Herhaling leerstof examen Pasen

Herhaling leerstof examen Pasen
1 / 40
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Herhaling leerstof examen Pasen

Slide 1 - Slide

Les 11
Woorden opzoeken in een (online) woordenboek.

Slide 2 - Slide

Rangschik alfabetisch: Rome, Londen, Helsinki, Madrid, Berlijn

Slide 3 - Open question

Rangschik alfabetisch: Zoutleeuw, Zonhoven, Zottegem, Zoersel, Zonnebeke

Slide 4 - Open question

Geef het trefwoord van "zwemt".

Slide 5 - Open question

Geef het trefwoord van "mannen".

Slide 6 - Open question

Geef het trefwoord van "grote".

Slide 7 - Open question

Geef voorbeelden van verwijswoorden

Slide 8 - Mind map

Les 13
Teksten globaal lezen

Slide 9 - Slide

Wat is globaal lezen?

Slide 10 - Open question

Les 14
Aantrekkelijker communiceren met synoniemen

Slide 11 - Slide

Geef een synoniem: Gisteren hebben we 15 km GEGAAN.

Slide 12 - Open question

Geef een synoniem: 's Avonds waren we MOE.

Slide 13 - Open question

Geef een synoniem: We KWAMEN MOEILIJK

Slide 14 - Open question

Les 16
Woorden onderzoeken

Slide 15 - Slide

Noteer de zelfstandige naamwoorden uit de zin: "Voetbal is een populaire sport over de hele wereld."

Slide 16 - Open question

Noteer de zelfstandige naamwoorden uit de zin: "Het doel is om de bal in het doel van de tegenstander te scoren."

Slide 17 - Open question

Noteer de bijvoeglijke naamwoorden uit de zin: "De snelle spelers scoren mooie doelpunten."

Slide 18 - Open question

Les 20
Schooltaalwoorden

Slide 19 - Slide

Maak een zin met het schooltaalwoord: vermijden

Slide 20 - Open question

Maak een zin met het schooltaalwoord: de ordening

Slide 21 - Open question

Maak een zin met het schooltaalwoord: ingewikkeld

Slide 22 - Open question

Maak een zin met het schooltaalwoord: plots

Slide 23 - Open question

les 21
Hoofdletters in een tekst correct schrijven.

Slide 24 - Slide

Verbeter: de zeppelin van ferdinand von zeppelin vloog op maandag naar duitsland.

Slide 25 - Open question

Verbeter: de paasvakantie is mijn favoriete vakantie, kerst mijn favoriete feestdag.

Slide 26 - Open question

les 23
Betere teksten schrijven met goed gekozen werkwoorden

Slide 27 - Slide

"Ik ben naar huis GEGAAN."
A
HOWW
B
HUWW

Slide 28 - Quiz

"Ik MOET mijn huiswerk maken."
A
HOWW
B
HUWW

Slide 29 - Quiz

"Ik LOOP naar school."
A
HOWW
B
HUWW

Slide 30 - Quiz

"NEEM je boek van Nederlands!"
A
PV
B
IMP
C
INF
D
VD

Slide 31 - Quiz

"Ik GA naar huis fietsen."
A
PV
B
IMP
C
INF
D
VD

Slide 32 - Quiz

"Ik moet vanavond VOETBALLEN."
A
PV
B
IMP
C
INF
D
VD

Slide 33 - Quiz

"Ik heb mijn huiswerk GEMAAKT."
A
PV
B
IMP
C
INF
D
VD

Slide 34 - Quiz

"Wielrennen IS een fijne sport."
A
PV
B
IMP
C
INF
D
VD

Slide 35 - Quiz

les 25
In teksten de onvoltooid verleden tijd correct schrijven

Slide 36 - Slide

De hond (bijten) mij.

Slide 37 - Open question

De mannen (oprichten) het bedrijf.

Slide 38 - Open question

Het schilderij (inspireren) hem.

Slide 39 - Open question

Ik (treffen) hem daar aan.

Slide 40 - Open question