🔹
1. Oriëntatiegedrag- Rondkijken in de winkel of bij een specifiek schap
- Twijfelend heen en weer bewegen tussen producten
- Producten oppakken, vergelijken, terugleggen
- Het lezen van etiketten, prijzen of verpakkingen
🔹 2. Benaderbaarheid
Regelmatig richting personeel kijken
Dicht bij een medewerker in de buurt blijven
Stil blijven staan alsof er een vraag komt
Op een medewerker afstappen
🔹 3. Lichaamshouding
Open houding: rechtop staan, lichaam naar het product gericht
Afwachtende houding: armen gekruist, stappen terug
Doelgerichte houding: snel en zeker naar een product lopen
Onzeker of zoekend: langzaam bewegen, veel om zich heen kijken
🔹 4. Handelingen met producten
Een product langer vasthouden dan gemiddeld (koopinteresse)
Meerdere producten pakken ter vergelijking
Een product meteen in een mandje leggen
Een product terugleggen na twijfel
🔹 5. Interactie met de winkelomgeving
Controleren van prijskaartjes of acties
Gebruikmaken van digitale scanners of informatiezuilen
Zoeken naar hulp (bijvoorbeeld om zich heen kijken)
Naar de kassa lopen en dan weer terugkeren naar het schap
🔹 6. Gedrag dat wijst op nood aan hulp
Zichtbare aarzeling bij keuzes
Zuchten, schouders ophalen, steeds opnieuw kijken
Vaak omdraaien om personeel te vinden
Met een product naar een medewerker toestappen
🔹 7. Tijdsbesteding
Extra lang bij één product of sectie blijven staan
Snel door de winkel bewegen zonder te stoppen
Terugkeren naar een eerder bekeken product
🔹 8. Groepsgedrag
Overleggen met iemand die meekomt
Afstemmen, aanwijzen, laten zien
Beïnvloeding door een ander (wijzen, knikken, afkeuren)
🔹 9. Non-verbale communicatiesignalen
Knikken wanneer iets duidelijk is
Weglopen wanneer er geen interesse is
Met lichaam richting product staan wanneer er wél interesse is
Oogcontact maken met een medewerker