Present Continuous 1-Basis

Present Continuous
What is the Present Continuous?
1 / 26
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Present Continuous
What is the Present Continuous?

Slide 1 - Slide

Present Continuous
Als je een zin in de Present Continuous zet moet je 
op 2 werkwoorden letten:
     1. Je begint met  am/is/are.
     2. Het werkwoord daarna krijg  "ing" erachter.
Voorbeelden:
     He is working.
     They are cycling.

Slide 2 - Slide

Present continuous
I... ( to dance) currently
A
Am dancing
B
Dances

Slide 3 - Quiz

Choose the Present Continuous:
Why ___ for vacation?
A
are we leaving
B
are we leave
C
we leaving
D
we leave

Slide 4 - Quiz

De present continuous wordt gebruikt om …
A
… iets aan te geven dat vroeger gebeurde.
B
… iets aan te geven dat nu aan het gebeuren is.
C
… iets aan te geven dat nog moet gebeuren.

Slide 5 - Quiz

Wat is de eerste stap om de present continuous te vormen?
A
do/does
B
have/has
C
am/is/are

Slide 6 - Quiz

Gebruik de present continuous.

We ... (to learn) about the present continuous.
A
are learning
B
learn
C
am learning
D
learns

Slide 7 - Quiz

Choose the Present Continuous:
Look! The birds ___ away!
A
fly
B
flying
C
are fly
D
are flying

Slide 8 - Quiz

Vul de juiste vorm van de present continuous in de zin:

Look, it _______(snow)!
A
are snowing
B
snows
C
is snowing
D
snowing

Slide 9 - Quiz

Choose the Present Continuous.

Listen! The birds ___ a song!
A
sing
B
singing
C
are sing
D
are singing

Slide 10 - Quiz


My cat .... ......(eat) all the food.

Slide 11 - Open question

Plural

De meeste vormen eindigen in het meervoud op -s

parent - parents
star - stars
friend - friends
Plural

Eindigen op -sis klank


watch - watches
dish - dishes
kiss - kisses

Slide 12 - Slide

enkelvoud = één
meervoud = twee of meer
Meervoud in het Engels:
meestal +s

one book - two books
one girl - two girls
one car - two cars
jacket
jackets

Slide 13 - Slide

Let op! Uitzondering:
one bus - two buses
one watch - two watches 

Slide 14 - Slide

buses?
busses?
bussen?
What is the plural of BUS?

Slide 15 - Drag question

ladis?
ladies?
ladys?
What is the plural of lady?

Slide 16 - Drag question

children?
childs?
childsren?
What is the plural of child?

Slide 17 - Drag question

bookes?
books?
bokes?
What is the plural of Book?

Slide 18 - Drag question

Wat is het meervoud van

dog
A
dogs
B
dog's

Slide 19 - Quiz

Wat is het meervoud van

banana
A
banana's
B
bananas
C
pineapple

Slide 20 - Quiz

Wat is het meervoud van
book?

Slide 21 - Open question

Wat is het meervoud van
wish?

Slide 22 - Open question

Wat is het meervoud van
chair?

Slide 23 - Open question

Wat is het meervoud van
kiss?

Slide 24 - Open question

Regels van het meervoud
Ik moet dit nog leren
Ik moet dit nog veel oefenen
Ik ga dit kort herhalen en oefenen
Ik kan dit

Slide 25 - Poll

Slim stampen  
ga naar magister - leermiddelen 
- stepping stones 

chapter 3Maak de GRAMMAR

Slide 26 - Slide