This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Report this lesson
Items in this lesson
H7 herhaling
Terugblik/oefeningen
Leren voor de toets
Slide 1 - Slide
Je gaat 6 m/s hoeveel km/h is dit?
A
6000
B
0,006
C
21,6
D
1,67
Slide 2 - Quiz
Je hebt 2 h en 42 minuten over een wandeling gedaan. Hoeveel h is dit?
A
0,04
B
2,7
C
162
D
2,62
Slide 3 - Quiz
Je gaat 72 km/h, hoeveel m/s is dit?
A
259,2
B
72000
C
1,2
D
20
Slide 4 - Quiz
Neem de tabel over en vul de onderbrekende gegevens in
Grootheid
Afk. grootheid
Eenheid
Afk. eenheid
Afstand
..
.. en ..
.. en ..
Tijd
..
.. en ..
.. en ..
Snelheid
..
.. en ..
.. en ..
Kracht
..
..
..
Slide 5 - Slide
Neem de tabel over en vul de onderbrekende gegevens in
Grootheid
Afk. grootheid
Eenheid
Afk. eenheid
Afstand
s
meter en kilometer
m en km
Tijd
t
secondes en uren
sec en h
Snelheid
v
meter per seconde en kilometer per uur
m/s en km/h
Kracht
F
Newton
N
Slide 6 - Slide
Bereken de snelheid van deze s-t diagram in m/s. Doe dit in 5 stappen.
Slide 7 - Open question
antwoord
Vgem= s /t
2m en 6 sec
gevraagd: snelheid
2/6=
0,33 m/s
Slide 8 - Slide
Bereken de snelheid van deze s-t diagram in m/s van de laatste 3 secondes.
Slide 9 - Open question
Antwoord
Vgem= s /t
se- sb (2-1=)1 m en te-tb (6-3=)3 sec
Gevraagd: snelheid
1/3=
0,33 m/s
Slide 10 - Slide
Bereken de afgelegde afstand van de blauwe lijn van 0 naar 2 minuten in m. Noteer dit in 5 stappen.
Slide 11 - Open question
antwoord
s= v x t
25 m/s en t= 2 min --> 120 sec
gevraagd: afstand
120 x 25=
3000 m
We zien een eenparige/constante beweging
Slide 12 - Slide
Bereken de afgelegde afstand van de blauwe lijn in alleen minuut 4 in km. Noteer dit in 5 stappen.
Slide 13 - Open question
Antwoord
s= v x t
15 m/s en t= 1 min --> 60 sec
gevraagd: afstand
60 x 15=
900 m --> 0,9 km
In minuut 4 zien we een eenparige/constante beweging
Slide 14 - Slide
Bereken de afgelegde afstand van de blauwe lijn in minuut 2 t/m 4 in m. Noteer dit in 5 stappen.
Slide 15 - Open question
Antwoord
Gegeven: 25 m/s en 15 m/s, t = 4-2=2 min --> 120 sec
Gevraagd: de afstand s = ?
Formule: s = vgem ∙ t ook v=(ve+vb):2
Berekening: vgem = (25+15=)40 ÷ 2 = 20 m/s s = 20 x 120=
Antwoord: De afgelegde afstand s = 2400 m.
We zien een vertraagde beweging -->
Dus v= (ve+vb) : 2
Slide 16 - Slide
Deel 2
Slide 17 - Slide
Tekenopdracht
a. Maak van de volgende tabel een grafiek in je schrift.
b. Wat voor soort grafiek is dit? Leg uit waarom.
C. Wat voor soort beweging is dit? (of bewegingen)
t (sec)
v (km/h)
0
25
1
25
2
31
3
62
4
65
5
65
Slide 18 - Slide
0-1 sec eenparige beweging
1-4 sec versnelde beweging
4-5 sec eenparige beweging
a
b Het is een v - t diagram, snelheid tegenover de tijd
c
0
Slide 19 - Slide
Examen tips
1. Let op je stapgrootte bij de assen (alle stappen moeten even groot zijn)
2. Minimaal 2/3 gebruiken van het papier
3. Vloeiende lijn=uit de losse pols... Alleen lineair (rechte lijn) mag met een liniaal
Slide 20 - Slide
Hoe groot is de voorstuwende kracht?
A
70 N
B
30 N
C
20 N
D
50 N
Slide 21 - Quiz
Hoe groot is de tegenwerkende kracht?
A
70 N
B
30 N
C
20 N
D
50 N
Slide 22 - Quiz
Hoe groot is de nettokracht?
A
70 N
B
30 N
C
-30 N
D
50 N
Slide 23 - Quiz
Hoe groot is de nettokracht?
A
130 N naar links
B
130 N naar rechts
C
510 N naar links
D
510 N naar rechts
Slide 24 - Quiz
Hoeveel is de wrijvingskracht?
A
225 N
B
450 N
C
625 N
D
0 N
Slide 25 - Quiz
Wat als de man stopt met duwen. Leg uitgebreid uit wat er dan gebeurd met de wrijvingskracht, nettokracht en snelheid.
Slide 26 - Open question
Er valt 375 N weg.
De nettokracht gaat van 175 N rechts naar -200 N links. De auto gaat dan vertragen.
De wrijvingskracht blijft wel gelijk met -450N naar links.
Slide 27 - Slide
Je hebt een massa van 4 ton. De auto rijdt met een snelheid van 40 m/s. Bereken de bewegingsenergie. Gebruik de stappen.
Slide 28 - Open question
Antwoord
4000 kg en 40 m/s
gevraagd: Ekin
Ekin= 0.5 x m x v2
0,5 x 4000 x 40 (kwadraat 2)=
3200000 J
Slide 29 - Slide
Je hebt een massa van 400000 g. De auto rijdt 6h en 720 km. Bereken de bewegingsenergie. Gebruik de stappen.
Slide 30 - Open question
Antwoord
G 720 km en 6 h
G v in m/s F v=s:t
B v= 720 : 6 =
A 120 km/h --> :3,6 = 33,3 m/s
G 400000 g is 400 kg en
33,3 m/s
G Ekin in J
F Ekin= 0.5 x m x v (kwadraat 2)
B 0,5 x 400 x 33,3 (kwadraat 2)=
A 217800 J
Slide 31 - Slide
Kinetische energie
Je bent aan het fietsen met een constante snelheid. Je weegt samen met je fiets 105 kg.
Je hebt 8000 J energie geleverd om op snelheid te komen. Hoe snel ga je? (we gaan ervan uit dat er geen wrijvingskracht is)
Gegeven
Gevraagd
Formule
Bereken
Antwoord + eenheid
Slide 32 - Slide
Je bent aan het fietsen met een constante snelheid. Je weegt samen met je fiets 105 kg. Je hebt 8000 J energie geleverd om op snelheid te komen. Hoe snel ga je? (we gaan ervan uit dat er geen wrijvingskracht is) Antwoord
Slide 33 - Open question
ANTWOORD
Je bent aan het fietsen met een constante snelheid. Je weegt samen met je fiets 105 kg.
Je hebt 8000 J energie geleverd om op snelheid te komen. Hoe snel ga je? (we gaan ervan uit dat er geen wrijvingskracht is)
Gegeven m = 105 kg
Ekin = 8000 J
Gevraagd v
Formule Wortel v = Ek: (0,5 x m)
Bereken en antwoord
Antwoord + eenheid v = 7,1 m/s
Wortel v = 8000 : (0,5 x 105)
√152,4= 12,34 m/s
Slide 34 - Slide
ANTWOORD
Je bent aan het fietsen met een constante snelheid. Je weegt samen met je fiets 105 kg.
Je hebt 8000 J energie geleverd om op snelheid te komen. Hoe snel ga je? (we gaan ervan uit dat er geen wrijvingskracht is)