LES 3 - VERKLEINWOORD, MEERVOUD EN DE OORSPRONG VAN WOORDEN

1 / 60
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 60 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Begrijpend lezen 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Icoontjes:
Sla deze slide op in je favorieten of klik op het oog om de slide te verbergen.

Kleurcodes:
De kleurcodes in deze les verschillen per lesfase:

informatie
doen
Voorkennis activeren
#EBE7F7
#9C89D7
Theorie/Instructie
#F8DACF 
#FE8F6B
Verwerking
#C4E5C9
#38A84A
Afsluiting
#EBE7F7
#9C89D7

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

JDW-kijkwijzer 5.0
Lesopbouw:
  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen

  4. Evaluatie:
    Afsluiting




Slide 5 - Slide

De principes van de JdW-Kijkwijzer hebben betrekking op het wezenlijk van effectief leren , gewenst schoolgedrag en taalontwikkeling . Bovendien wordt van hieruit gewerkt aan het versterken van de collectieve lerareneffectiviteit, wat essentieel is voor het verbeteren van de onderwijskwaliteit, leerlingprestaties en het opbouwen van vaste onderwijsdoelen (Badura, 1993; Goddard, 2001).
              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 6 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
              Voorkennis activeren
Op de volgende slides staan een aantal vragen om te kijken wat je al van begrijpend lezen weet.

Slide 7 - Slide

Voorkennis activeren:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.

Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
Wat denk je dat begrijpend lezen betekent?

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

Wat is het eerste dat je gaat doen als je een tekst gaat lezen?

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Wat doe je als je een tekst niet meteen begrijpt?

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Als je de tekst helemaal hebt gelezen, welke vraag kan je jezelf stellen?

Slide 11 - Open question

This item has no instructions

verkleinwoorden?

Slide 12 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Geef een voorbeeld van een verkleinwoord

Slide 13 - Open question

This item has no instructions

meervoud?

Slide 14 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Geef een voorbeeld van een meervoud.
vb hond - honden

Slide 15 - Open question

This item has no instructions


Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
A
B
C
D

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

timer
5:00
Voorkennis
Vraag 1
Vraag 2
Vraag 3
Vraag 4

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  • Ik kan van een woord een verkleinwoord maken (bijv. boek → boekje).
  • Ik kan de juiste uitgang kiezen: -je, -tje, -pje of -etje.
  • Ik kan een woord in het meervoud zetten (bijv. stoel → stoelen).
  • Ik kan kiezen tussen -en en -s bij het maken van meervouden.
  • Ik kan herkennen dat sommige woorden uit een andere taal komen.
  • Ik kan voorbeelden geven van woorden die niet oorspronkelijk Nederlands zijn (bijv. pizza, computer).

Slide 18 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

Slide 19 - Video

This item has no instructions

              Inleiding 
De meeste woorden kun je groter of kleiner maken, of aangeven dat het er meer zijn.
Bijvoorbeeld: hond – honden – hondje.

Soms is dat makkelijk en plak je er gewoon iets achter, zoals -en, -s, -tje of -pje.
Maar soms verandert het woord een beetje. Dan moet je goed opletten: er kan een letter weggaan of juist bijkomen.

In deze les ga je leren hoe dat werkt, zodat je woorden goed kunt gebruiken in zinnen.

Slide 20 - Slide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 
           Theorie
1. Meervoud (meer dan één)
Je maakt een woord meervoud door er meestal -en of -s achter te zetten.
  • -en → boek → boeken, kat → katten
  • -s → auto → auto’s, tafel → tafels

🔎 Let op:
Soms verandert het woord:

  • man → mannen (letter erbij)
  • dak → daken (klank verandert een beetje)

Slide 21 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Theorie
2. Verkleinwoorden (iets kleins)
Je maakt een woord kleiner door er een uitgang achter te zetten:
  • -je → boek → boekje
  • -tje → tafel → tafeltje
  • -pje → boom → boompje
  • -etje → kring → kringetje
🔎 Let op:
Soms verandert het woord:
  • boom → boompje (p erbij)
  • huis → huisje (blijft hetzelfde)

Slide 22 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Theorie
🎯 Kort samengevat
Meervoud = meer dan één → meestal -en of -s
Verkleinwoord = klein maken → -je, -tje, -pje, -etje
Soms verandert het woord een beetje → goed kijken en oefenen!

Slide 23 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           In eigen woorden
Een tekst in eigen woorden opschrijven betekent:

  • niet overschrijven

  • schrijven alsof je het vertelt aan iemand anders

Je gebruikt korte zinnen en alleen de belangrijkste informatie.
Handige hulpzinnen
  • Deze tekst gaat over…
  • In het begin…
  • Daarna…
  • Aan het einde…

Slide 24 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Wat gebruik je om een woord in het meervoud te zetten?
A
-je of -tje
B
-en of -s
C
-pje of -etje

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Welk woord is een verkleinwoord?
A
honden
B
tafels
C
boekje

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Wat gebeurt er soms als je een woord verandert?
A
Het woord blijft altijd hetzelfde
B
Het woord verdwijnt
C
Er komt een letter bij of er gaat een letter weg

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Waarom schrijf je een tekst in je eigen woorden?

Slide 28 - Open question

This item has no instructions

           Instructie 
  • Lees de tekst rustig voor jezelf door.
  • Lees de opdrachten door
  • Maak de opdrachten
  • Klaar? Numo


Slide 29 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden

Slide 30 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Eigen woorden
De eerste alinea gaat over hoe mensen verschillend denken over de wolf en waarom ze zo denken. Er worden voorbeelden gegeven, kinderen durven niet meer buiten te spelen, beoren zijn bang en we kennen de wolf alleen in sprookjes.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

1. Waarom reageren sommige mensen bang of boos als de wolf in het nieuws is?

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

2. Waardoor hebben mensen volgens de tekst een bepaald beeld van de wolf?

Slide 33 - Open question

This item has no instructions

           Aan de slag
Stap 1 - Lees eerst de hele tekst
Stap 2 – Lees de eerste alinea
Stap 3 – Schrijf in je eigen woorden op waar het over gaat
Stap 4 – Doe dit bij elke alinea
Stap 5 - Maak bij elke alinea 2 vragen (antwoord moet in de tekst staan)

Klaar? Numo- Nederlands - Leerplan


timer
20:00

Slide 34 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Instructie 
  • Lees de tekst nog een keer rustig voor jezelf door.
  • Maak daarna de opdrachten op je stencil.
  • Als je klaar bent, vraag je het antwoordblad aan je mentor en kijk je het na.
  • Ben je klaar met nakijken, Numo - Nederlands- Leerplan.


Slide 35 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Instructie 

Slide 36 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Instructie 
Voorbeeld 2


- auto’s wassen - spons, . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 
 - kamer schoonmaken - stofzuiger

Slide 37 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Instructie 
 Etymologie is de wetenschap die bestudeert waar een woord vandaan komt.

voetbal
(voet = lichaamsdeel) + (bal = rond voorwerp) → spel met een bal dat je met je voet speelt.
Welke twee woorden kan je ook maken met voet.

Slide 38 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.



Wanneer is mijn opdracht goed?

Slide 39 - Open question

Succescriteria
Hiermee maak je leerlingen duidelijk wat er van hen verwacht wordt en welke criteria bepalen of hun werk succesvol is. Dit helpt hen beter te begrijpen waar ze naartoe werken en verhoogt hun focus en motivatie. Door succescriteria te bespreken of samen met leerlingen op te stellen, bevorder je eigenaarschap en geef je hen een concreet kader om hun werk aan te toetsen tijdens en na het uitvoeren van de opdracht.
           Aan de slag
Stap 1 - Lees de tekst
Stap 2 – Maak de opdracht A, B en C van je stencil.
Stap 3 – Kijk de opdrachten na
Stap 4 – Numo - Nederlands - Leerplan




timer
30:00

Slide 40 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen

Wat ga je eerst doen en dan daarna?
A
tekst lezen, eigen woorden, opdrachten maken, opdrachten doorlezen
B
opdrachten doorlezen, opdrachten maken, tekst lezen, eigen woorden
C
opdrachten lezen, tekst lezen, eigen woorden, opdrachten maken
D
tekst lezen, opdrachten lezen, opdrachten maken, eigen woorden

Slide 41 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Afsluiting
Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 
Checklist:
  • Zijn de leerdoelen behaald?
  • Les in context plaatsen van de periode 
  • Het leren en het gedrag samen evalueren
  • Vooruitblikken adhv JdW-planner  

Slide 42 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 
           Begrippen
           uit deze les
  • Zelfstandig naamwoord
Een woord voor een ding, persoon, dier of plaats.
Bijvoorbeeld: tafel, hond, school
  • Meervoud
Als er meer dan één is.
Bijvoorbeeld: hond → honden
  • Verkleinwoord
Een woord dat aangeeft dat iets klein is.
Bijvoorbeeld: boek → boekje
  • Uitgang
Het stukje dat je achter een woord plakt.
Bijvoorbeeld: -en, -s, -je, -tje
  • Oorsprong van een woord (etymologie)
Waar een woord vandaan komt of uit welke taal het komt.
Bijvoorbeeld: pizza komt uit het Italiaans

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Exit ticket 
Vertel  in 1 of 2 zinnen vertellen waar de tekst over gaat, zoals jij het begrijpt?
Schrijf je antwoord op het blaadje wat je hebt gekregen

Tip:

Gebruik je eigen woorden, niet precies de zinnen uit de tekst.

Denk aan: wie, wat, waar en wat er gebeurt.

Slide 44 - Slide

Formatief evalueren: 
Het werken met leerdoelen maakt effectief feedback geven mogelijk.
Gedurende de les wordt continue geëvalueerd in hoeverre de leerlingen de leerdoelen
beheersen. Leerlingen gaan pas aan de slag met het volgende leerdoel wanneer zij
aantonen de vorige te beheersen. De docent laat op verschillende manieren weten waar
leerlingen naartoe werken (feed-up), of zij goed bezig zijn (feed-back) en wat de volgende
stap is (feedforward). Deze feedback is niet alleen gericht op een taak/product, maar vooral
ook op hoe leerlingen op een juist antwoord zijn gekomen (proces). Enkele praktische tips
om met formatief evalueren aan de slag te gaan: https://toetsrevolutie.nl/?p=2298 &
https://hetdigitalewerkvormenboek.files.wordpress.com/2020/07/het-digitale-
werkvormenboek.pdf

Slide 45 - Open question

This item has no instructions

Exit ticket
Klik op de spinner
Formatief evalueren

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Ik heb mijn opdrachten goed gemaakt.
😒🙁😐🙂😃

Slide 47 - Poll

This item has no instructions

Ik werkte netjes en rustig.
😒🙁😐🙂😃

Slide 48 - Poll

This item has no instructions

Ik luisterde goed naar de uitleg van de docent.
😒🙁😐🙂😃

Slide 49 - Poll

This item has no instructions

Ik begreep wat ik moest doen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 50 - Poll

This item has no instructions

Ik stelde vragen als ik iets niet snapte.
😒🙁😐🙂😃

Slide 51 - Poll

This item has no instructions

Ik kon zelfstandig aan het werk na de uitleg.
😒🙁😐🙂😃

Slide 52 - Poll

This item has no instructions

Ik begon snel met werken.
😒🙁😐🙂😃

Slide 53 - Poll

This item has no instructions

Ik bleef geconcentreerd werken.
😒🙁😐🙂😃

Slide 54 - Poll

This item has no instructions

Ik liet mij niet afleiden
😒🙁😐🙂😃

Slide 55 - Poll

This item has no instructions

Ik werkte goed samen (indien van toepassing).
😒🙁😐🙂😃

Slide 56 - Poll

This item has no instructions

Dit ging goed vandaag:

Slide 57 - Open question

This item has no instructions

Dit wil ik volgende keer beter doen:

Slide 58 - Open question

This item has no instructions

Mijn cijfer voor vandaag is......
010

Slide 59 - Poll

This item has no instructions

Eindslide

Bedankt voor jullie aandacht. Je hebt goed meegedaan en gewerkt.

Slide 60 - Slide

This item has no instructions