Je kunt bepalen welke doelstelling een monopolist nastreeft aan de hand van een grafiek
Slide 3 - Slide
Wat zijn de kenmerken van de marktvorm monopolie?
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Soorten monopolie
Wettelijk monopolie of overheidsmonopolie (paspoorten, ID, rijbewijs maken/ geldbiljetten drukken, door octrooi of patent)
Natuurlijk monopolie (investering in zo'n bedrijf is zo groot dat niemand dat kan of er is maar 1 iemand die bij de oliebron kan komen)
Collectief monopolie (meer aanbieders treden op als één aanbieder > kartel)
Slide 6 - Slide
Kan een monopolist net zoveel vragen voor een product als hij zou willen?
Slide 7 - Slide
Betalingsbereidheid
Nee, de monopolist is afhankelijk van de betalingsbereidheid van de consument.
De vraaglijn laat zien wat de betalingsbereidheid is van de vragers. Dus de maximale betalingsbereidheid is de hoogste prijs die de vragers er voor over hebben!
Slide 8 - Slide
De prijsafzetlijn van de monopolist
Slide 9 - Slide
Monopolist grafisch weergegeven
Wat weet je nog over deze lijnen?
Slide 10 - Slide
Maximale winst berekenen
Bij welke hoeveelheid goederen (=q) verkopen hebben we maximale winst?
Maximale winst → MO = MK
MK = Marginale kosten → MK = GVK
Slide 11 - Slide
Marginale kosten en opbrengsten
De marginale kosten zijn de extra kosten die een onderneming heeft als de productie met één eenheid wordt uitgebreid.
De marginale opbrengsten zijn de extra opbrengsten die een onderneming krijgt bij de verkoop van één extra eenheid.
Slide 12 - Slide
Maximale winst
Aflezen in een grafiek:
MO=MK (punt 1)
Trek weer lijn omhoog naar P=GO en dan heb je de prijs (punt 2)
Slide 13 - Slide
Wat waren de drie doelstellingen ook alweer?
Slide 14 - Slide
Bedrijven kunnen drie doelstellingen hebben
Maximale winst > MO=MK
Maximale omzet > MO=0
Kostendekkend (break-even) > TO=TK of GO=GTK
Slide 15 - Slide
Overleg in 5 min. met je buur:
Bij welke hoeveelheid draait het bedrijf break-even?
Wat is de hoeveelheid die hoort bij maximale omzet?
Wat is de prijs bij maximale winst?
Slide 16 - Slide
Aan de slag met opdr. 2.3 en 2.4
Je mag klassikaal meedoen of zelfstandig aan de slag.
Klaar? Probeer 2.6 alvast!
Slide 17 - Slide
Slide 18 - Slide
Deze les
Je kunt bepalen welke doelstelling een monopolist nastreeft aan de hand van een grafiek
Je weet wat prijsdiscriminatie is en hoe een monopolist dat inzet
Slide 19 - Slide
Terugblik
Wat zijn de twee hoeveelheden en prijzen die horen bij break-even/kostendekkend?
Slide 20 - Slide
Terugblik
En van minimaal verlies?
Slide 21 - Slide
Producenten (aanbieders) proberen altijd hun surplus (voordeel) uit te breiden.
Hoe kunnen ze dat doen?
Slide 22 - Slide
Prijsdiscriminatie
Aanbieder biedt hetzelfde product aan voor een andere prijs aan verschillende groepen consumenten, in de hoop zijn surplus te vergroten.
Vliegtickets in de winter vs last minute
Concerttickets die op naam staan
Prijzen discrimineren op leeftijd
Slide 23 - Slide
Afromen consumentensurplus
Slide 24 - Slide
Prijsdiscriminatie
Door prijsdiscriminatie daalt het consumentensurplus.
Dit wordt afgeroomd: Mensen die een hogere betalingsbereidheid hebben, betalen ook een hogere prijs, dus minder surplus voor consument.
Slide 25 - Slide
Waarom zie je wel prijsdiscriminatie bij tickets, maar niet bij bijv. frikandelbroodjes?
Slide 26 - Slide
Voorwaarden
Deelmarkten moeten gescheiden zijn, dus de consumenten met een verschillende betalingsbereidheid moeten van elkaar gescheiden worden.
Bijv. een ticket op naam, verschillende tijdsblokken, leeftijd, etc.
Slide 27 - Slide
Maximale winst aflezen
Slide 28 - Slide
Maximale winst in de grafiek
Welke kleur ster geeft maximale winst aan?
Slide 29 - Slide
Aan de slag met opdr. 2.6
Je mag klassikaal meedoen of zelfstandig aan de slag.