Creatief schrijven & spelling les 3: overeenkomsten en verschillen sprookjes

Creatief schrijven & Spelling
les 3
Nederlands Periode 1 HAVO/VWO 1 2022-2023
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Creatief schrijven & Spelling
les 3
Nederlands Periode 1 HAVO/VWO 1 2022-2023

Slide 1 - Slide

Lezen
10 minuten
timer
10:00

Slide 2 - Slide

terugblik
...je weet wat de kenmerken zijn van een sprookje.
...je weet het verschil tussen volkssprookje en cultuursprookjes.

Slide 3 - Slide

Aan het einde van deze les...


... heb je de theorie van de vorige les herhaald.
...heb je verschillen en overeenkomsten gevonden van het sprookje Roodkapje.

Slide 4 - Slide

Weten we het nog?
Wat heb je geleerd over hoofdpersonen in sprookjes?

Slide 5 - Mind map

Wat heb je geleerd over plaatsen in sprookjes?

Slide 6 - Mind map

Wat heb je geleerd over de opbouw van sprookjes?

Slide 7 - Mind map

Roodkapje


Slide 8 - Slide

Wat zijn de verschillende in het sprookje Roodkapje

Slide 9 - Open question

Wat zijn de overeenkomsten?

Slide 10 - Open question

Welke personages komen voor in het gelezen verhaal van roodkapje?

Slide 11 - Open question

Aan de slag!
  • Ga naar: www.andersonstories.com. Kies voor: Nederlands
  • Kies samen met je buur: 1 van de sprookjes onder De mooiste sprookjes van Anderson.

  • Opdracht: Lees samen met je buurman of buurvrouw het sprookje. Maak daarna samen slide 10 voor jezelf in LessonUp.


timer
10:00

Slide 12 - Slide

1. Welk sprookje heb jij gelezen?
2. Welke kenmerken heb je ontdekt in jullie gelezen sprookje?

Slide 13 - Open question

Slide 14 - Video

Moraal, wijze (levens)les
Sprookje
Moraal
Roodkapje
Je moet luisteren naar wat je ouders zeggen
Sneeuwwitje en de 7 dwergen
Je moet niet zomaar aanwijzingen van vreemden opvolgen
Het lelijke eendje
Je moet nooit alleen naar de buitenkant van iemand kijken. Juist door naar de binnenkant te kijken zie je hoe mooi iemand is.
Hans en Grietje
Je moet nooit zomaar vreemde mensen vertrouwen
De nieuwe kleren van de keizer
Als je zo ijdel bent dat je geen weloverwogen beslissingen meer kunt nemen dan zul je daar uiteindelijk voor gestraft worden.
Assepoester
Als je goed bent voor anderen, dan krijg je dit vanzelf een keer terug. Tegelijkertijd laat het sprookje ook zien dat valsheid wordt bestraft

Slide 15 - Slide

Bijvoeglijke naamwoorden
Bijvoeglijke naamwoorden komen veel voor in sprookjes en zeggen iets over het zelfstandig naamwoord (alle dieren, mensen, planten en dingen/voorwerpen)

  • De blonde jongen
  • De dronken vrouw
  • De ronde tafel
  • Fries suikerbrood
  • Het gouden kettinkje

Slide 16 - Slide

Bijvoeglijke naamwoorden en woorden die ’kleur’ geven aan een verhaal
  • De prins gaf de prinses een kus.
  • De dappere prins gaf de mooie prinses een dikke kus.

  • De kabouter woont in een huis.
  • De stoere kabouter woont in een klein huisje aan de rand van het bos.

  • De heks keek naar Hans en Grietje.
  • De enge, lelijke heks loerde met hongerige ogen naar de vrolijk spelende Hans en Grietje.

  • De tovenaar ging naar de grot.
  • De stokoude, mysterieuze tovenaar rende bliksemsnel naar de grot die verscholen lag in de donkere bossen.
Bijvoeglijke naamwoorden en woorden die ’kleur’ geven aan een verhaal

Slide 17 - Slide

Aan de slag!
  • We gaan verder met de sprookjes die we eerder hebben geschreven.
  • Maak een propje van je blaadje en gooi deze op mijn teken zo hard mogelijk door de klas.
  • Pak daarna zo snel mogelijk het sprookje van iemand anders en schrijf 5 zinnen. 
  • Maak er daarna weer een propje van en wacht op signaal om weer te gooien.

Slide 18 - Slide