Omvang en bestaansrecht (Bedrijfseconomie vwo), les 3: Terugblik quiz

Maasvlakte, Rotterdam. Foto: Adl252, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · OMVANG

Quiz

Terugblik: Omvang en bestaansrecht

1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik quiz van 10 vragen over omvang, marktaandeel, doelstelling, bestaansrecht en bijdragen aan de maatschappij. Met rekenvragen, een volgordevraag, een invulvraag en open vragen; geschikt als afsluiting of toetsvoorbereiding.

Items in this lesson

Maasvlakte, Rotterdam. Foto: Adl252, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · OMVANG

Quiz

Terugblik: Omvang en bestaansrecht

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Adl252 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Wat heb je naast de eigen omzet nodig om de relatieve omvang te bepalen?

A

Het aantal medewerkers

B

De totale omzet in de markt

C

Het balanstotaal

D

De omzet van de grootste klant

Syllabus 14.1.1: marktaandeel in omzet = eigen omzet / marktomzet. Verwachte fout: een andere eigen maatstaf (absolute omvang) kiezen.

Autoverhuur Dijk haalt 2.500 verhuurdagen uit een markt van 40.000 verhuurdagen. Wat is haar marktaandeel in afzet?

A

16%

B

93,75%

C

6,25%

D

0,625%

Syllabus 14.1.1: 2.500 / 40.000 × 100% = 6,25%. Verwachte fouten: de breuk omdraaien (40.000 / 2.500 = 16), 100% min 6,25% = 93,75%, of de komma verkeerd plaatsen (0,625%).

Markt € 5 miljoen, aandeel 12%: wat is de omzet?

Syllabus 14.1.1: omzet = 12% × € 5.000.000 = € 600.000. Verwachte fout: 12% delen door of van € 5 miljoen verkeerd uitrekenen (bijvoorbeeld € 60.000).

Het marktaandeel in omzet van een bedrijf is hoger dan dat in afzet. Wat volgt hieruit?

A

De prijzen liggen boven het marktgemiddelde

B

De prijzen liggen onder het marktgemiddelde

C

Het bedrijf heeft meer concurrenten dan gemiddeld

D

De doelstelling is niet-commercieel

Syllabus 14.1.1: omzet = afzet × prijs. Een hoger aandeel in omzet dan in afzet betekent dat de gemiddelde verkoopprijs boven het marktgemiddelde ligt. Verwachte fout: het omdraaien.

Marktomzet € 200 mln. Zet van laag naar hoog aandeel

1

Delta, omzet € 18 miljoen

2

Alfa, omzet € 30 miljoen

3

Gamma, omzet € 50 miljoen

4

Beta, omzet € 8 miljoen

Syllabus 14.1.1: Beta 8 / 200 = 4%, Delta 18 / 200 = 9%, Alfa 30 / 200 = 15%, Gamma 50 / 200 = 25%. Verwachte fout: de volgorde van de aanbiedernamen aanhouden.

Een zorginstelling in de vorm van een bv keert jaarlijks winst uit aan haar aandeelhouders. Welke doelstelling heeft ze?

A

Niet-commercieel, want ze levert zorg

B

Commercieel, want het resultaat gaat naar eigenaren

C

Niet-commercieel, want zorg is een behoefte

D

Geen van beide, want ze is een bv

Syllabus 14.1.2: de doelstelling bepaalt de indeling, niet de sector. Verwachte fout: alle zorg als niet-commercieel zien.

Vul in

Zolang een organisatie in een maatschappelijke behoefte voorziet, heeft ze bestaansrecht, bijvoorbeeld met een product of dienst dat klanten waarderen.

maatschappelijke behoefte
bestaansrecht
product of dienst
marktaandeel
doelstelling

Syllabus 14.2.1: maatschappelijke behoefte, bestaansrecht, product of dienst. Verwachte fout: marktaandeel of winst als voorwaarde voor bestaansrecht zien.

Welke organisatie draagt vooral bij aan circulariteit?

A

Een softwarebedrijf dat een nieuwe app ontwikkelt

B

Een uitzendbureau dat werklozen aan een baan helpt

C

Een bakkerij die elk jaar meer belasting betaalt

D

Een bedrijf dat gebruikte telefoons opknapt en verkoopt

Syllabus 14.2.1: opgeknapte telefoons worden hergebruikt (circulariteit). De afleiders horen bij andere bijdragen: innovatie en/of verbetering, werkgelegenheid en belastingopbrengsten. Verwachte fout: innovatie en circulariteit door elkaar halen.

Oost heeft meer omzet dan West, maar minder marktaandeel in omzet. Hoe kan dat?

A

Oost werkt in een veel grotere markt dan West

B

Oost vraagt lagere prijzen dan West

C

Oost heeft meer medewerkers dan West

D

Oost heeft een niet-commerciële doelstelling

Syllabus 14.1.1: in dezelfde markt zou meer omzet ook meer marktaandeel in omzet geven. Kleiner aandeel bij grotere omzet kan dus alleen als de markt van Oost groter is (andere marktafbakening). Verwachte fout: absolute en relatieve omvang door elkaar halen.

Noem een bijdrage van een tandartspraktijk.

Syllabus 14.2.1: goed zijn bijvoorbeeld de dienst (zorg voor gebit), werkgelegenheid, inkomen voor de tandarts en assistenten of belastingopbrengsten. Verwachte fout: alleen 'winst maken' noemen, dat is geen maatschappelijke bijdrage.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · OMVANG

Goed gedaan!

Je kunt nu de omvang en het marktaandeel van een organisatie berekenen en vergelijken, haar indelen op omvang en doelstelling, en haar bestaansrecht en bijdragen aan de maatschappij uitleggen.

This item has no instructions