1. Kies één duidelijke hoofdvraag die jouw infographic gaat beantwoorden.
2. Verzamel de belangrijkste feiten over DNA, RNA en hun functies.
3. Bepaal welke informatie echt nodig is en beperk jezelf tot maximaal 8 kernpunten.
4. Maak een snelle schets van de indeling: titel, tekstblokjes, pictogrammen en pijlen.
5. Schrijf ultrakorte tekstjes van maximaal 12 woorden per onderdeel.
6. Kies passende visuals zoals een dubbele helix, enkelstreng RNA en eenvoudige pijlen.
7. Zet DNA en RNA overzichtelijk naast elkaar om de verschillen duidelijk te tonen.
8. Voeg het proces DNA → RNA → eiwit toe in een simpel stappen- of pijlschema.
9. Gebruik maximaal drie kleuren en één lettertype voor rust en duidelijkheid.
10. Controleer je infographic op leesbaarheid, logica en of alles op één pagina past.