersschommelingen worden voorkomen waardoor financiële stabiliteit kan worden bevorderd" en "als nadeel dat economieën in de muntunie niet meer schokken kunnen opvangen via aanpassing van de wisselkoers waardoor de conjunctuurbeweging wordt versterkt". De foto toont een Kroatische 2-euromunt van 2023: Kroatië voerde de euro in op 1 januari 2023 (Europese Commissie). Een land als Kroatië kan zijn koers dus niet meer laten depreciëren bij een tegenslag. Veelgemaakte fout: de rente als nadeel noemen; het nadeel zit hier in de ontbrekende wisselkoers. Image credit: European Commission / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

CONJUNCTUUR · WISSELKOERS

Optimaal valutagebied

  • Zonder wisselkoers is een ander aanpassingsmechanisme nodig: dat is de kern van de theorie van het optimaal valutagebied.

  • Er zijn vier mogelijkheden: aanpassing van prijzen, van lonen, migratie van werknemers of transfers (inkomensoverdrachten).

  • Voorbeeld: land A raakt in een crisis. Lonen en prijzen dalen (export weer goedkoper) of werklozen verhuizen naar land B.

  • Of er gaan transfers van land B naar land A: geld van het ene land naar het getroffen land.

  • Een gebied is optimaal als deze aanpassing makkelijk gaat: flexibele lonen en prijzen, mobiele werknemers of transfers.

Syllabus economie vwo 2027, domein I (Goede tijden, slechte tijden), I3.9: "Theorie optimale valutagebieden: bij afwezigheid van wisselkoers is alternatief aanpassingsmechanisme nodig via prijzen, lonen, migratie of inkomensoverdrachten (transfers)". Lonen en prijzen dalen is een aanpassing van het kostenniveau, de voorloper van wat anders een depreciatie zou doen. Veelgemaakte fout: denken dat een gebied optimaal is omdat de landen op elkaar lijken; de theorie draait om het aanpassingsvermogen zonder wisselkoers.

Vaste wisselkoers en vrij kapitaalverkeer: wat valt volgens het trilemma af?

A

Vrij kapitaalverkeer

B

De vaste wisselkoers

C

Zelfstandig monetair beleid

D

De concurrentiepositie

Bij een vaste wisselkoers en vrij kapitaalverkeer moet de rente het buitenland volgen: zelfstandig monetair beleid valt af. Verwachte fout: de concurrentiepositie noemen; die hoort niet bij de drie van het trilemma.

Vul in

In de EMU is er één munt, dus een schok kan niet meer via de wisselkoers worden opgevangen; de theorie van het optimaal valutagebied noemt dan prijzen, lonen, migratie en transfers.

EMU
wisselkoers
optimaal valutagebied
zwevende wisselkoers
kapitaalverkeer

EMU: geen eigen wisselkoers meer; het alternatief voor de wisselkoers staat in de theorie van het optimaal valutagebied.

Wat vond je het lastigst in deze les?

1

Omrekenen en procenten bij wisselkoersen

2

Rente, kapitaalinvoer en rekeningen

3

Het trilemma

4

EMU en optimaal valutagebied

Gebruik de uitkomst om de examentraining te sturen.

Welk nadeel heeft een muntunie bij een schok?

Goed antwoord: het land kan de schok niet meer opvangen via een aanpassing van de wisselkoers (depreciatie), waardoor de conjunctuurbeweging wordt versterkt. Verwachte fout: alleen zeggen dat de rente niet meer zelf te kiezen is.

CONJUNCTUUR · WISSELKOERS

Begrippen (1/2)

  • wisselkoers: Prijs van een munt in termen van een andere munt, bijvoorbeeld euro per dollar.

  • concurrentiepositie: Hangt af van het buitenlandse prijspeil ten opzichte van het binnenlandse prijspeil en de wisselkoers.

  • appreciatie: De munt wordt meer waard in andere munten; het saldo op de lopende rekening neemt af.

  • depreciatie: De munt wordt minder waard in andere munten; het saldo op de lopende rekening neemt toe.

  • kapitaalverkeer: Geldstromen tussen landen: beleggingen, leningen en spaargeld; kapitaalinvoer is geld dat binnenkomt.

This item has no instructions

CONJUNCTUUR · WISSELKOERS

Begrippen (2/2)

  • vaste wisselkoers: De centrale bank houdt de koers op een vast niveau ten opzichte van een andere munt.

  • zwevende wisselkoers: Vraag en aanbod van valuta bepalen de koers.

  • trilemma: Je kiest twee van de drie: vrij kapitaalverkeer, zelfstandig monetair beleid, vaste wisselkoers.

  • muntunie en EMU: Landen met één gemeenschappelijke munt, zoals de euro; geen onderlinge wisselkoers, wel financiële stabiliteit.

  • optimaal valutagebied: Zonder wisselkoers is aanpassing nodig via prijzen, lonen, migratie of transfers.

This item has no instructions