Werken voor de winst: produceren

Werken voor de winst: produceren

1 / 32
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 6

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Werken voor de winst: produceren

This item has no instructions

Lesdoel

Ik kan uitleggen in welke sectoren mensen werken en welke productiefactoren nodig zijn om te produceren.

This item has no instructions

Wat is produceren?

Produceren is het maken van goederen of het leveren van diensten.

  • Goederen: dingen die je kunt aanraken

  • Diensten: werk dat voor iemand wordt gedaan

  • Bedrijven produceren om winst te maken

Gebruik eenvoudige voorbeelden: brood bakken is een goed, haren knippen is een dienst. Koppel terug aan de titel van het hoofdstuk: werken voor de winst.

Waar werken mensen?

Mensen werken niet allemaal op dezelfde plek.

In de economie delen we werk in in sectoren.

Zo kun je beter zien wat voor werk iemand doet en voor wie dat werk is.

This item has no instructions

Marktsector

De marktsector maakt goederen of diensten die worden verkocht.


  • Klanten betalen voor het product

  • Bedrijven willen vaak winst maken

  • Voorbeelden: supermarkt, kapper, fabriek

Benadruk dat 'markt' hier betekent: er wordt verkocht tegen een prijs. Niet alleen een gewone markt met kraampjes.

Particuliere sector

De particuliere sector is het deel van de marktsector van particuliere bedrijven.


  • Niet van de overheid

  • Bedrijven beslissen zelf over hun aanbod

  • Voorbeelden: bakker, kledingwinkel, garage

Voor deze doelgroep is het genoeg om particuliere sector eenvoudig gelijk te zetten aan bedrijven van ondernemers en niet van de overheid.

Collectieve sector

De collectieve sector bestaat uit werk en diensten van de overheid.


  • Gericht op de samenleving

  • Betaald met belastinggeld

  • Voorbeelden: politie, openbaar bestuur, rechtbank

Noem dat in de collectieve sector winst niet het hoofddoel is. Dat contrast met de particuliere sector helpt later in de les.

Wie hoort bij de collectieve sector?

A

politie

B

bakker

C

garage

D

kapper

Controleert het verschil tussen overheid en particuliere bedrijven.

Vul de juiste woorden in

De marktsector verkoopt goederen en diensten. De particuliere sector bestaat uit bedrijven die niet van de overheid zijn. De collectieve sector is van de overheid en wordt betaald met belastinggeld.

marktsector
particuliere sector
collectieve sector
primaire sector
tertiaire sector
quartaire sector

De drie begrippen zijn net na elkaar uitgelegd. Let op het onderscheid: verkopen, bedrijven, overheid.

Primaire sector

In de primaire sector haal je grondstoffen uit de natuur.


  • Landbouw

  • Visserij

  • Mijnbouw

  • Voorbeeld: een boer verbouwt aardappelen

Leg uit dat 'grondstoffen' de basis zijn voor veel andere producten. Houd het concreet: aardappelen, vis, hout, zand.

Secundaire sector

In de secundaire sector worden grondstoffen verwerkt tot producten.


  • Industrie

  • Bouw

  • Voorbeeld: hout wordt een tafel

  • Voorbeeld: stenen worden een huis

Maak het verband met de primaire sector expliciet: eerst komen grondstoffen uit de natuur, daarna worden ze verwerkt.

Tertiaire sector

De tertiaire sector levert commerciële diensten.


  • Je betaalt voor de dienst

  • Vaak in winkels of bedrijven

  • Voorbeelden: winkel, bank, kapper, transport

Gebruik 'commerciële diensten' eenvoudig: diensten waarvoor klanten betalen.

Quartaire sector

De quartaire sector levert diensten die vaak met zorg of welzijn te maken hebben.


  • Vaak betaald door overheid of verzekering

  • Niet gericht op winst voorop

  • Voorbeelden: onderwijs, zorg, maatschappelijk werk

Sommige methodes plaatsen delen van de quartaire sector onder de collectieve sector. Leg uit dat het hier gaat om het soort dienst: zorg, onderwijs en hulpverlening.

Sectoren vergeleken

Van natuur naar product

Quartaire sector - zorg, onderwijs, hulp

Particuliere sector - bedrijven

Collectieve sector - overheid

Primaire sector - haalt uit de natuur

Secundaire sector - maakt en bouwt

Tertiaire sector - verkoopt of helpt tegen betaling

Diensten voor de samenleving

Deze slide ordent de begrippen. Leg uit dat de ene indeling gaat over soort werk en de andere over voor wie of door wie het werk gebeurt.

In welke sector haalt men grondstoffen uit de natuur?

A

tertiaire sector

B

secundaire sector

C

primaire sector

D

quartaire sector

Plausibele verwarring is tussen primair en secundair. Primair = uit de natuur halen.

Vul de juiste sectoren in

De primaire sector haalt grondstoffen uit de natuur. De secundaire sector verwerkt grondstoffen tot producten. De tertiaire sector levert diensten waarvoor je betaalt. De quartaire sector gaat vaak over zorg en onderwijs.

primaire sector
secundaire sector
tertiaire sector
quartaire sector
marktsector
collectieve sector
particuliere sector

Laat leerlingen het rijtje van natuur naar product en daarna diensten reconstrueren.

Wat heb je nodig om te produceren?

Om goederen of diensten te maken heb je productiefactoren nodig.


Productiefactoren zijn de dingen die nodig zijn om te kunnen produceren.

This item has no instructions

Productiefactor: arbeid

Arbeid is al het werk dat mensen doen.


  • Handenarbeid en denkwerk

  • Zonder mensen gebeurt er weinig

  • Voorbeelden: lasser, chauffeur, verpleegkundige

Laat zien dat arbeid niet alleen zwaar lichamelijk werk is, maar ook plannen, rekenen en organiseren.

Productiefactor: kapitaal

Kapitaal betekent hier: hulpmiddelen om te produceren.


  • Machines

  • Gereedschap

  • Gebouwen

  • Vrachtwagens

Voorkom misverstand: kapitaal is hier niet alleen geld. In economie gaat het bij productiefactor kapitaal om productiemiddelen.

Productiefactor: natuur

Natuur levert grondstoffen en ruimte.


  • Hout, water, grond, gas

  • Zonder grondstoffen geen productie

  • Voorbeeld: graan voor brood

Als leerlingen vragen naar energie, kun je dat eenvoudig onder natuur of grondstoffen laten vallen.

Productiefactor: ondernemerschap

Ondernemerschap is het regelen en organiseren van productie.


  • Beslissen wat je maakt

  • Mensen en spullen combineren

  • Risico nemen

  • Voorbeeld: een ondernemer opent een snackbar

Benadruk dat ondernemerschap de andere productiefactoren bij elkaar brengt.

Voorbeeld: brood maken

Wat zie je?

Voor productie werken productiefactoren samen.

Ontbreekt er één, dan wordt produceren moeilijker.

Arbeid - bakker

Kapitaal - oven, mixer, winkel

Natuur - meel, water

Ondernemerschap - plannen en verkopen

Wat is nodig?

Dit is het concrete voorbeeld waarin alle productiefactoren samenkomen. Kies eventueel een voorbeeld uit de leefwereld van de klas, zoals frietzaak of fietsenmaker.

Wat is hier een voorbeeld van kapitaal?

A

bakker

B

meel

C

oven

D

ondernemer

Gebaseerd op het voorbeeld brood maken. Kapitaal zijn hulpmiddelen, niet mensen of grondstoffen.

Vul de productiefactoren in

Om te produceren heb je arbeid, kapitaal, natuur en ondernemerschap nodig. Bij brood maken is de bakker arbeid en de oven is kapitaal.

arbeid
kapitaal
natuur
ondernemerschap
marktsector
winst
dienst

Herhaalt de vier productiefactoren in een bekende context uit de contentslides.

Zwartwerk

Zwartwerk is werk dat niet officieel wordt opgegeven.


  • Geen belasting afdragen

  • Vaak geen arbeidscontract

  • Illegaal

  • Voorbeeld: betaald klussen zonder het op te geven

Houd het feitelijk en moraliseer niet te veel. Kern: het werk wordt verborgen gehouden voor de overheid.

Grijswerk

Grijswerk zit tussen officieel werk en zwartwerk in.


  • Niet alles is duidelijk geregeld

  • Soms een kleine betaalde klus

  • Officieel mag het vaak niet zomaar

  • Voorbeeld: iemand krijgt cash voor oppassen naast een uitkering

Grijswerk is voor leerlingen vaak lastig. Benadruk: het is 'grijs' omdat het niet netjes of volledig volgens de regels gebeurt.

Verschil tussen zwartwerk en grijswerk

  • Gedeeltelijk of twijfelachtig geregeld

  • Niet volledig volgens de regels

  • Vaak kleine klussen

Grijswerk

Zwartwerk

  • Helemaal niet opgegeven

  • Illegaal

  • Geen belasting of premies

Als leerlingen veel voorbeelden noemen, stuur terug naar het kernverschil: zwart is verborgen, grijs is onduidelijk of half geregeld.

Waarom zijn deze begrippen belangrijk?

Met deze begrippen kun je werk beter begrijpen.


  • Waar iemand werkt

  • Wat een bedrijf nodig heeft

  • Of werk officieel is geregeld

Gebruik deze slide als afrondende kapstok voor de paragraaf produceren.

Wat past het best bij zwartwerk?

A

officieel contract

B

belasting betalen

C

niet opgegeven werk

D

zorg en onderwijs

Zwartwerk = verborgen voor de overheid. Distractoren komen uit andere delen van de les.

Vul zwartwerk of grijswerk in

Bij zwartwerk wordt werk helemaal niet opgegeven. Bij grijswerk is het werk niet volledig volgens de regels geregeld. Beide vormen zijn dus niet netjes officieel geregeld.

zwartwerk
grijswerk
marktsector
arbeid
ondernemerschap

Kernverschil: zwart = verborgen, grijs = onduidelijk of half geregeld.

Begrippenlijst

marktsector - deel van de economie waar goederen en diensten worden verkocht

particuliere sector - bedrijven die niet van de overheid zijn

collectieve sector - werk en diensten van de overheid

primaire sector - haalt grondstoffen uit de natuur

secundaire sector - verwerkt grondstoffen en bouwt producten

tertiaire sector - levert commerciële diensten

quartaire sector - levert zorg, onderwijs en andere maatschappelijke diensten

This item has no instructions

Begrippenlijst

productiefactoren - dingen die nodig zijn om te produceren

arbeid - werk dat mensen doen

kapitaal - hulpmiddelen zoals machines en gebouwen

natuur - grondstoffen en ruimte uit de natuur

ondernemerschap - het organiseren van productie en nemen van risico

zwartwerk - werk dat niet officieel wordt opgegeven

grijswerk - werk dat niet volledig volgens de regels is geregeld

This item has no instructions