P3L10 - 3HD - Dinsdag - Grammatica zinsdelen 3.7


Welkom 3HD






: )


Dinsdag

Planning van dit uur
  • Huiswerk bespreken
  • Uitleg
  • Samenwerken 





Aan het einde van deze les
  • weet je wat een beknopte bijzin is. 
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson


Welkom 3HD






: )


Dinsdag

Planning van dit uur
  • Huiswerk bespreken
  • Uitleg
  • Samenwerken 





Aan het einde van deze les
  • weet je wat een beknopte bijzin is. 

Slide 1 - Slide

Huiswerk bespreken
timer
5:00
Wat
Huiswerk bespreken (opdracht 3 t/m 6 van 3.7 Grammatica zinsdelen)
Hoe
Klassikaal
Hulp
Steek je vinger op als je een vraag hebt
Tijd
Ongeveer vijf minuten
Uitkomst
Deze leerstof komt terug op de repetitie 
Klaar
Hierna gaan we verder met de les

Slide 2 - Slide

Bijzin
  • Voegwoord staat aan het begin van de bijzin
  • Voegwoorden zoals: omdat, toen, sinds, hoewel, voordat, terwijl, dat, etcetera
  • Hoofdzin + bijzin of bijzin + hoofdzin
  • Als je het voegwoord weghaalt, houd je geen correcte zin over (je moet dan de volgorde veranderen)
  • Je kunt woorden tussen de persoonsvorm en het onderwerp inzetten 

Slide 3 - Slide

Beknopte bijzin
  • Bijzin zonder onderwerp en persoonsvorm 
  • Persoonsvorm vervangen door ander soort werkwoord 

Verschillende soorten: 

  • (om) te + infinitief
- Om het allemaal niet erger te maken, ging ik maar weg. 
- Zij probeert bij Driss onder de paraplu te schuilen

  • met een tegenwoordig deelwoord
- Schuilend onder de paraplu pakte ze haar fiets. 

  • met een voltooid deelwoord
- Aangekomen in het vakantiehuisje inspecteerde ze de slaapkamers. 


Slide 4 - Slide

Gierend van de lach kwamen de leerlingen binnen.

Wat is in deze zin de beknopte bijzin?
A
Gierend van de lach
B
kwamen de leerlingen binnen.

Slide 5 - Quiz

Gierend van de lach kwamen de leerlingen binnen.


  • Bijzin zonder onderwerp en persoonsvorm 
  • Persoonsvorm vervangen door ander soort werkwoord 


  • (om) te + infinitief
  • met een tegenwoordig deelwoord
  • met een voltooid deelwoord



Slide 6 - Slide

Na opgeruimd te hebben, vertrokken ze naar huis.
A
(om) te + infinitief
B
tegenwoordig deelwoord
C
voltooid deelwoord

Slide 7 - Quiz

Na opgeruimd te hebben, vertrokken ze naar huis.


  • Bijzin zonder onderwerp en persoonsvorm 
  • Persoonsvorm vervangen door ander soort werkwoord 


  • (om) te + infinitief
  • met een tegenwoordig deelwoord
  • met een voltooid deelwoord



Slide 8 - Slide

Huilend van verdriet stond het meisje op het marktplein.
A
(om) te + infinitief
B
tegenwoordig deelwoord
C
voltooid deelwoord

Slide 9 - Quiz

Huilend van verdriet stond het meisje op het marktplein.


  • Bijzin zonder onderwerp en persoonsvorm 
  • Persoonsvorm vervangen door ander soort werkwoord 


  • (om) te + infinitief
  • met een tegenwoordig deelwoord
  • met een voltooid deelwoord



Slide 10 - Slide

Ik ga vaak rennen om mijn hoofd leeg te maken.
A
(om) te + infinitief
B
tegenwoordig deelwoord
C
voltooid deelwoord

Slide 11 - Quiz

Ik ga vaak rennen om mijn hoofd leeg te maken. 


  • Bijzin zonder onderwerp en persoonsvorm 
  • Persoonsvorm vervangen door ander soort werkwoord 


  • (om) te + infinitief
  • met een tegenwoordig deelwoord
  • met een voltooid deelwoord



Slide 12 - Slide

                   Samenwerken 
timer
15:00
Wat
Lees de leertekst 'Beknopte bijzin' (bladzijde 222 van je boek) 
Maak opdracht 7 en 8 van 3.7 Grammatica zinsdelen
Hoe
Eerst vijf minuten individueel, daarna fluisterend overleggen
Hulp
Help elkaar of kom langs m'n bureau 
Tijd
Tot het einde van de les
Uitkomst
Deze leerstof komt terug op de repetitie
Klaar
Lees in je leesboek

Slide 13 - Slide

Samenvatting van de les
Jij
  • weet je wat een beknopte bijzin is. 

Huiswerk
  • Maak opdracht 7 en 8 van 3.7 Grammatica zinsdelen

    Slide 14 - Slide