Geldbedragen op juiste manier noteren en afronden

Geldbedragen op juiste manier noteren en afronden
1 / 18
next
Slide 1: Slide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 5

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Geldbedragen op juiste manier noteren en afronden

Slide 1 - Slide

Welk geldbedrag legt Joost op de toonbank?
A
2 euro
B
10 euro
C
5 euro
D
20 euro

Slide 2 - Quiz

Rond de volgende geldbedragen af
op centen nauwkeurig:
€ 5,802
A
€ 5,80
B
€ 5,81
C
€ 5,85
D
€ 6,-

Slide 3 - Quiz

Rond de volgende geldbedragen af
op centen nauwkeurig:
€ 0,155
A
€ 0,15
B
€ 0,16
C
€ 0,10
D
€ 0,20

Slide 4 - Quiz

Waar is het geldbedrag juist genoteerd?
Duizend euro en 34 cent.
A
1000,35
B
€ 1.000,34
C
€ 1000,34
D
€ 1.000,35

Slide 5 - Quiz

Rond de volgende geldbedragen af
op centen nauwkeurig:
€ 10,5
A
€ 10,-
B
€ 11,-
C
€ 10,50
D
€ 10,05

Slide 6 - Quiz

Welk geldbedrag bedoelen ze met Doezoe in straattaal
A
€100
B
€500
C
€150
D
€1000

Slide 7 - Quiz

Hoe schrijf je geldbedragen op?
Welke antwoord klopt?
A
€ 5,-
B
€ 5
C
5 €
D
€ 5 euro

Slide 8 - Quiz

€ 745, 62

wat is de 6 waard in dit geldbedrag?
A
6 eurocent
B
6 euro
C
60 euro
D
60 eurocent

Slide 9 - Quiz

Welk geldbedrag is wel goed genoteerd?
A
€ 4,70
B
€ 4,7
C
€ 4,701
D
4,70

Slide 10 - Quiz

Hoe noteer je het geldbedrag: Duizendvijftig euro en negentien cent
A
€10,050.91
B
10.050,19
C
€1.050.91
D
€1.050,19

Slide 11 - Quiz

Hoe noteer je het geldbedrag: twee duizendzestig euro en negentien cent
A
€20,060.91
B
20.060,19
C
€2.060.91
D
€2.060,19

Slide 12 - Quiz

Is het volgende geldbedrag goed of fout genoteerd?
€7,50,-
A
Goed
B
Fout

Slide 13 - Quiz

Bij het schrijven van een geldbedrag moet altijd
het euroteken.
A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quiz

Rond de volgende geldbedragen af
op centen nauwkeurig:
€ 3,3
A
€ 3,-
B
€ 3,30
C
€ 3,33
D
€ 3,35

Slide 15 - Quiz

Welk geldbedrag hoort erbij?
1,05
A
één euro vijftig
B
één euro 5

Slide 16 - Quiz

Welk geldbedrag hoort erbij?
11,09
A
elf euro negen
B
elf euro negentig

Slide 17 - Quiz

Welk geldbedrag hoort erbij?
2,30
A
twee euro dertig
B
twee euro drie

Slide 18 - Quiz