T1H6 Overheidsinterventies

T1H6 Overheidsinterventies
1. Overheidsinterventies
2. Prijsregulering
3. Productiequota
5. Indirecte belastingen en subsidies
1 / 38
next
Slide 1: Slide
EconomietestSecundair onderwijs

This lesson contains 38 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

T1H6 Overheidsinterventies
1. Overheidsinterventies
2. Prijsregulering
3. Productiequota
5. Indirecte belastingen en subsidies

Slide 1 - Slide

LEERDOELEN
  • Je kan het begrip overheidsinterventies uitleggen.
  • Je kan voorbeelden opnoemen van overheidsinterventies
  • Je kan de verschillende overheidsinterventies omschrijven en grafisch voorstellen.
  • Je kan het effect op de welvaart verklaren en voorstellen.
  • Je kan het ontstane welvaartsverlies verklaren, berekenen en grafisch voorstellen.

Slide 2 - Slide

Wat heb je nodig?
LessonUp
Cursusblok
Schrijfgerei
Laptop

Slide 3 - Slide

Overheidsinterventies
HB pg. 62 - 77
WB pg. 58 - 74
LessonUp

Slide 4 - Slide

1. Overheidsinterventies
Markt bepaalt Pe en Qe -> welvaartsoptimum

Overheid kan echter van mening zijn dat er ingegrepen moet worden. -> Overheidsinterventies
OPGELET!
Marktwerking bepaalt Pe en Qe niet dus GEEN welvaartsoptimum. NIET PARETO-OPTIMAAL -> welvaartsverlies!

Slide 5 - Slide

1. Overheidsinterventies
Soorten overheidsinterventies

Slide 6 - Slide

1. Overheidsinterventies
Marktconform
(blokkeert de marktwerking niet)
Niet-
marktconform
(blokkeert de marktwerking)
Subsidie
Accijns
Waardebelasting
Minimum- en maximumprijs
Quota

Slide 7 - Slide

1. Overheidsinterventies
Op verschillende niveaus

Regionaal
Nationaal
Europees


Slide 8 - Slide

2. Prijsregulering
Pe te laag voor producent.
-> Overheid legt hogere P op

MINIMUMPRIJS.
Inkomensgarantie 
producenten.
Vnl in landbouw

Slide 9 - Slide

2. Prijsregulering
Aanbodoverschot 
ontstaat.
Overheid kan dit opkopen 
aan minimumprijs.
-> duur + wat doen met
overgekochte overschotten?

Slide 10 - Slide

2. Prijsregulering
Oplossingen:
-> Export stimuleren
-> Reclamecampagnes

GEVAAR:
Ontstaan zwarte markt tegen 
lagere P

Slide 11 - Slide

2. Prijsregulering

Slide 12 - Slide

2. Prijsregulering

Slide 13 - Slide

2. Prijsregulering

Slide 14 - Slide

2. Prijsregulering
Pe te hoog voor consument.
Koopkracht behouden.
-> Overheid legt lagereP op 
MAXIMUMPRIJS.
Toegankelijk maken van levens-
noodzakelijke goederen.
Vnl medicijnen

Slide 15 - Slide

2. Prijsregulering
Vraagoverschot ontstaat.
Slechts een beperkt aantal 
consumenten kan het product 
kopen.
Overheid moet dit 
oplossen!

Slide 16 - Slide

2. Prijsregulering
Oplossingen:
-> Rantsoenering
-> Productiesubsidies
-> Import stimuleren

GEVAAR
Ontstaan zwarte markt tegen 
hogere P

Slide 17 - Slide

2. Prijsregulering
Welvaartverlies ontstaat

Slide 18 - Slide

2. Prijsregulering
Welvaartverlies ontstaat!

Slide 19 - Slide

2. Prijsregulering

Slide 20 - Slide

2. Prijsregulering

Slide 21 - Slide

2. Prijsregulering

Slide 22 - Slide

3. Productiequota
Ongewenste evenwichtshoeveelheid. 
-> Overproductie tegengaan door hoeveelheidsbeperking
    -> productiequotum
    -> importquotum

A-curve loopt vanaf limiet perfect inelastisch (ongeacht prijswijziging zelfde hoeveelheid aanbod)

Slide 23 - Slide

3. Productiequota
-> Vergunningen
-> Dure controle
-> overtredingen brengen
geld op.

Verhandelbaar
Teveel:  verkopen
Tekort: kopen
Soms totaalverbod

Slide 24 - Slide

3. Productiequota

Slide 25 - Slide

3. Productiequota
Welvaartsverlies ontstaat

Prijs stijgt kunstmatig (door beperking aanbod)
Producentensurplus vergroot (hogere prijs wegens vast aanbod)
Consumentensurplus verkleint (omwille van de hogere prijzen)

Slide 26 - Slide

4. Indirecte belastingen en subsidies
4.1 Accijnsbelasting
Schadelijk of ongezond 
-> Consumptie afremmen (markt
bijsturen)

* Vast bedrag + kostprijs product. 
* A-curve verschuift naar links.
(MK stijgt)
* Waarde tussen originele A-curve 
en nieuwe exact waarde accijns.

Slide 27 - Slide

4.1 Accijnsbelasting 
Op brandstof, alcohol enz.

Doel bereikt:
* Prijs hoger,
* verhandelde Q lager
* Overheidsinkomsten


Slide 28 - Slide

4.1 Accijnsbelasting 
Gevolgen voor:
* Consument: betaalt hogere prijs
* Producent: hogere productiekost,
ontvangt lagere vergoeding

Dragen beide deel van de accijns
Consument: 
Nieuwe prijs - Pe = 
€10,00 - €8,00 = €2,00
Accijns - deel consument=
€3,00 - €2,00 = €1,00



Slide 29 - Slide

4.1 Accijnsbelasting 
Opbrengsten overheid:

Nieuwe Q * waarde accijns = 
€3,00 * 12 miljoen =
€36 miljoen



Slide 30 - Slide

4.1 Accijnsbelasting welvaartsverlies
Waardeverlies ontstaat.
*Consumenten: niet kopen aan lagere P 
dan nieuwe Pe.
* Producenten: niet verkopen aan lagere P
dan nieuwe Pe..

Vanuit nieuw ME (Qe bij accijns)  loodrecht
naar oude A-curve. (afstand accijns) en dan horizontaal
naar Y-as.
-> waarde die overheid door accijns 
ontvangt.

Slide 31 - Slide

4.2 Waardebelasting 
Percentage bovenop
kostprijs (0% - 21%)

Belasting evolueert mee met
kostprijs (hogere kostprijs,
hoger btw-bedrag)

OPM  corrigeert marktevenwicht:
-> roken duurder
-> minder sigaretten verkocht. 
OOK: extra inkomsten overheid!!!. 

Slide 32 - Slide

4.2 Waardebelasting 
Welvaartsverlies ontstaat door de rotatie 
van de A-curve naar links.

Berekeningen:
Nieuwe Q * Bedrag belasting
-> bedrag gebruiken om welvaart te creëren
voor bevolking. (gebeurt niet altijd)

Zie cursus. Samen overlopen bordboek.

Slide 33 - Slide

4.2 Waardebelasting 

Slide 34 - Slide

4.3 Subsidies
Kostprijsverlagend -> stimuleren productie

A-curve naar rechts. Afstand tussen originele en nieuwe A-curve = bedrag subsidie.

Door subsidies corrigeert  overheid marktevenwicht in gewenste richting: 
* evenwichtsprijs neemt af
* meer producten verhandeld. 
OPM! -> Subsidie is extra uitgavenpost  voor overheid. Selectief in keuze producten waarvoor ze subsidies toekent.
           -> milieuvriendelijke investeringen - cultuurprojecten - opleidingen.

Slide 35 - Slide

4.3 Subsidies
Berekeningen:
Kost overheid: Subsidie * nieuwe Q
 


Zie cursus. Overlopen bordboek.

Welvaartsverlies aan andere zijde 
snijpunt -> A-curve verschoof naar
rechts. Nieuwe Q ligt voorbij
originele snijpunt.
Vanuit nieuwe snijpunt naar boven
op oude A-curve.

Slide 36 - Slide

4.3 Subsidies

Slide 37 - Slide

4.3 Subsidies
Zorgt voor toename consumenten- en producentensurplus. 
-> Wordt tenietgedaan: subsidie kost geld aan de overheid. Komt van de bevolking (via belastingen).
-> Totale welvaart neemt zo af en er treedt welvaartsverlies op.

Ondanks welvaartsverlies is subsidies geven beter dan opleggen minimum- en maximumprijzen. 

Belastingen en subsidies
-> minder verregaande gevolgen 
-> leiden niet tot overschotten of tekorten.

Slide 38 - Slide