Einstiegstest Lesen

Einstiegstest Lesen

1 / 19
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDuitsWOStudiejaar 5

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 10 min
Report this lesson

Items in this lesson

Einstiegstest Lesen

Open met de lesnaam en plaats deze les als voorbereiding op de leestest. Houd de introductie kort en doelgericht.

Leerdoelen

Ik kan:

  • mijn tijd slim verdelen bij de Einstiegstest Lesen

  • met een vaste leesaanpak thema, rode draad, kernzinnen herkennen signaalwoorden en zinsfuncties herkennen.

  • de algemene aanpak voor een meerkeuzevraag toepassen.

De gebruiker gaf meerdere leerdoelen; hier zijn ze samengebracht tot één studentvriendelijk 'Ik kan...'-doel, zoals gevraagd in de instructies.

Het CE Duits havo in cijfers

Het CE Duits toetst alleen leesvaardigheid.

De precieze aantallen verschillen per jaar. Reken ongeveer op:

  • 10 à 11 Duitse teksten

  • 40 à 43 vragen

  • 46 à 48 te behalen punten

  • 150 minuten examentijd


  • Dat is gemiddeld ongeveer 3 minuten per te behalen punt.


De gebruiker gaf meerdere leerdoelen; hier zijn ze samengebracht tot één studentvriendelijk 'Ik kan...'-doel, zoals gevraagd in de instructies.

Het CE Duits havo in cijfers:Welke vragen krijg je op het CE Duits?

Ongeveer:

  • 75% meerkeuzevragen

  • 25% open en anders gestructureerde vragen

Bij het CE Duits havo van 2026 waren 32 van de 43 vragen meerkeuzevragen: ongeveer 74%.

Meerkeuzevragen

Je kiest het antwoord dat volledig door de tekst wordt ondersteund.

Open vragen

Open vragen beantwoord je in het Nederlands, tenzij iets anders wordt gevraagd.


De gebruiker gaf meerdere leerdoelen; hier zijn ze samengebracht tot één studentvriendelijk 'Ik kan...'-doel, zoals gevraagd in de instructies.

Dit doe je bij iedere tekst

  • Bekijk de titel
    Welk onderwerp verwacht je?

  • Bekijk het plaatje en het onderschrift
    Welke extra informatie krijg je?

  • Bekijk de bron
    Waar en wanneer is de tekst verschenen?

  • Zoek per alinea de kernzin
    Lees vooral de eerste en de laatste zin. Bepaal welke zin de belangrijkste informatie bevat.

  • Markeer de signaalwoorden
    Deze woorden laten zien hoe zinnen en alinea’s met elkaar samenhangen.


De gebruiker gaf meerdere leerdoelen; hier zijn ze samengebracht tot één studentvriendelijk 'Ik kan...'-doel, zoals gevraagd in de instructies.

Voorbeeld van een kernzin

Ein späterer Schulbeginn kann …


Hier staat de kernzin aan het einde. Die zin vat de voorafgaande informatie samen:

  • vroege schooltijden botsen met het slaapritme;

  • slaaptekort schaadt de concentratie;

  • later beginnen gaf positieve resultaten.


Thema: een latere start van school.

Noem ook de rode draad mondeling: een vroege schoolstart past slecht bij jongeren; later beginnen kan hun functioneren verbeteren.

Signaalwoorden herkennen

Een signaalwoord laat zien hoe twee zinnen of zinsdelen met elkaar verbonden zijn.


Veelvoorkomende verbanden zijn:

  • tegenstelling

  • reden of verklaring

  • gevolg of conclusie


Signaalwoorden zijn een aanwijzing, maar nooit genoeg zonder de inhoud te controleren.

Maak duidelijk dat leerlingen niet alleen woorden moeten herkennen, maar ook het verband moeten benoemen.

Welk verband hoort bij 'deshalb'?

A

uitzondering

B

gevolg

C

bevestiging

D

tegenstelling

Sluit aan op het blok kernzin en signaalwoorden. Distractors komen uit andere behandelde verbanden/functies.

Oefenen met kernzin en signaalwoorden

Lees de tekst

Immer mehr Jugendliche fahren mit dem Fahrrad zur Schule.
Das Fahrrad ist nämlich günstig, gesund und umweltfreundlich.
Bei schlechtem Wetter nehmen viele jedoch lieber den Bus.
Außerdem fehlen an manchen Schulen sichere Fahrradständer.
Trotz dieser Nachteile ist das Fahrrad für viele Jugendliche das praktischste Verkehrsmittel.

Opdracht

  1. Markeer de kernzin.

  2. Markeer de signaalwoorden.

  3. Noteer het thema in maximaal vijf woorden.

  4. Geef bij ieder signaalwoord de functie aan.

De gebruiker gaf meerdere leerdoelen; hier zijn ze samengebracht tot één studentvriendelijk 'Ik kan...'-doel, zoals gevraagd in de instructies.

Oefenen met kernzin en signaalwoorden


  1. Kernzin: Trotz dieser Nachteile ist das Fahrrad für viele Jugendliche das praktischste Verkehrsmittel.

  2. Thema: Met de fiets naar school

  3. nämlich → reden/verklaring

  4. jedoch → tegenstelling

  5. außerdem → uitbreiding/opsomming

  6. trotz → tegenstelling/toegeving

De gebruiker gaf meerdere leerdoelen; hier zijn ze samengebracht tot één studentvriendelijk 'Ik kan...'-doel, zoals gevraagd in de instructies.

Oefenen met kernzin en signaalwoorden


Opdracht

  1. Markeer de kernzin.

  2. Markeer de signaalwoorden.

  3. Noteer het thema in maximaal vijf woorden.

  4. Geef bij ieder signaalwoord de functie aan.

De gebruiker gaf meerdere leerdoelen; hier zijn ze samengebracht tot één studentvriendelijk 'Ik kan...'-doel, zoals gevraagd in de instructies.

Stappenplan meerkeuzevragen

Stap 1 — Analyseer de vraag

  • bepaal het vraagtype

  • markeer kernwoorden, ontkenningen en beperkingen


Stap 2 — Zoek de bewijsplaats

  • lees alleen het relevante tekstdeel nauwkeurig

  • onderstreep bewijswoorden

Houd het tempo hoog; dit is de eerste helft van het vaste stappenplan.

Stappenplan meerkeuzevragen

Stap 3 — Formuleer zelf een antwoord

  • geef eerst in eigen woorden antwoord


Stap 4 — Beoordeel alle mogelijkheden

  • kies de optie die volledig past

  • laat andere opties afvallen op basis van bewijs uit de tekst

Benadruk dat zelf formuleren voorkomt dat leerlingen te snel in een afleider trappen.

Hoe werken afleiders?

Een afleider lijkt juist, maar beantwoordt de vraag niet volledig.


Kies dus niet wat je herkent, maar wat je volledig kunt bewijzen.

Introduceer hier het begrip afleider voordat je de soorten afleiders opsomt.

Veelvoorkomende afleiders

  • informatie klopt, maar beantwoordt een andere vraag;

  • een deel klopt, maar een ander deel niet;

  • het antwoord is te algemeen of te absoluut;

  • oorzaak en gevolg zijn omgedraaid;

  • de verkeerde persoon, periode of alinea wordt genoemd;

  • woorden lijken op de tekst, maar het verband klopt niet.

Noem eventueel dat Cito bewust aannemelijke afleiders gebruikt.

Zelfstandig aan de test

Maak zelfstandig:

  • Blau

  • Daddeln für alle


Gebruik:

  • de algemene tekstaanpak;

  • kernzinnen en signaalwoorden;

  • het stappenplan voor meerkeuzevragen;


Open vragen beantwoord je in het Nederlands.

De oorspronkelijke timerfunctie kan hier niet technisch worden uitgewerkt in deze content-pass; de slide draagt alleen de inhoudelijke instructie.

Welk onderdeel voelde voor jou vandaag het lastigst?

Reflectie zonder goed/fout. Verwachte thema's: kernzin kiezen, signaalwoorden duiden, bewijsplaats vinden, afleiders herkennen, tijd verdelen.

Belangrijke begrippen

Einstiegstest - korte leestest aan het begin van het examen

thema - het onderwerp van een tekst in enkele woorden

rode draad - wat de tekst over het onderwerp als geheel vertelt

kernzin - zin die de hoofdgedachte van een alinea samenvat

signaalwoord - woord dat een verband tussen zinnen aangeeft

bewijsplaats - het tekstdeel waarin het juiste antwoord onderbouwd wordt

afleider - antwoordoptie die aannemelijk lijkt, maar niet volledig klopt

This item has no instructions

Begrippen bij functievragen

functievraag - vraag naar wat een zin of tekstdeel doet ten opzichte van een ander deel

Ausnahme - de tweede zin noemt een uitzondering op de eerste

Bestätigung - de tweede zin bevestigt de eerste met bewijs

Steigerung - de tweede zin maakt de eerste sterker of extremer

Gegensatz - de tweede zin vormt een tegenstelling met de eerste

meerkeuzevraag - vraag waarbij je het best passende antwoord kiest

tekstverband - inhoudelijke relatie tussen zinnen of alinea's

This item has no instructions