Macro-economische kringloop (Economie vwo), les 2: Examentraining

WELVAART · KRINGLOOP

Examentraining

Macro-economische kringloop: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: het bbp en het inkomen berekenen (bruto en netto), quotes berekenen, saldi berekenen met een stelsel van vergelijkingen en het kringloopschema invullen. Vragen in examenstijl met gegevens in de vraag of in een tabel of schema.

Items in this lesson

WELVAART · KRINGLOOP

Examentraining

Macro-economische kringloop: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Joost J. Bakker / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

WELVAART · KRINGLOOP

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over het bbp, quotes, saldi en het kringloopschema beantwoorden.

This item has no instructions

WELVAART · KRINGLOOP

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: welk land, welke gegevens en wat gevraagd wordt: bbp, een quote of een saldo?

  • 2. Kies: de formule: C + I + O + E - M, inkomens plus afschrijvingen, AIQ of S = I + (O - B) + (E - M).

  • 3. Reken: vul in, los stap voor stap op en let op bruto of netto en op het teken van een saldo.

  • 4. Controleer: komt er hetzelfde uit via een tweede weg, bijvoorbeeld Y = C + I + O + E - M?

This item has no instructions

WELVAART · KRINGLOOP

Vraagtype 1: het bbp en het inkomen berekenen

  • Bestedingen: bbp = C + I + O + E - M. Inkomens: arbeidsinkomen + kapitaalinkomen + afschrijvingen.

  • Bruto of netto? Het nationaal inkomen is het bbp min afschrijvingen.

  • Staat het bbp erbij, dan reken je het ontbrekende inkomen uit.

Vaardigheden (syllabus): "Basisrekenen: procenten, promillen, perunages, procentuele mutatie versus procentpunt, verhoudingen, schatten, grote en kleine getallen, afronden (A2)." Controle vraag 1: 380 + 110 + 120 + 260 - 220 = 650. Vraag 2: 640 - 160 - 55 = 425.

Maasland: C 380, I 110, O 120, E 260, M 220 (mld). Het bbp?

A

650 miljard euro

B

1.090 miljard euro

C

870 miljard euro

D

610 miljard euro

380 + 110 + 120 + 260 - 220 = 650. Verwachte fouten: de import optellen (1.090), de import vergeten (870) of export en import allebei weglaten (610).

Bbp 640, afschrijvingen 55, kapitaalinkomen 160 (mld). Arbeidsinkomen?

A

480 miljard euro

B

425 miljard euro

C

585 miljard euro

D

370 miljard euro

Subjectieve methode: bbp = arbeidsinkomen + kapitaalinkomen + afschrijvingen, dus 640 - 160 - 55 = 425. Verwachte fouten: de afschrijvingen vergeten (480), alleen de afschrijvingen aftrekken (585) of de afschrijvingen twee keer aftrekken (370).

WELVAART · KRINGLOOP

Vraagtype 2: quotes berekenen en vergelijken

  • AIQ = arbeidsinkomen : nationaal inkomen x 100%. Een verandering van de AIQ geef je in procentpunt.

  • Loonkosten per eenheid product = loonkosten per uur : arbeidsproductiviteit (productie per uur).

  • Een hogere AIQ betekent een groter deel van het inkomen voor arbeid, een lagere AIQ voor kapitaal.

Vaardigheden (syllabus): "Basisrekenen: ... procentuele mutatie versus procentpunt, verhoudingen ... (A2)." Vraag 1: 36 : 4 = 9. Vraag 2: 65 - 62 = 3 procentpunt, de procentuele stijging is 3 / 62 = 4,8%.

Loonkosten 36 euro per uur, productie 4 producten per uur. LKP?

A

144 euro per product

B

40 euro per product

C

0,11 euro per product

D

9 euro per product

LKP = loonkosten per uur : productie per uur = 36 : 4 = 9. Verwachte fouten: vermenigvuldigen (144), optellen (40) of de deling omdraaien (0,11).

De AIQ stijgt van 62% naar 65%. Hoeveel procentpunt is de stijging?

A

3 procentpunt

B

4,8 procentpunt

C

6 procentpunt

D

1,5 procentpunt

65 - 62 = 3 procentpunt. Verwachte fout: de procentuele stijging (4,8%) als procentpunt opgeven.

WELVAART · KRINGLOOP

Eemland

Vraagtype 3: saldi berekenen met een stelsel

  • Gebruik Y = C + S + B en S = I + (O - B) + (E - M): samen een stelsel van vergelijkingen.

  • Kies de vergelijking met één onbekende en vul de uitkomst in de volgende vergelijking in.

  • Of gebruik (S - I) + (B - O) = E - M. Let op het teken van een tekort.

Vaardigheden (syllabus): "Eerstegraads- en tweedegraadsvergelijkingen, een eerstegraadsvergelijking als afgeleide van een tweedegraadsvergelijking, stelsels via substitutie (A2)." Vraag 1: 60 + x = -20, dus x = -80. Vraag 2 (Eemland): S = 900 - 540 - 180 = 180; 180 = 130 + (150 - 180) + (E - M) = 100 + (E - M), dus E - M = 80. Controle: 540 + 130 + 150 + 80 = 900. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0

Particulier spaarsaldo 60, saldo lopende rekening -20 (mld). Overheidssaldo?

A

-20 miljard euro

B

+40 miljard euro

C

-80 miljard euro

D

+80 miljard euro

(S - I) + (B - O) = E - M, dus 60 + (B - O) = -20 en B - O = -80: een tekort. Verwachte fouten: de lopende rekening overnemen (-20) of het teken omdraaien (+80).

Bereken E - M van Eemland (zie tabel).

Goed antwoord: 80 miljard euro. Eerst S = 900 - 540 - 180 = 180, dan 180 = 130 + (150 - 180) + (E - M). Verwachte fout: S niet eerst berekenen of O - B met het verkeerde teken invullen (dan komt er 20 uit).

WELVAART · KRINGLOOP

Maasland: de financiële kringloop

Vraagtype 4: het kringloopschema invullen

  • Lees bij elke pijl waar hij begint en eindigt en welke stroom hij voorstelt.

  • De stromen uit de financiële markt zijn samen gelijk aan S: S = I + (O - B) + (E - M).

  • Een positieve E - M is een overschot op de lopende rekening: het land leent geld uit aan het buitenland.

Vaardigheden (syllabus): "Strategisch inzicht: oorzaak en gevolg, probleem en oplossing, korte en lange termijn, evenwicht en onevenwicht (A4)." Vraag 1: 210 - 150 - 20 = 40. Vraag 2: E - M = 20 is een overschot; financieel is dat geld dat naar het buitenland gaat, dus een vordering op het buitenland. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0

Maasland (zie schema): hoe groot is O - B?

A

60 miljard euro

B

20 miljard euro

C

40 miljard euro

D

-40 miljard euro

S = I + (O - B) + (E - M), dus 210 = 150 + (O - B) + 20 en O - B = 40. Verwachte fouten: de export-importpost vergeten (60), de waarde van E - M overnemen (20) of het teken omdraaien (-40).

In het schema is E - M positief. Wat is juist?

A

Overschot: het land leent geld uit aan het buitenland

B

Tekort: het land leent geld uit aan het buitenland

C

Overschot: het land leent geld van het buitenland

D

Tekort: het land leent geld van het buitenland

E - M positief is een overschot. De financiële tegenhanger is dat het land per saldo geld uitleent aan het buitenland.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Het bbp en het inkomen berekenen

2

Quotes berekenen en vergelijken

3

Saldi berekenen met een stelsel

4

Het kringloopschema invullen

Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.

WELVAART · KRINGLOOP

Tips voor op het examen

  • Schrijf eerst de formule op en vul daarna de getallen in.

  • Bruto of netto? Het nationaal inkomen is het bbp min afschrijvingen.

  • Geef een verandering van een quote in procentpunt.

  • Bij saldi: kies de vergelijking met één onbekende en let op het teken.

This item has no instructions