Holle en bolle lenzen en oogafwijkingen

Holle en bolle lenzen en oogafwijkingen
  • Ik kan uitleggen hoe een lichtbundel afbuigt na een holle of bolle lens.
  • Ik kan onderscheid maken tussen twee verschillende oogafwijkingen.
  • Ik kan benoemen welke lens moet worden toegepast om deze oogafwijking recht te zetten. 
1 / 27
next
Slide 1: Slide
NaskMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 3,4

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Holle en bolle lenzen en oogafwijkingen
  • Ik kan uitleggen hoe een lichtbundel afbuigt na een holle of bolle lens.
  • Ik kan onderscheid maken tussen twee verschillende oogafwijkingen.
  • Ik kan benoemen welke lens moet worden toegepast om deze oogafwijking recht te zetten. 

Slide 1 - Slide

Holle en bolle lens

Slide 2 - Slide

Bolle lens (positief):







Holle lens (negatief):

Slide 3 - Slide

Wat is de holle lens?
A
Positieve lens
B
Negatieve lens

Slide 4 - Quiz

Wat voor soort lens is dit:
A
Een holle, positieve lens
B
Een bolle, positieve lens
C
Een holle, negatieve lens
D
Een holle, positieve lens

Slide 5 - Quiz

Wat voor soort lens is dit?
A
Holle lens
B
Bolle lens

Slide 6 - Quiz

Holle lenzen zijn
A
positief en divergerend
B
negatief en divergerend
C
negatief en convergerend
D
positief en convergerend

Slide 7 - Quiz

Een holle lens heeft een brandpunt
A
Juist
B
Onjuist

Slide 8 - Quiz

Wat is juist?
lens 1 (boven)
lens 2 (onder)
A
lens 1 is boller dan lens 2
B
lens 2 is sterker dan lens 1
C
lens 1 heeft een kortere hoofdsas dan lens 2
D
geen van bovenstaande uitspraken is juist

Slide 9 - Quiz

Lenzen
positieve lens
negatieve lens
holle lens
bolle lens
werkt divergerend
werkt convergerend

Slide 10 - Drag question

negatieve lens (-)
positieve lens (+)

Slide 11 - Drag question

Lenzen: In de rechthoekjes in de figuren hieronder zit een holle of een bolle lens. Sleep de figuren naar het juiste vak.
Holle Lens
Bolle Lens

Slide 12 - Drag question

In afbeelding 4 zie je een bundel licht die door een lens gaat.
Is deze lens positief of negatief? Leg je antwoord uit.

Slide 13 - Open question

1. Link de juiste termen bij het juiste plaatje.
Holle lens 
Bolle lens 
Negatieve lens - 
Positieve lens + 

Slide 14 - Drag question

Bolle lens
Holle lens

Slide 15 - Drag question

Geef van elke lens aan of hij positief of negatief is.

Slide 16 - Open question

Holle lens
Bolle lens
Convergerend
Divergerend
+
-
In het midden dikker
In het midden dunner

Slide 17 - Drag question

Wat betekent convergerende werking van een lens? En welke type lens werkt convergerend?

Slide 18 - Open question

oogafwijkingen

Slide 19 - Slide

Bijziend
Oogafwijking waarbij de lens 
te sterk is. Ziet dichtbij scherp 
maar veraf wazig.
Een ver punt heeft een scherp 
beeld voor het netvlies.
Je hebt een bril of contactlenzen met ‘min’-glazen nodig.


Slide 20 - Slide

Verziend
Oogafwijking waarbij je ooglens 
te zwak is. Ziet veraf scherp 
maar dichtbij wazig.
Een punt dichtbij heeft een 
scherp beeld achter het netvlies.
Je hebt een bril of contactlens met een ‘plus’-lens nodig.


Slide 21 - Slide

Een man heeft een hulplens nodig om in de verte te kijken.
Welke oogafwijking heeft hij niet?
A
Verziend
B
Bijziend
C
Oudziend

Slide 22 - Quiz

Een man heeft een hulplens nodig om in de verte te kijken, maar niet voor dichtbij.
Welke oogafwijking heeft hij?
A
Verziend
B
Bijziend
C
Oudziend

Slide 23 - Quiz

Een man heeft een hulplens nodig om in de verte te kijken, maar niet voor dichtbij.
Welke oogafwijking heeft hij?
A
Verziend
B
Bijziend
C
Oudziend

Slide 24 - Quiz

Hoe kun je oogafwijkingen verhelpen?

Slide 25 - Open question

Bekijk het plaatje.
Welke oogafwijking is hier getekend?
A
Bijziend
B
Verziend
C
Dat kun je niet weten, want er zijn te weinig gegevens.

Slide 26 - Quiz

Welke oogafwijking
zie je hier?
A
Verziend
B
Bijziend

Slide 27 - Quiz