WELVAART · KRINGLOOP
Examentraining
Macro-economische kringloop: zo pak je examenvragen aan
WELVAART · KRINGLOOP
Examentraining
Macro-economische kringloop: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Joost J. Bakker / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
WELVAART · KRINGLOOP
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over het bbp, quotes, saldi en het kringloopschema beantwoorden.
This item has no instructions
WELVAART · KRINGLOOP
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welk land, welke gegevens en wat gevraagd wordt: bbp, een quote of een saldo?
2. Kies: de formule: C + I + O + E - M, inkomens plus afschrijvingen, AIQ of S = I + (O - B) + (E - M).
3. Reken: vul in, los stap voor stap op en let op bruto of netto en op het teken van een saldo.
4. Controleer: komt er hetzelfde uit via een tweede weg, bijvoorbeeld Y = C + I + O + E - M?
This item has no instructions
WELVAART · KRINGLOOP
Vraagtype 1: het bbp en het inkomen berekenen
Bestedingen: bbp = C + I + O + E - M. Inkomens: arbeidsinkomen + kapitaalinkomen + afschrijvingen.
Bruto of netto? Het nationaal inkomen is het bbp min afschrijvingen.
Staat het bbp erbij, dan reken je het ontbrekende inkomen uit.
Vaardigheden (syllabus): "Basisrekenen: procenten, promillen, perunages, procentuele mutatie versus procentpunt, verhoudingen, schatten, grote en kleine getallen, afronden (A2)." Controle vraag 1: 380 + 110 + 120 + 260 - 220 = 650. Vraag 2: 640 - 160 - 55 = 425.
Maasland: C 380, I 110, O 120, E 260, M 220 (mld). Het bbp?
650 miljard euro
1.090 miljard euro
870 miljard euro
610 miljard euro
380 + 110 + 120 + 260 - 220 = 650. Verwachte fouten: de import optellen (1.090), de import vergeten (870) of export en import allebei weglaten (610).
Bbp 640, afschrijvingen 55, kapitaalinkomen 160 (mld). Arbeidsinkomen?
480 miljard euro
425 miljard euro
585 miljard euro
370 miljard euro
Subjectieve methode: bbp = arbeidsinkomen + kapitaalinkomen + afschrijvingen, dus 640 - 160 - 55 = 425. Verwachte fouten: de afschrijvingen vergeten (480), alleen de afschrijvingen aftrekken (585) of de afschrijvingen twee keer aftrekken (370).
WELVAART · KRINGLOOP
Vraagtype 2: quotes berekenen en vergelijken
AIQ = arbeidsinkomen : nationaal inkomen x 100%. Een verandering van de AIQ geef je in procentpunt.
Loonkosten per eenheid product = loonkosten per uur : arbeidsproductiviteit (productie per uur).
Een hogere AIQ betekent een groter deel van het inkomen voor arbeid, een lagere AIQ voor kapitaal.
Vaardigheden (syllabus): "Basisrekenen: ... procentuele mutatie versus procentpunt, verhoudingen ... (A2)." Vraag 1: 36 : 4 = 9. Vraag 2: 65 - 62 = 3 procentpunt, de procentuele stijging is 3 / 62 = 4,8%.
Loonkosten 36 euro per uur, productie 4 producten per uur. LKP?
144 euro per product
40 euro per product
0,11 euro per product
9 euro per product
LKP = loonkosten per uur : productie per uur = 36 : 4 = 9. Verwachte fouten: vermenigvuldigen (144), optellen (40) of de deling omdraaien (0,11).
De AIQ stijgt van 62% naar 65%. Hoeveel procentpunt is de stijging?
3 procentpunt
4,8 procentpunt
6 procentpunt
1,5 procentpunt
65 - 62 = 3 procentpunt. Verwachte fout: de procentuele stijging (4,8%) als procentpunt opgeven.
WELVAART · KRINGLOOP
Eemland
Vraagtype 3: saldi berekenen met een stelsel
Gebruik Y = C + S + B en S = I + (O - B) + (E - M): samen een stelsel van vergelijkingen.
Kies de vergelijking met één onbekende en vul de uitkomst in de volgende vergelijking in.
Of gebruik (S - I) + (B - O) = E - M. Let op het teken van een tekort.
Vaardigheden (syllabus): "Eerstegraads- en tweedegraadsvergelijkingen, een eerstegraadsvergelijking als afgeleide van een tweedegraadsvergelijking, stelsels via substitutie (A2)." Vraag 1: 60 + x = -20, dus x = -80. Vraag 2 (Eemland): S = 900 - 540 - 180 = 180; 180 = 130 + (150 - 180) + (E - M) = 100 + (E - M), dus E - M = 80. Controle: 540 + 130 + 150 + 80 = 900. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0
Particulier spaarsaldo 60, saldo lopende rekening -20 (mld). Overheidssaldo?
-20 miljard euro
+40 miljard euro
-80 miljard euro
+80 miljard euro
(S - I) + (B - O) = E - M, dus 60 + (B - O) = -20 en B - O = -80: een tekort. Verwachte fouten: de lopende rekening overnemen (-20) of het teken omdraaien (+80).
Bereken E - M van Eemland (zie tabel).
Goed antwoord: 80 miljard euro. Eerst S = 900 - 540 - 180 = 180, dan 180 = 130 + (150 - 180) + (E - M). Verwachte fout: S niet eerst berekenen of O - B met het verkeerde teken invullen (dan komt er 20 uit).
WELVAART · KRINGLOOP
Maasland: de financiële kringloop
Vraagtype 4: het kringloopschema invullen
Lees bij elke pijl waar hij begint en eindigt en welke stroom hij voorstelt.
De stromen uit de financiële markt zijn samen gelijk aan S: S = I + (O - B) + (E - M).
Een positieve E - M is een overschot op de lopende rekening: het land leent geld uit aan het buitenland.
Vaardigheden (syllabus): "Strategisch inzicht: oorzaak en gevolg, probleem en oplossing, korte en lange termijn, evenwicht en onevenwicht (A4)." Vraag 1: 210 - 150 - 20 = 40. Vraag 2: E - M = 20 is een overschot; financieel is dat geld dat naar het buitenland gaat, dus een vordering op het buitenland. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0
Maasland (zie schema): hoe groot is O - B?
60 miljard euro
20 miljard euro
40 miljard euro
-40 miljard euro
S = I + (O - B) + (E - M), dus 210 = 150 + (O - B) + 20 en O - B = 40. Verwachte fouten: de export-importpost vergeten (60), de waarde van E - M overnemen (20) of het teken omdraaien (-40).
In het schema is E - M positief. Wat is juist?
Overschot: het land leent geld uit aan het buitenland
Tekort: het land leent geld uit aan het buitenland
Overschot: het land leent geld van het buitenland
Tekort: het land leent geld van het buitenland
E - M positief is een overschot. De financiële tegenhanger is dat het land per saldo geld uitleent aan het buitenland.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Het bbp en het inkomen berekenen
Quotes berekenen en vergelijken
Saldi berekenen met een stelsel
Het kringloopschema invullen
Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.
WELVAART · KRINGLOOP
Tips voor op het examen
Schrijf eerst de formule op en vul daarna de getallen in.
Bruto of netto? Het nationaal inkomen is het bbp min afschrijvingen.
Geef een verandering van een quote in procentpunt.
Bij saldi: kies de vergelijking met één onbekende en let op het teken.
This item has no instructions