Het ademhalingsstelsel

Wat gebeurt er met het water?

1 / 21
next
Slide 1: Open question
New lesson editorNatuurkundeMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Wat gebeurt er met het water?

Wat doet de persoon?

Wat wordt er gemeten?

Wat denken jullie dat het ademvolume betekent?

Wat zie je op de eerste tabel op p.189

Wat zie je op de tweede tabel op p.189

Wat zie je op de derde tabel op p.189

Waarom hebben jongens een groter ademvolume dan meisjes?

De grote ademhalingsquiz

Welk orgaan komt als eerste in de weg van de lucht?

A

Luchtpijp

B

Neusholte

C

Longblaasjes

D

Luchtpijptakken

Wat gebeurt er bij het inademen?


A

Je geeft lucht af

B

Je neemt lucht op

C

Je longen worden kleiner

D

Je hart stopt even

Wat gebeurt er bij het uitademen?


A

Je geeft lucht af

B

Je neemt lucht op

C

Je longen worden groter

D

Je adement zuurstof uit

Wat is ademritme

A

Hoeveel lucht je in één keer uitblaast

B

Hoeveel ademhalingen je per minuut doet

C

Hoe snel je hart klopt

D

Hoe diep je ademt

Wat gebeurt er met je ademritme na inspanning?

A

Het blijft hetzelfde

B

Het stijgt

C

Het daalt

D

Het stopt even

Wat is ademvolume?

A

Hoeveel lucht per ademhaling in de longen wordt opgenomen of afgegeven.

B

Hoeveel lucht je per minuut inademt

C

Hoeveel lucht er in je longen blijft zitten

D

Hoeveel lucht je per dag gebruikt

Wat is het maximale ademvolume?

A

De kleinste hoeveelheid lucht die je uitademt

B

De hoeveelheid lucht die je ’s nachts gebruikt

C

De grootste hoeveelheid lucht die je in één keer kunt uitademen

D

De hoeveelheid lucht die in je keel blijft

Welke factor beïnvloedt je ademvolume. Meerdere antwooren mogelijk.

A

Je schoenmaat

B

Je lengte

C

Je leeftijd

D

Je favoriete eten