Digitaal dictee 4ORG LOG

Digitaal dictee 4ORG LOG
De leerkracht dicteert, jullie schrijven.
1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Digitaal dictee 4ORG LOG
De leerkracht dicteert, jullie schrijven.

Slide 1 - Slide

werkwoorden tegenwoordige tijd
ik : stam
anderen: stam + t
meervoud: infinitief

Slide 2 - Slide

Tegenwoordige tijd
A
hij bediend
B
hij bedient
C
hij bediendt

Slide 3 - Quiz

Waarom "bedient"?

Slide 4 - Open question

Luister naar de zin die de leerkracht voorleest en schrijf op.

Slide 5 - Open question

Luister naar de zin die de leerkracht voorleest en schrijf op.

Slide 6 - Open question

Luister naar de zin die de leerkracht voorleest en schrijf op.

Slide 7 - Open question

Hoofdletters

In het begin van de zin schrijf ik een hoofdletter.
Voorbeeld: Vandaag is het maandag.

Een eigennaam schrijf ik met een hoofdletter.
Voorbeeld: Hugo Claus

Personen en zaken die als heilig worden beschouwd schrijf ik met een hoofdletter.
Voorbeeld: de Bijbel, Boeddha, God, Allah (let op NIET "een god")

Aardrijkskundige namen en hun afleidingen schrijf ik met een hoofdletter.
Voorbeeld: Zuid-Afrika, Belgen

Namen van (kerkelijke) feestdagen schrijf ik met een hoofdletter.
Voorbeeld: Kerstmis

Slide 8 - Slide

Wat krijgt geen hoofdletter?
A
planeten
B
talen
C
windrichtingen
D
historische gebeurtenissen

Slide 9 - Quiz

Duid de juiste schrijfwijze aan
A
kerstvakantie
B
Kerstvakantie

Slide 10 - Quiz

Duid de juiste schrijfwijze aan
A
zuidoost-azië
B
Zuidoost-Azië
C
D
zuidoost-Azië

Slide 11 - Quiz

Luister naar de zin die de leerkracht voorleest en schrijf op.

Slide 12 - Open question

Luister naar de zin die de leerkracht voorleest en schrijf op.

Slide 13 - Open question

Luister naar de zin die de leerkracht voorleest en schrijf op.

Slide 14 - Open question

Duidt de juiste schrijfwijze aan
A
solicitatie
B
sollicitatie
C
solycitatie
D
sollisitatie

Slide 15 - Quiz

Ik vond uw ... heel aantrekkelijk
A
aanbod
B
aanbodt
C
aanbot

Slide 16 - Quiz

Ik vond ... aanbod heel aantrekkelijk
A
u
B
uw
C
uu

Slide 17 - Quiz

Waarom uw?

Slide 18 - Open question

Luister naar de zin die de leerkracht voorleest en schrijf op.

Slide 19 - Open question

Ik ben zelf erg ... om te starten.
A
gemotiveert
B
gemotiveerd
C
gemotiveerdt
D
gemmotiveerd

Slide 20 - Quiz

Hopelijk ontvang ik snel een ... .
A
antwoord
B
antwoordt
C
antwoort

Slide 21 - Quiz

Waarom antwoord?

Slide 22 - Open question

Luister naar de zin die de leerkracht voorleest en schrijf op.

Slide 23 - Open question