11/5 WKMD Leesboek + Code+ + sorry zeggen/wat zeg je? (H4)

                                          Welkom!
1 / 31
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

                                          Welkom!

Slide 1 - Slide

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in de kluis
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 

Slide 2 - Slide

Planning maandag 11 mei
  • praten over je leesboek in teams
  • uitleg: Wat zeg je?
  • Spreekopdracht Wat zeg je?

Slide 3 - Slide

 lesdoelen 
  • Ik kan iets vertellen over mijn leesboek.
  • Ik weet wanneer en hoe ik sorry/het spijt me moet zeggen.
  • Ik weet wat ik moet zeggen als er iemand ziek is.
  • Ik weet wat ik moet zeggen als iemand jarig is of geslaagd is.

Slide 4 - Slide

praten over je leesboek 
  • Als je klaar bent, ga je om de beurt in je team aan elkaar vertellen over je boek. (andere teams)
  • Je praat 1 minuut over je leesboek.
  • Welk boek zou je ook wel willen lezen?

Slide 5 - Slide

om de beurt praten over je leesboek
timer
1:00

Slide 6 - Slide

Wat zeg je?

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

feliciteren (ww)
  • iemand geluk wensen
  • dit werkwoord gebruik je als iemand jarig is, een baby heeft gekregen, gaat trouwen.

  • TT - ik feliciteer - jij feliciteert -
     wij feliciteren
  • zin: Van harte gefeliciteerd met je verjaardag! 
11

Slide 9 - Slide

Het spijt me.
  • Betekenis: als je excuses maakt, sorry zegt
  • Voorbeeldzin: Het spijt me dat ik te laat ben. 

Slide 10 - Slide

beterschap
  • wat je een zieke toewenst

  • zin: Veel beterschap!


Slide 11 - Slide

iemand is overleden: gecondoleerd
Gecondoleerd met het overlijden van ...
Gecondoleerd.
Heel veel sterkte.
Heel veel sterkte met dit grote verlies.

Slide 12 - Slide

Wat zeg je? (ook Code+ H4)
  • Iemand is jarig: Gefeliciteerd! (of van harte gefeliciteerd)
  • Iemand is ziek: Beterschap! (of Sterkte!)
  • Iemand is overleden (dood): Gecondoleerd! (of Sterkte!)
  • Je maakt iets kapot. Je laat iets vallen: Sorry of Het spijt me.

Slide 13 - Slide

Wat zeg je als iemand jarig is?
A
Beterschap!
B
Gecondoleerd!
C
Gefeliciteerd!
D
Sorry!

Slide 14 - Quiz

Wat zeg je als iemand ziek is?
A
Beterschap!
B
Gecondoleerd!
C
Gefeliciteerd!
D
Sorry!

Slide 15 - Quiz

Wat zeg je als iemand overleden (dood) is?
A
Beterschap!
B
Gecondoleerd!
C
Gefeliciteerd!
D
Sorry!

Slide 16 - Quiz

Wat zeg je als je iets kapot maakt?
A
Beterschap!
B
Gecondoleerd!
C
Gefeliciteerd!
D
Sorry!

Slide 17 - Quiz

Wat zeg je?
  • Iemand is jarig: Gefeliciteerd! (of van harte gefeliciteerd)
  • Iemand is ziek: Beterschap! (of Sterkte!)
  • Iemand is overleden (dood): Geconcoleerd! (of Sterkte!)
  • Je maakt iets kapot. Je laat iets vallen: Sorry of Het spijt me.
  • Als je iets wil vragen (formeel): Mag ik alstublieft.....?
  • Als je iets wil vragen (informeel): Mag ik (alsjeblieft).....?

Slide 18 - Slide

Opdracht: Wat zeg je?
  • Je pakt om en om een kaartje.
  • Je leest het kaartje voor.
  • Wat zeg je? Beantwoord de vraag.
  • Antwoord is goed, het kaartje is voor de persoon. 
  • Niet goed: het kaartje komt op de 'parkeerstapel'. Later kan je kiezen van welk stapel hij/zij het kaartje neemt.

Slide 19 - Slide

niet voorzeggen!

Slide 20 - Slide

Evaluatie
  • Wat ging goed?
  • Wat was moeilijk? 

Slide 21 - Slide

Ik vond de opdracht...
A
makkelijk
B
een beetje makkelijk
C
moeilijk
D
een beetje moeilijk

Slide 22 - Quiz

Hoeveel kaartjes heb je goed?
A
0
B
0-3
C
4-6
D
meer dan 6

Slide 23 - Quiz

Welke woorden heb je onthouden?

Slide 24 - Open question

Fijne dag en tot de volgende keer!

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Video

NOS Jeugdjournaal
  • wie?
  • wat?
  • waar?
  • wanneer?
  • waarom?
  • hoe? 

Slide 27 - Slide

Team Sana en Raza
  • werken in Code+ Hoofdstuk 2
  • spreekopdrachten

Slide 28 - Slide

Teams Radi en Esinn
  • Teams Radi en Esinn hoofdstuk 4

Slide 29 - Slide

Team Yusuf
  • werken in Code+:
  • Grammatica hoofdstuk 5

Slide 30 - Slide

 lesdoelen 
  • Ik weet wanneer en hoe ik sorry moet zeggen.
  • Ik weet wat ik moet zeggen als er iemand ziek is.
  • Ik weet wat ik moet zeggen als iemand jarig is of geslaagd is.

Slide 31 - Slide