Quiz over Parallelschakeling

Wat gebeurt er met de stroom in parallelschakeling?

A

De stroom wordt verdeeld over de weerstanden.

B

De stroom blijft constant in de kring.

1 / 12
next
Slide 1: Quiz
New lesson editorElektriciteitSecundair onderwijs

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Wat gebeurt er met de stroom in parallelschakeling?

A

De stroom wordt verdeeld over de weerstanden.

B

De stroom blijft constant in de kring.

Hoe bereken je de totale stroom in parallelschakeling?

A

Door de spanningen bij elkaar op te tellen.

B

Door de stromen over de weerstanden op te tellen.

Wat zegt de stroomwet van Kirchhoff?

A

Totale stroom wordt verdeeld over verbruikers.

B

Totale spanning is gelijk aan de stroom.

Wat gebeurt er als je een weerstand toevoegt?

A

De totale weerstand daalt.

B

De totale weerstand stijgt altijd.

Wat is de spanning in een parallelschakeling?

A

De spanning is gelijk over alle weerstanden.

B

De spanning is verschillend over de weerstanden.

Hoeveel weerstanden zijn er minimaal in een parallelschakeling?

A

Twee weerstanden.

B

Één weerstand.

Wat gebeurt er als één weerstand uitvalt?

A

De andere weerstanden blijven werken.

B

De hele kring valt uit.

Wat is de formule voor totale weerstand?

A

1/Rt = 1/R1 + 1/R2 + ...

B

Rt = R1 + R2 + ...

Wat is een voordeel van parallelschakeling?

A

Makkelijker te installeren dan serieschakeling.

B

Zekerheid dat andere apparaten blijven werken.

Wat is de eenheid van stroom?

A

Volt.

B

Ampère.

Wat is de rol van een weerstand?

A

Beperken van de stroom.

B

Verhogen van de spanning.

Wat is het effect van een hogere spanning?

A

Lagere stroom bij gelijke weerstand.

B

Hogere stroom als weerstand gelijk blijft.