8. Franse Revolutie en Restauratie

1 / 128
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisHoger onderwijs

This lesson contains 128 slides, with interactive quizzes, text slides and 27 videos.

time-iconLesson duration is: 240 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

16de-18de eeuw: Europese verdeeldheid
* Herstelde monarchie in Engeland (Bill of Rights, parlementaire monarchie)
* Frankrijk evolueert naar een Europese grootmacht, diverse Europese oorlogen
* Verenigde Provinciën in Gouden Eeuw en invloed buiten de grenzen
* Zuidelijke Nederlanden, van godsdienst tot successie-oorlogen. 
* Iberisch schiereiland verliest Europese dominantie.
* Balticum en Scandinavië (Dertigjarige oorlog).
* Moskou (Rusland) en Pruisen, nieuwe spelers op het Europese schaakbord.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Slide 4 - Slide


Europese machtsiconen (vorsten)

Slide 5 - Slide

Europese machtsiconen 

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Oefening Verlichting deel 2

Slide 8 - Slide

Welk beeld associeer je met het woord 'revolutie'?

Slide 9 - Open question

Slide 10 - Video

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Hoe heeft de Franse steun aan de Amerikaanse Revolutie bijgedragen aan de Franse Revolutie?
A
Het verminderde de belastingdruk
B
Het versterkte de economie
C
Het leidde tot politieke stabiliteit
D
Het vergrootte de staatsschuld en de ontevredenheid

Slide 14 - Quiz

Welke rol speelde de Verlichting in de aanloop naar de Franse Revolutie?
A
Het verspreiden van ideeën over gelijkheid
B
Het onderdrukken van politieke debatten
C
Het promoten van absolute monarchie
D
Het versterken van de standenmaatschappij

Slide 15 - Quiz

Wat was een directe aanleiding voor de Franse Revolutie?
A
Een succesvolle oogst
B
Een nieuwe koning aan de macht
C
De financiële crisis van de staat
D
Een buitenlandse invasie

Slide 16 - Quiz

Welke factor speelde een rol bij de sociale onrust voorafgaand aan de Franse Revolutie?
A
Stijgende levensstandaard
B
Gebrek aan religieuze vrijheid
C
Oneerlijke verdeling van belastingen
D
Vrijheid van meningsuiting

Slide 17 - Quiz

Wat was een belangrijke economische oorzaak van de Franse Revolutie?
A
Hoge belastingen en slechte economie
B
Sterke internationale handel
C
Lage belastingen en goede economie
D
Te veel politieke conflicten

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Slide

1789
- Mei 1789: Opening Staten-Generaal in Versailles; conflict over stemwijze en positie van de Derde Stand.
- 17 juni 1789: De Derde Stand roept zichzelf uit tot Nationale Vergadering.
- 20 juni 1789: Eed op de Kaatsbaan – de Nationale Vergadering zweert niet uiteen te gaan vóór er een grondwet is.
- 14 juli 1789: Bestorming van de Bastille (symbool van het absolutisme).
- Nacht van 4 op 5 augustus 1789: Afschaffing van feodale voorrechten van adel en geestelijkheid.
- 26 augustus 1789: Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger.
- 5–6 oktober 1789: Mars van de vrouwen op Versailles; koning en Nationale Vergadering verhuizen naar Parijs vanuit Versailles.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Slide 23 - Video

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Revolutionairen

Slide 27 - Slide

Andere stemmen

Slide 28 - Slide

Links of rechts?

Slide 29 - Slide

1790-1792
- 1790: Burgerlijke Grondwet op de Clerus (onderwerping Kerk aan de staat, nationalisatie kerkbezit).
- 1791 (juni): Vluchtpoging van Lodewijk XVI (Varennes), ondermijnt vertrouwen in de koning.
- September 1791: Eerste Franse grondwet treedt in werking; Frankrijk wordt een constitutionele monarchie.
- April 1792: Frankrijk verklaart oorlog aan Oostenrijk (en later Pruisen); begin revolutionaire oorlogen.
- 10 augustus 1792: Bestorming van de Tuilerieën, de koning wordt gevangen gezet; feitelijke val van de monarchie.
- 2–6 september 1792: Septembermoorden in Parijs (massale lynchpartijen van vermeende tegenstanders van de revolutie).
- 21 september 1792: Afschaffing monarchie; uitroeping van de Eerste Franse Republiek.


Slide 30 - Slide

Slide 31 - Video

Rol vrouwen in deze revolutie
* Vrouwenmars op Versailles (5 oktober 1789)
* Schrijfsters als Olympe de Gouges formuleerden expliciete eisen voor juridische en politieke gelijkheid, onder meer in de “Déclaration des droits de la femme et de la citoyenne” (1791)
* Vrouwen als Madame Roland en Madame de Staël oefenden invloed uit via salons en informele netwerken, waar zij revolutionaire ideeën mee vormgaven en politici trachtten te sturen. Charlotte Corday vermoordde de radicale revolutionair Jean-Paul Marat; haar daad maakte haar tot een iconische, maar omstreden figuur.
*Marie-Antoinette: koningin en symboolfiguur van het “verdorven” ancien régime; in pamfletten sterk aangevallen
*Sophie de Condorcet : salonnière en intellectueel, kring rond haar huis bracht verlichte en revolutionaire denkers samen; verdedigde onder meer onderwijs voor meisjes en mensenrechten.

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Video

Slide 35 - Video

1793-1795
• 21 januari 1793:  Europa reageert met oorlog (Eerste Coalitie).
• Voorjaar 1793: Binnenlandse opstand in de Vendée en andere regio’s; Conventie richt Comité de Salut Public (Openbare Veiligheid) op als crisismacht 
• Juni 1793: Jakobijnen (Montagnards) grijpen de macht in de Conventie; Girondijnen uitgeschakeld.
• 1793 (herfst): Invoering algemene dienstplicht (levée en masse) en radicale maatregelen tegen “vijanden van de revolutie”; start fase die bekendstaat als de Terreur.
• 1794 (voorjaar–zomer): hoogtepunt van de Terreur; duizenden executies onder vermeende tegenstanders (royalisten, geestelijken, “gematigde” revolutionairen). Val en terechtstelling van Robespierre en zijn medestanders; einde van het Schrikbewind.
• 1795 – Nieuwe constitutie en Directoire (vijfkoppig bestuur)

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Video

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Video

Wie was koning van Frankrijk tijdens de revolutie?
A
Lodewijk XIV
B
Karel de Grote
C
Lodewijk XVI
D
Napoleon Bonaparte

Slide 42 - Quiz

Wat was de Bastille?
A
Een marktplaats
B
Een oorlogsschip
C
Een gevangenis en symbool van tirannie
D
Een paleis van de koning

Slide 43 - Quiz

Wat was een belangrijke oorzaak van de Franse Revolutie?
A
De Franse overwinningen in oorlogen
B
De uitvinding van de stoommachine
C
Sociale ongelijkheid tussen standen
D
De ontdekking van Amerika

Slide 44 - Quiz

Wat gebeurde er in januari 1789?
A
De Staten-Generaal werd bijeengeroepen.
B
De koning vluchtte naar Engeland.
C
De Verklaring van de Rechten van de Mens.
D
De Bastille werd bestormd.

Slide 45 - Quiz

Wanneer begon de Franse Revolutie?
A
In 1804
B
In 1789
C
In 1776
D
In 1792

Slide 46 - Quiz

Wat gebeurde er in augustus 1789?
A
De koning werd geëxecuteerd.
B
De Verklaring van de Rechten van de Mens.
C
De Nationale Vergadering werd ontbonden.
D
De Franse vlag werd geïntroduceerd.

Slide 47 - Quiz

Welke politieke club was het meest invloedrijk?
A
Girondijnen
B
Royalisten
C
Anarchisten
D
Jacobinens

Slide 48 - Quiz

Wat was het doel van de Jacobijnen?
A
Republiek vestigen
B
Militaire dictatuur opzetten
C
Sociale gelijkheid
D
Monarchie herstellen

Slide 49 - Quiz

Wat gebeurde er in 1793?
A
Executie van Lodewijk XVI
B
Ondertekening van de grondwet
C
Vrede met Oostenrijk
D
Oorlog met Engeland

Slide 50 - Quiz

Slide 51 - Video

Meanwhile in onze gebieden

Slide 52 - Slide

Oefening Canon van Vlaanderen
* Ga naar https://www.canonvanvlaanderen.be/events/keizerin-maria-theresia/ en lees de focuspunten en ga vervolgens naar https://historiek.net/brabantse-omwenteling-politieke-spanningen-religieus-geweld/70071/

* Welk verband is tussen de Brabantse en Franse Revolutie? Welk belang zie hierin?

Slide 53 - Slide

Slide 54 - Video

https://www.vrt.be/vrtmax/a-z/het-verhaal-van-vlaanderen/1/het-verhaal-van-vlaanderen-s1a7/?ndl=true

Slide 55 - Slide

Slide 56 - Slide

Slide 57 - Video

Slide 58 - Slide

Slide 59 - Slide

Slide 60 - Slide

Slide 61 - Slide

Slide 62 - Slide

Slide 63 - Video

Slide 64 - Slide

Slide 65 - Video

Slide 66 - Slide

Slide 67 - Slide

Slide 68 - Video

Slide 69 - Slide

Slide 70 - Video

Slide 71 - Video

Welk jaar begon Napoleon met het invoeren van het metrieke stelsel?
A
1799
B
1805
C
1810
D
1801

Slide 72 - Quiz

Wat was de naam van Napoleon's burgerlijke code?
A
Code of Hammurabi
B
Code Napoléon
C
Code Civil
D
Code of Justinian

Slide 73 - Quiz

Welk wetboek introduceerde Napoleon in Nederland?
A
Code Civil
B
Code Napoléon
C
Code of Hammurabi
D
Code Napoleon III

Slide 74 - Quiz

Wat hebben we te danken aan Napoleon?

Slide 75 - Mind map

Slide 76 - Slide

Overzicht 1789-1815
https://padlet.com/mariovandervurst/de-franse-revolutie-van-1789-tot-1815-hdrg34cm4j2z4ob9

Slide 77 - Slide

Slide 78 - Video

Slide 79 - Slide

Slide 80 - Slide

Slide 81 - Slide

Slide 82 - Slide

Slide 83 - Slide

Slide 84 - Slide

Slide 85 - Slide

Slide 86 - Slide

Slide 87 - Slide

Slide 88 - Slide

Slide 89 - Video

Slide 90 - Slide

Slide 91 - Slide

Slide 92 - Slide

Slide 93 - Slide

Slide 94 - Slide

Wat is een natie?
(Ernest Gellner, Ernest Renan, Benedict Anderson, Johann Gottfried von Herder, Eric Storm)

Slide 95 - Mind map

Slide 96 - Slide

Slide 97 - Video

Nieuwe ideologische krachten tegen Weens maatschappelijk conservatisme 
* Liberalisme
* Nationalisme
* Communisme en socialisme (pas van tweede helft 19de eeuw)
* Anarchisme (actief vanaf midden 19de eeuw)
* Christen-democratie (eind 19de eeuw)

Slide 98 - Slide

Welk land kreeg controle over België als gevolg van het Congres van Wenen?
A
Groot-Brittannië
B
Nederland
C
Duitsland
D
Frankrijk

Slide 99 - Quiz

Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830)
* Territorium omvatte ongeveer het huidige Nederland, België en Luxemburg.
* Bestuur: geregeerd door Koning Willem I, koning uit het Huis Oranje-Nassau.
* Hoofdsteden: de regering wisselde jaarlijks tussen Brussel en Den Haag
* Regionale verschillen vanaf 1648: religie (N: voornamelijk protestants/Z: vooral katholiek)/taal  (N: Nederlands protestants/Z: vooral franstalige elite)/economie ( (N: vrjhandel en zeevaart /Z: landbouw/opkomende industrie)

Slide 100 - Slide

Slide 101 - Slide

Slide 102 - Slide

Slide 103 - Video

Ontevredenheid bij velen in het Zuiden vooral bij...
* Liberalen: grondwet té autoritair en raar aangenomen (Hollandse rekenkunde)
* Katholieke kerk:  godsdienstvrijheid en rijksscholen
* Rijke burgerij en adel (franstalig): Nederlands wordt bestuurstaal (leger, administratie, rechtspraak en onderwijs)
* Ambachtslieden: concurrentie door Willem I gesteunde industrie en handel

Slide 104 - Slide

Monsterverbond (1828-1848): tijd van unionisme

Slide 105 - Slide

Slide 106 - Slide

De revolutiegolf in 1830 (Polen, Frankrijk, Zwitserland, Italië)

Slide 107 - Slide

Slide 108 - Video

Slide 109 - Video

Slide 110 - Slide

Slide 111 - Slide

Slide 112 - Slide

Slide 113 - Slide

Slide 114 - Slide

Le compromis Belge
* Progressief toen: beperkte macht koning, representatieve democratie, veel rechten en vrijheden, kamer met veel macht
* Conservatief toen: geen republiek, cijnskiesrecht, senaat met conservatieve insteek.
Hoofdprincipes: volkssoevereniteit, scheiding der machten, constitutionele monarchie, representatieve democratie (bicameraal)

Slide 115 - Slide

Leopold I, een Duitser als koning?

https://www.facebook.com/watch/?v=3005742229656209

Slide 116 - Slide

Welke stad speelde een belangrijke rol in de revolutie?
A
Gent
B
Antwerpen
C
Brussel
D
Luik

Slide 117 - Quiz

Wat was de aanleiding voor de Belgische Revolutie?
A
Buitenlandse invasie
B
Religieuze conflicten
C
Verzet tegen de Nederlandse overheersing
D
Economische crisis

Slide 118 - Quiz

Wie was de koning van België vóór de revolutie?
A
Filips II
B
Willem I
C
Napoleon
D
Leopold I

Slide 119 - Quiz

Wanneer vond de Belgische Revolutie plaats?
A
1848
B
1815
C
1789
D
1830

Slide 120 - Quiz

Wie was de eerste koning van België?
A
Albert I
B
Leopold I
C
Boudewijn
D
Filips I

Slide 121 - Quiz

Wat liet Willem I achter op onze gebieden?

Slide 122 - Open question

Slide 123 - Slide

Slide 124 - Slide

Slide 125 - Slide

Slide 126 - Video

Slide 127 - Video

Slide 128 - Video