H4 AK 4.5

Wat is het verschil tussen herstructurering in de steden VOOR 1990 en daarna?
1 / 16
next
Slide 1: Open question
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Wat is het verschil tussen herstructurering in de steden VOOR 1990 en daarna?

Slide 1 - Open question

Leerdoelen paragraaf 3.5
  1. Je kunt de vier woningkenmerken opnoemen en de termen waarmee je deze kunt omschrijven; 
  2. Je kunt de vijf bewonerskenmerken opnoemen en de termen waarmee je deze kunt omschrijven; 
  3. Je kunt uitleggen hoe kenmerken van woningen en bewoners samenhangen.

Slide 2 - Slide

Lees 4.5 Het buurtprofiel
in stilte voor jezelf

Tip: markeer belangrijke termen/zinnen
timer
5:00

Slide 3 - Slide

Buurtprofiel
- Woningkenmerken
- Bewonerskenmerken
- Omgevingskenmerken

Slide 4 - Slide

Het buurtprofiel
Een buurtprofiel bestaat uit:
Woningkenmerken en bewonerskenmerken




Even oefenen:
  • ouderdom
  • eigendom
  • woningtype
  • staat van onderhoud
  • leeftijd
  • etniciteit
  • inkomen
  • gezinsfase
  • grootte van huishouden 

Slide 5 - Slide

4 woningkenmerken
  • ouderdom (bouwjaar)
  • eigendom (koop, huur van particulier of van corporatie)
  • woningtype (vrijstaand, rijtjeshuis, portiekflat, galerijflat, etagewoningen enzovoort)
  • staat van onderhoud (goed, slecht, gerenoveerd of niet).

Slide 6 - Slide

Bewonerskenmerken
  1. grootte van huishoudens 
  2. etniciteit 
  3. inkomen 
  4. gezinsfase
  5. leeftijd

Slide 7 - Slide

Woningkenmerken:
Jaren 60, corporatie, galerijflat, vaak redelijk goed onderhouden.

Bewonerskenmerken:
Ruime flats: grotere huishoudens met kinderen, veel allochtonen, laag-midden inkomen.

Slide 8 - Slide

Woningkenmerken:
±1910, woningbouwcorporatie, etagewoningen, goed onderhouden.

Bewonerskenmerken:
Kleine huishoudens, veel allochtonen, laag inkomen, veel alleenstaanden.

Slide 9 - Slide

Woningkenmerken:
Na 1990, koop en ± 30% sociale huur, rijtjes / appartementen, vrijstaand, goed onderhouden, want nieuw. 

Bewonerskenmerken:
Gemiddeld grotere huishoudens, hogere inkomens, autochtonen, gezinnen met kinderen.


Slide 10 - Slide

Woningkenmerken:
rond 1900 gebouwd
vrije sector huur
goed onderhouden

Bewonerskenmerken
jonge, kleine gezinnen, ouderen
Hoger inkomen dan gemiddeld

Slide 11 - Slide

Woningkenmerken:
Voor-oorlogs
- rond 1930 gebouwd
- (sociale) huur én koop
- soms goed onderhouden
Bewonerskenmerken: 
- jonge, kleine gezinnen, ouderen, in slecht onderhouden huizen laag inkomen, beter onderhouden hoog inkomen

Slide 12 - Slide

Formuleer een verband (algemene regel) tussen een bewonerskenmerk en een woningkenmerk

Slide 13 - Open question

Woningkenmerken/bewonerskenmerken
Oudere, goedkopere, slecht onderhouden huurwoningen (flatwijken, vooroorlogse wijken) -> arme mensen (niet-westerse allochtonen, alleenstaande ouders, ouderen)

duurdere, goed onderhouden koopwoningen (jaren '30, vinex, monumentale stadswoningen -> hoger inkomen (gezinnen met kinderen en autochtonen)


Slide 14 - Slide

Opdracht/taak buurtprofiel
Maak een groepje

Slide 15 - Slide