Omvang en bestaansrecht (Bedrijfseconomie vwo), les 2: Examentraining

Maasvlakte, Rotterdam. Foto: Adl252, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · OMVANG

Examentraining

Omvang en bestaansrecht: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: marktaandeel berekenen, omvang vergelijken, indelen met bestaansrecht en bijdragen herkennen. Elk vraagtype heeft uitleg en twee vragen in examenstijl met casus of berekening; de uitwerkingen staan in de notities.

Items in this lesson

Maasvlakte, Rotterdam. Foto: Adl252, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · OMVANG

Examentraining

Omvang en bestaansrecht: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Adl252 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · OMVANG

Wat ga je kunnen?

Ik kan omvang en marktaandeel berekenen en vergelijken, en een organisatie in een casus indelen en haar bestaansrecht en bijdragen uitleggen.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · OMVANG

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: onderstreep de gegevens: afzet, omzet, de totale markt en de doelstelling.

  • 2. Bepaal: gaat het om afzet of omzet, en om absolute of relatieve omvang?

  • 3. Reken of redeneer: deel door de totale markt, of koppel de organisatie aan een behoefte en een bijdrage.

  • 4. Controleer: schat het antwoord: kan een aandeel boven 100% uitkomen? Procent of procentpunt?

This item has no instructions

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · OMVANG

Marktaandeel berekenen

  • Casus: bakkerij Rijn verkoopt 45.000 broden voor € 99.000.

  • In de regio worden 300.000 broden verkocht voor € 600.000.

  • Marktaandeel = eigen afzet of omzet / totale afzet of omzet van de markt × 100%.

This item has no instructions

Wat is het marktaandeel in afzet van bakkerij Rijn?

A

6,7%

B

15%

C

45%

D

85%

Syllabus 14.1.1: 45.000 / 300.000 × 100% = 15%. Verwachte fouten: de breuk omdraaien (300.000 / 45.000 is ongeveer 6,7), het getal 45.000 als percentage lezen, of 100% min 15%.

Omzet € 99.000, marktomzet € 600.000: aandeel?

Syllabus 14.1.1: 99.000 / 600.000 × 100% = 16,5%. Het aandeel in omzet (16,5%) is hoger dan in afzet (15%): de gemiddelde prijs van Rijn is € 99.000 / 45.000 = € 2,20 per brood, tegen € 600.000 / 300.000 = € 2,00 in de markt. Verwachte fout: het aandeel in afzet geven.

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · OMVANG

Omvang vergelijken

  • De absolute omvang kan groeien terwijl het marktaandeel daalt: dat gebeurt als de markt sneller groeit dan de organisatie.

  • Let op het verschil tussen procent en procentpunt bij veranderingen van het marktaandeel.

This item has no instructions

De omzet van webshop Nova stijgt van € 4 miljoen naar € 4,4 miljoen. De markt groeit van € 20 miljoen naar € 28 miljoen. Wat klopt?

A

Omzet en marktaandeel stijgen allebei

B

Omzet stijgt, marktaandeel blijft 20%

C

Omzet daalt omdat het marktaandeel daalt

D

Omzet stijgt, marktaandeel daalt naar 15,7%

Syllabus 14.1.1: vorig jaar 4 / 20 = 20%, nu 4,4 / 28 = 15,7%. De absolute omvang groeit met 10%, de markt met 40%, dus de relatieve omvang daalt. Verwachte fout: uit een stijgende omzet afleiden dat het marktaandeel ook stijgt.

Aandeel 12% naar 15%: hoeveel procent groei?

Syllabus 14.1.1: de stijging is 3 procentpunt; de procentuele groei is 3 / 12 × 100% = 25%. Verwachte fout: 3% antwoorden (procentpunt en procent verwisseld).

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · OMVANG

Indelen en bestaansrecht

  • Deel een organisatie in op haar doelstelling, niet op haar sector of rechtsvorm.

  • Bestaansrecht vraagt om een behoefte: verdwijnt de behoefte, dan komt het bestaansrecht in gevaar.

This item has no instructions

Museum Delta maakt resultaat en steekt dat in nieuwe tentoonstellingen. Welke doelstelling heeft het?

A

Niet-commercieel: het resultaat gaat naar het doel

B

Commercieel, omdat het een positief resultaat maakt

C

Commercieel, omdat het entree vraagt aan bezoekers

D

Geen van beide, want een museum hoort bij de overheid

Syllabus 14.1.2: het museum wil vooral een maatschappelijk doel bereiken (kunst en erfgoed tonen); een positief resultaat dat terugvloeit naar dat doel maakt het niet commercieel. Verwachte fout: denken dat een niet-commerciële organisatie geen resultaat mag maken.

Door thuiswerken kopen kantoormedewerkers minder lunch. Broodjeszaak Pit verliest bijna al haar klanten. Wat komt in gevaar?

A

Haar doelstelling, want die was commercieel

B

Haar innovatie, want ze verkoopt hetzelfde

C

Haar bestaansrecht, want de behoefte neemt af

D

Haar belastingopbrengsten, maar niet haar banen

Syllabus 14.2.1: thuiswerken laat de behoefte aan lunch bij kantoren afnemen, waardoor het bestaansrecht van Pit in gevaar komt. Ook banen, inkomen en belastingopbrengsten vallen dan weg. Verwachte fout: de doelstelling of de bijdragen als hoofdgevolg noemen.

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · OMVANG

Bijdragen herkennen

  • Noem de bijdrage die uit de casus blijkt: werkgelegenheid, inkomen, innovatie en/of verbetering, belastingopbrengsten of circulariteit.

  • Geef een reden uit de casus: wat doet de organisatie precies waar de samenleving iets aan heeft?

This item has no instructions

Fabriek Rond maakt nieuwe tapijttegels van oude visnetten. Welke twee bijdragen blijken vooral?

A

Werkgelegenheid en inkomen

B

Belastingopbrengsten en inkomen

C

Circulariteit en innovatie en/of verbetering

D

Werkgelegenheid en belastingopbrengsten

Syllabus 14.2.1: oude visnetten krijgen een nieuw leven als grondstof (circulariteit) en dat vraagt een nieuwe werkwijze en een nieuw product (innovatie en/of verbetering). Banen, inkomen en belasting levert elke fabriek; ze blijken niet speciaal uit deze casus. Verwachte fout: de algemene bijdragen kiezen omdat die altijd kloppen.

Repaircafé: in welke behoefte voorziet het?

Syllabus 14.2.1: goed is de behoefte om kapotte spullen te laten repareren in plaats van weg te gooien, zodat ze langer meegaan en er minder afval is (circulariteit). Ook goed: goedkope reparatie of ontmoeting in de buurt. Verwachte fout: alleen de dienst (repareren) noemen zonder de behoefte.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Marktaandeel berekenen

2

Omvang vergelijken

3

Indelen en bestaansrecht

4

Bijdragen herkennen

This item has no instructions

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · OMVANG

Tips voor op het examen

  • Reken marktaandeel altijd uit met de totale markt als noemer en schrijf op of het over afzet of omzet gaat.

  • Procent en procentpunt: een verandering van het marktaandeel in punten is geen procentuele groei.

  • Deel in op doelstelling, niet op sector of rechtsvorm.

  • Noem bij een bijdrage altijd wat de organisatie in de casus doet: banen, inkomen, belasting, iets nieuws of hergebruik.

This item has no instructions