Les 8 communicatie 2

Les 8 communicatie 2
1 / 47
next
Slide 1: Slide
CommunicatieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson

Les 8 communicatie 2

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Voordat we starten, de afspraken tijdens de les
- Telefoon op stil en tijdens uitleg van theorie door de docent, leg je jouw telefoon weg in je tas. Verwacht je een telefoontje, geef dit vooraf de les aan.
- We luisteren naar elkaar en gaan niet door elkaar heen praten. Na 2 waarschuwingen, wordt je verplaatst.
- We eten niet in het lokaal, iets te drinken mag wel.
- Heb je een vraag of weet je het antwoord op een vraag, steek je hand op.
- Je hebt een open houding naar anderen en de lesonderwerpen.
- Je leermiddelen zijn geactiveerd en je kunt opdrachten maken uit Boom, traintool en Teams.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Eind opdracht communicatie 2
Bestaat uit meerdere onderdelen. Onderdeel B en C doe je in groepsverband.
Onderdeel A: mini overhoring over de theorie van gespreksvoering 
Onderdeel B: Zelf een eigen casus bedenken + probleem/advies
Onderdeel C: Video maken van de gespreksvoering met de eigen casus.
Onderdeel D: Reflectie over feedback + eigen gespreksvoering 

Aantal van jullie hebben deze al toegevoegd, heel fijn, een aantal nog niet. doe dit tijdens deze les en lever je reflectie in.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Eindopdracht communicatie 2
Voor de eindopdracht denk aan:
Voorblad met je naam, het vak en de docent
Gebruik kopjes om overzicht te creëren in je document
Wetransfer linkjes, aantal zijn verlopen, hierdoor kan ik de video's niet zien. Als jouw sharepoint link verborgen is kan ik het niet zien en moet je mij eerst toegang geven.
Voeg een uitgebreide reflectie toe ( onderdeel D) 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Mini overhoring woensdag 28 okt





Dit is ook de volgorde van de mini overhoring: we gaan naar lokaal 122 en krijg je 5 vragen over de behandelde lesstof

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Mini overhoring vrijdag 30 okt





Dit is ook de volgorde van de mini overhoring: we gaan naar lokaal 1.34 en krijg je 5 vragen over de behandelde lesstof

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Onderdelen communicatie 2 P5
Gespreksvoering en oefenen met diverse gesprekken:
- informatieve gesprekken
- feedback gesprekken
- Advies gesprekken
- Helpende gesprekken/probleem oplossende gesprekken
- Motiverende gespreksvoering
- fases van een professioneel gesprek
- interculturele sensitiviteit in gesprekken 

Slide 8 - Slide

bespreken psychoeducatie 
uitleg over een aandoening.
spiekbriefje  fases gesprek
Bedenk per fase minsten 3 vragen/onderwerpen die goed passen bij de fase. Gebruik thema 2 van je boek Communicatie en gedrag in boom.
1. voorbereidingsfase ( wat wil je bespreken?)
2. aanloopfase ( social talk)
3. planningsfase ( doel + tijd)
4. themafase ( doel behalen)
5. slotfase ( afsluiten, samenvatten, afspraken maken)
We gaan de opdracht hierna bespreken.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Fases informatief gesprek
Fase 1: startvraag
Fase 2: Informatie verkrijgen
Nadat de startvraag gesteld is, gaat de ander erop in. Het vervolg is afhankelijk van de aard van het gesprek.
Je luistert actief en geeft van tijd tot tijd een korte samenvatting van wat er word gezegd. Zo zorg je dat het gesprek niet te veel afwijkt van het onderwerp.

Slide 10 - Slide

Fase 2 Informatie verkrijgen
Nadat de startvraag gesteld is, gaat de ander erop in. Het vervolg is afhankelijk van de aard van het gesprek: wordt de ouders om informatie gevraagd, geeft de school informatie aan de ouders of is er sprake van informatie-uitwisseling. Deze fase neemt de meeste tijd van het gesprek in beslag. De gespreksleider zorgt er door actief te luisteren voor dat de ouders hun mening ruimschoots kunnen verwoorden. Hij houdt zijn eigen mening, gedachten en gevoelens voor zich: het gaat nu immers om de meningen, gedachten en gevoelens van de ouders. Je geeft ouders de ruimte om hun visie te geven zonder die te beïnvloeden met je eigen visie. Wanneer iets niet duidelijk is, stel je een korte vraag, waarna de ouders weer de gelegenheid krijgen om antwoord te geven. Je luistert actief en geeft van tijd tot tijd een korte samenvatting van wat de ouders hebben gezegd. Zo zorg je dat het gesprek niet te veel afwijkt van het onderwerp. Geef je ouders informatie over hun kind, breng die dan zo duidelijk mogelijk en vermijd vakjargon. Geef ouders de gelegenheid om vragen te stellen.

Effectief gesprek
Houding: Een belangrijke voorwaarde is dat jij je de drie belangrijke houdingsaspecten - , inlevingsvermogen, echtheid en acceptatie, - hebt eigen gemaakt. Waardering en acceptatie tonen voor de ander, zijn heel belangrijk bij het voeren van een gesprek. Hierdoor ontstaat een relatie die gebaseerd is op vertrouwen en veiligheid. Je zult als gespreksleider onbevooroordeeld moeten kunnen luisteren en kijken naar de ander.

. Wees open, eerlijk en nieuwsgierig naar wat de ander vertelt. ( OEN)

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Helpend gespreksvoering
Doel: is de ander te helpen inzicht te geven + steun met diens probleem.
Fasen:
  1. inleiding (beeld krijgen van de situatie), 
  2. ontwikkeling / verkenning (helpen met het verkennen van het gesprek), 
  3. afsluiting (samenvatten en afsluiten).

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Aandachtspunten helpende gespreksvoering
  • Ondersteunen en helpen (luisteren en ondersteunen)
  • Laat jezelf zien (en zijn) in het gesprek,
  • Laat in je houding merken dat er voldoende tijd is (open houding)
  • Wees geduldig
  • Wees voorzichtig met oplossingen,
  • Wees voorzichtig met Advies
  • Vermijd valse geruststellingen,
  • Ga niet betuttelen.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Reflectief luisteren
 Het is vaak lastig voor mensen om precies te zeggen wat ze bedoelen. 
Door reflectief luisteren geef jij woorden aan wat de ander probeert te zeggen. Bijvoorbeeld:
Cliënt: 'Ik zie het gewoon allemaal niet meer zitten, al die veranderingen, ik houd het niet meer vol...'
Jij: 'De veranderingen gaan u te snel, u kunt het niet meer bijhouden...'. Of: 'U wilt graag dat alles bij het oude blijft.'
Kijk naar de volgende video? wat hoor je de begeleider doen? schrijf dit op!

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Juiste bejegening van de cliënt (basis)
  1. Respectvolle houding
  2. onbevooroordeeld
  3. gelijkwaardigheid
  4. Vertrouwen en privacy zijn belangrijk bij het omgaan met cliënten.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Interculturele sensitiviteit 
betekent dat je je kunt verplaatsen in iemand met een andere culturele achtergrond én dat je in staat bent je gedrag aan te passen om de ander meer op zijn gemak te stellen. 
Dit doe je natuurlijk met behoud van je eigen grenzen en zonder je eigen identiteit te verliezen. In andere woorden: interculturele sensitiviteit betekent dat je je flexibel opstelt. 


Slide 16 - Slide

This item has no instructions

talent
Diversiteits "cirkel"

Slide 17 - Slide

1. Sekse/gender (mannelijk/ vrouwelijk/ transgender);
2. Religie/levensbeschouwing;
3. Etniciteit (afkomst);
4. Seksuele oriëntatie (hetero- / homo- / biseksueel);
5. Levensfase/generatie (wanneer geboren en welke fase/generatie zit je);
6. Talent/handicap (waar ben je goed in/wat zijn je beperkingen);
7. Klasse (arbeidersklasse/middelklasse etc.);
8. Professionele socialisatie (opleiding/werk/carrière).

Referentiekader
De wijze waarop jij de wereld om je heen waarneemt en hoe je daar betekenis aan geeft.
Door welke gekleurde bril kijk jij? 
Wat betekende dit plaatje ook alweer? :)

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Diagnose-receptmodel

- Inhoudelijk advies
- Gesloten gespreksvorm
- Medisch/ directief model
- Werkt goed in spoed/noodsituaties 
Vraag jezelf af: ben ik deskundig genoeg?




Participatiemodel

-  advies sluit aan bij de client
- Samenwerkingsmodel
- Inbreng van de Cliënt staat centraal
- Stappenplan
- Centrale vraag: wat vindt de cliënt belangrijk? motivatie

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Fasen participatiemodel 2 fases 
Fase A: Exploratieve fase
Exploreren= verkennen/ onderzoeken

Je onderzoekt met vragen de situatie of het probleem van de cliënt:
- Hoe is de situatie?
- Wat heeft de client tot nu toe aan het probleem gedaan?
- Wat heeft dat opgeleverd?
- Wie spelen allemaal een rol bij dit probleem?

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Soorten motivatie

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je nog van de gastles van Robin?
wat is belangrijk bij doorvragen & 
bij het onderzoeken van iemand zijn
motivatie? Wat hoorde daar bij?

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Motiverende gespreksvoering
FASE 1: 
Ambivalentie (twijfel) ''wil wel maar weet het niet''
Denk aan die weegschaal 
Vergroten Intrinsieke motivatie

FASE 2:
Betrokkenheid vergroten gedragsverandering + bijbehorend plan,
Je geeft aan dat je wilt stoppen met roken. Hoe zorg je ervoor dat dit lukt? wat is stap 1?

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Verandertaal in het kort
  • Het grotere doel benoemen
  •  Voordelen benoemen
  • Eigen capaciteit benoemen

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Je wilt wel veranderen, maar eigenlijk ook weer niet.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Weten jullie nog? oefening De Stok
De stok ligt op jullie wijsvingers zonder dat je hem beetpakt. Het doel van deze opdracht is dat je de stok op de grond neerlegt, zonder dat je wijsvingers hem loslaten.

  1. Wat weet je nog van deze oefening?
  2. Wat is belangrijk bij samenwerken?
  3. Wat is belangrijk bij feedback geven?

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Geven
Ontvangen

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Onderdeel D eindopdracht
Hierbij wordt er gevraagd naar zowel de samenwerking in je groep, als de feedback die je hebt gegeven en hebt gekregen.
Gebruik de feedback regels hiervoor en maak de feedback effectief ( dat iemand er ook echt iets aan heeft)
Dus niet: je deed het heel goed of dat kun je beter. Je beschrijft Wat iemand dan goed deed of beter kan doen! ( oogcontact, houding, samenvatten, empathie tonen) 

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Recap test!
Na deze recap is het tijd voor een Quiz! Om je helemaal goed voor te bereiden op de mini overhoring van morgen,
Succes! :D

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slecht nieuws gesprek
Helpend gesprek
Advies gesprek
Voorlichtingsgesprek
motiverend gesprek
Ontslag gesprek
Gesprek m.b.t. kopen huis
Info geven over gevaar van alcohol/drugs
Gesprek over probleem op school
iemand wil iets veranderen maar weet niet hoe

Slide 30 - Drag question

This item has no instructions

vraag 1
In welke fase van een professioneel gesprek worden de doelen, de tijdsduur en de rollen van zowel de begeleider als de cliënt in het gesprek met elkaar besproken?
A
De aanloopfase
B
De planningsfase
C
de Thema fase
D
de voorbereidende fase

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions


Stelling: Tijdens de slotfase van een gesprek is het de taak van de begeleider om nog snel nieuwe, punten te bespreken met de client

A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

De afkorting LSD staat voor Luisteren, Samenvatten en Doorvragen. Wat is het belangrijkste doel van het samenvatten binnen deze techniek?
A
Controleren of jullie elkaar goed begrijpen en de ander zich gehoord laten voelen
B
Het verhaal van de cliënt inkorten omdat het te lang duurt.
C
Laten zien dat jij als begeleider de leiding hebt en het gesprek wilt controleert

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Een cliënt zegt met een zucht en neergeslagen ogen: "Het lukt me allemaal gewoon niet meer deze week." De begeleider reageert met reflectief luisteren. Welke reactie is een juiste gevoelsreflectie?
A
"Je moet gewoon even rustig aan doen, dan komt het wel goed."
B
"Wat lukt er precies niet?"
C
"Ik merk dat je je overweldigd voelt door de situatie deze week"
D
"Kom op zeg, hoezo heb je je zaakjes niet op orde?"

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Bij cultureel sensitief werken gaat het erom dat je jouw eigen culturele waarden en normen volledig loslaat en overneemt wat de cliënt belangrijk vindt
A
Juist, want het gaat niet om jou maar de client
B
Onjuist, je brengt altijd jezelf mee in je rol als begeleider
C
Zolang je maar je grenzen kent en die van de ander
D
Het gaat erom dat je bewust bent dat er verschillen zijn, kennis hebt over culturen, zonder te oordelen

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

De diversiteitscirkel helpt een persoonlijk begeleider om zich bewust te worden van de eigen achtergrond en die van de cliënt. Welke van de onderstaande punten zijn, over het algemeen, onveranderlijk?
A
Sociale participatie
B
Religie en politieke voorkeur
C
Leeftijd en etniciteit
D
Werkervaring

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Bij een cliënt die de regie over diens eigen leven wil behouden, past het participatiemodel beter dan het diagnose-receptmodel. Wat kenmerkt het participatiemodel?
A
De begeleider trekt zich volledig terug en laat de cliënt alles alleen uitzoeken.
B
De begeleider bepaalt de stappen voorafgaand.
C
De begeleider bespreekt en bepaalt samen met de client samen.
D

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Bij helpende gespreksvoering is het de kunst om je 'reparatiereflex' (de neiging om het probleem voor de cliënt op te lossen en adviezen te geven) te onderdrukken en de autonomie bij de cliënt te laten.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

"Wat maakt dat deze situatie voor jou zo zwaar aanvoelt op dit moment?"
past bij:
A
Motiverende gespreksvoering
B
informatieve gespreksvoering
C
Adviserende gespreksvoering
D
Helpende gespreksvoering

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

Een cliënt met een verslavingsachtergrond zegt tijdens een gesprek: "Ik weet dat drinken slecht voor mijn gezondheid is, maar het helpt me wel om te ontspannen na een zware dag."
Hoe noemen we de uiting "het helpt me wel om te ontspannen" binnen de motiverende gespreksvoering?
A
Behoudtaal
B
Verandertaal
C
Ambivalentie
D
Weerstand

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

Als persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg krijg je vaak te maken met cliënten die laaggeletterd zijn. Wat kun je inzetten om hier rekening mee te houden?
A
De informatie extra op papier meegeven in een officiële brief, zodat de cliënt het rustig kan nalezen.
B
Extra snel en hard praten zodat de cliënt de kern van de boodschap goed meekrijgt.
C
moeilijke woorden vermijden, de informatie ondersteunen met beeldmateriaal (pictogrammen).
D
De informatie overdragen in de aanwezigheid van andere cliënten, zodat zij het kunnen uitleggen.

Slide 41 - Quiz

This item has no instructions

Evaluatie van jouw communicatie
  • Teken de omtrek van je hand op een A4'tje.
  • Schrijf in de vingers wat je 'al in de vingers' hebt.
  • Schrijf in de handpalm 'waar je nog grip op moet krijgen'.
  • Noteer drie acties (hoe pak je aan waar je nog grip op moet krijgen?).

( Dit kun en mag je ook deels gebruiken voor je reflectie :) )


Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Werken aan eind opdracht stapjes
  1. Hebben jullie al gefilmd? Waar ga je dit uploaden? ( youtube)
  2. Hebben jullie elkaar al feedback gegeven na het filmen?         ( denk aan de feedback regels!)
  3. Ga verder met onderdeel A en D ( individueel)
  4. Zet alles in 1 bestand om het in te leveren. Lever jouw video rol als begeleider in.  Succes! 

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Mini overhoring vrijdag 30 okt





Dit is ook de volgorde van de mini overhoring: we gaan naar lokaal 0.44 en krijg je 5 vragen over de behandelde lesstof

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Mini overhoring woensdag 28 okt





Dit is ook de volgorde van de mini overhoring: we gaan naar lokaal 122 en krijg je 5 vragen over de behandelde lesstof

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Wat kun je doen voor of na de overhoring?
  1. voorbereiden op de overhoring ( boek communicatie en gedrag) + lesson up lessen in teams bij bestanden.
  2. eindopdracht goede reflectie maken en inleveren
  3. video maken en inleveren als je dat nog niet hebt gedaan
  4. communicatie stijlen test maken ( link in teams) 
  5. Evaluatie vragen maken ( opdracht in teams)
  6. werken aan andere eindopdrachten/stage opdrachten

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Slide 47 - Slide

This item has no instructions