Bloedsomloop

Lesdoel
  • Ik ken de samenstelling van bloed en weet de verschillen. 
  • Ik weet de werking van de rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes en bloedplasma. 
1 / 20
next
Slide 1: Slide
uiterlijke verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Lesdoel
  • Ik ken de samenstelling van bloed en weet de verschillen. 
  • Ik weet de werking van de rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes en bloedplasma. 

Slide 1 - Slide

Bloedsomloop

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Samenstelling bloed
 Rode bloedcellen -> vervoeren van zuurstof (leeft 120 dagen)
Hemoglobine -> bevat ijzer
Witte bloedcellen -> ziekteverwekkers onschadelijk maken
Bloedplaatjes -> stollingsproces 
Bloedplasma -> water, plasma-eiwitten en overige voedingsstoffen. Transporteren van stoffen 

Slide 4 - Slide

Wat is de functie van een rode bloedcel?
A
Vervoeren van zuurstof
B
Aanmaken van antistoffen
C
Zorgt voor het stollen van het bloed

Slide 5 - Quiz

Rode bloedcel
  •  Aangemaakt in het rode beenmerg, rood beenmerg zit in platte beenderen, uiteinden van pijpbeenderen en in onregelmatige beenderen.
  • Neemt ook koolstofdioxide mee terug, dat adem je uit. 
  • Bevat het eiwit hemoglobine, dat bevat ijzer, daardoor kunnen zuurstof en koolstofdioxide aan de bloedcel plakken. (Geeft ook de rode kleur aan bloed).
  • Leeft ongeveer 120 dagen. 


Slide 6 - Slide

Witte bloedcel
- Groter dan rode bloedcellen, maar je hebt er veel minder van. 
- Soort leger tegen vijanden (micro-organismen, coronavirus etc)
- Ze kunnen zich makkelijk voortbewegen naar waar nodig door hun protoplasma-uitsteeksels. 
- Granulocyten (aanvals leger) en lymfocyten (denkwerk achter de computer antistoffen maken). 
- Door die antistoffen is de vijand de volgende keer makkelijk uitgeschakeld. 

Slide 7 - Slide

Bloedplaatjes
- Worden ook aangemaakt in het rode beenmerg. 
- Stolling tegen bloedverlies. 
- Stollingseiwitten = Fibrinogeen en protrombine. Samen maken ze: fibrine aan. 

Slide 8 - Slide

Hoeveel soorten witte bloedcellen zijn er?
A
Twee soorten witte bloedcellen
B
Één witte bloedcel
C
Vier witte bloedcellen

Slide 9 - Quiz

Bloedplasma
  •  Lichtgele vloeistof waarin de rode- en witte bloedcellen en de bloedplaatjes rondzweven. 
  • 91% water, 7% plasma eiwitten en 2% overige stoffen (antistoffen, voedingsstoffen en afvalstoffen). 
  • Transportfunctie.

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Door welke bloedvaten stroomt je bloed?
Aders vervoeren het bloed van de organen terug naar het hart.

De grootste ader is de holle ader.

Aders hebben kleppen, zodat het bloed niet terugstroomt.

Slide 12 - Slide

Slagaders
Slagaders vervoeren het bloed van het hart af.
Bloed in de slagaders bevat veel zuurstof.
De bloedruk in de slagaders is hoog. 
De wanden van de slagaders zijn dik en elastisch.
Slagaders liggen diep in het lichaam.
Ze hebben geen kleppen

Slide 13 - Slide

Haarvaten
Je kleinste slagaders en kleinste aders vormen een verbindingssysteem genoemd de haarvaten. 

Slide 14 - Slide

Grote en de kleine bloedsomloop

Slide 15 - Slide

De grote bloedsomloop is de bloedsomloop welke verloopt
over de longen
A
waar
B
niet waar

Slide 16 - Quiz

Rode bloedcellen
Bloedplasma
Bloedplaatjes
Witte bloedcellen
Zorgen voor bloedstolling
Bestrijden ziekteverwekkers
Vervoeren zuurstof met behulp van Hemoglobine
Vervoert stoffen zoals vitaminen, hormonen, Co2 etc.

Slide 17 - Drag question

Bloedvatenstelsel vs Lymfvatenstelsel

  • Verschil ten opzichte van de bloedcirculatie. 

Bloedvatenstelsel: Bloed stroomt snel, heeft een pomp (hart), is een gesloten systeem, staat vocht af aan weefsel.

Lymfevatenstelsel: Lymfe stroomt langzaam, heeft geen pomp, heeft geen beginpunt, brengt vocht terug in de bloedbaan.

Slide 18 - Slide

Lymfe
Is een witte stroperige vloeistof en bevat witte bloedcellen. 
Het stroomt via lymfevaten door lymfeknopen. 
Dit zijn een soort zuiveringsstations die afvalstoffen uit het lymfe filteren. 

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide