eenheden omrekenen

grootheid en eenheid
1 / 23
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min
Report this lesson

Items in this lesson

grootheid en eenheid

Slide 1 - Slide

Aan het eind van de les kan je ....
1. aangeven of iets een grootheid of eenheid is
2. eenheden omrekenen 

Slide 2 - Slide

Grootheid, eenheid, meetinstrument
Een grootheid is een eigenschap die je meet.
Een eenheid is de maat waarin je de grootheid meet.
Een meetinstrument is waarmee je meet. 

Slide 3 - Slide

Wat zijn Grootheden?
Een grootheid is iets wat je kunt meten.
Bijvoorbeeld: 
  • lengte
  • tijd
  • massa
  • volume
  • temperatuur

Slide 4 - Slide

Grootheid/Eenheid

Slide 5 - Slide

Eenheden
Snelheid: Hoeveel afstand leg je in een bepaalde tijd?

Wat is de eenheid van afstand?
Wat is de eenheid van tijd?

Slide 6 - Slide

Gram is een
A
Grootheid
B
Eenheid

Slide 7 - Quiz

Temperatuur is een
A
Grootheid
B
Eenheid

Slide 8 - Quiz

Eenheden omrekenen
De voorvoegsels kun je voor alle eenheden zetten





kan het dametje met de centimeter meten

Slide 9 - Slide

Rekenen met inhoudsmaten

Slide 10 - Slide

100 mm =
A
100 CM
B
1 CM
C
10 CM
D
1000 CM

Slide 11 - Quiz

4 dam=
A
0,04 km
B
0,4 km
C
400 km
D
40 km

Slide 12 - Quiz

200 m = ...
A
20 km
B
2 km
C
0,2 km
D
0,02 km

Slide 13 - Quiz

6 cl =
A
60 ml
B
600 ml
C
0,06 ml
D
0,6 ml

Slide 14 - Quiz

Wat is de juiste volgorde van klein naar groot?
A
2 dl- 0,4 l en 600 ml
B
40 cl-0,6 l- 2 dl
C
500 ml-400 cl- 0,7 l
D
0,1l- 80cl - 200 ml

Slide 15 - Quiz


1492,56 g =
A
149,256 kg
B
1,49256 kg
C
142,56 kg
D
0,149256 kg

Slide 16 - Quiz


0,435 kg =
A
435 g
B
0,000435 g
C
1435 g
D
4,35 g

Slide 17 - Quiz


370 mg =
A
370 g
B
0,000370 g
C
370,000 g
D
0,370 g

Slide 18 - Quiz


94 mL =
A
940 cm3
B
94 cm3
C
0,094 cm3
D
94000 cm3

Slide 19 - Quiz


42 cm3 =
A
42000 dm3
B
42 dm3
C
0,042 dm3
D
0,42 dm3

Slide 20 - Quiz

Hoe goed ken je het nu?
๐Ÿ˜’๐Ÿ™๐Ÿ˜๐Ÿ™‚๐Ÿ˜ƒ

Slide 21 - Poll

Aan de slag:
Werken aan extra opgaveblad grootheden eenheden
Minimaal 5 vragen van bladzijde 1 en 2
minimaal van bladzijde 3 t/m 7 letters A,G, N, V en Z
Klaar laat het controleren door de docent
Vond je het lastig dan is het verstandig om er wat meer te doen.

Slide 22 - Slide

Waar heb je nog
hulp bij nodig?

Slide 23 - Mind map