carnaval arbeidsmarkt

1 / 21
next
Slide 1: Slide
EconomieSecundair onderwijs

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Hoe groot is de totale bevolking?
A
300
B
320
C
340
D
350

Slide 2 - Quiz

Hoe groot is de beroepsbevolking in de wonderwereld?
A
103
B
108
C
110
D
117

Slide 3 - Quiz

Hoeveel bedraagt de activiteitsgraad in de toverwereld?
A
34%
B
38%
C
90%
D
95%

Slide 4 - Quiz

Hoeveel mensen telt de bevolking op beroepsactieve leeftijd?
A
120
B
280
C
320
D
80

Slide 5 - Quiz

Hoe groot is de werkzaamheidsgraad in de toverwereld?
A
34%
B
86%
C
90%
D
95%

Slide 6 - Quiz

Hoeveel mensen zijn er aan het werk?
A
96
B
98
C
103
D
108

Slide 7 - Quiz

Hoeveel niet-werkende werkzoekenden zijn er in de toverwereld?
A
5
B
12
C
17
D
40

Slide 8 - Quiz

Hoeveel niet-actieve mensen telt de bevolking op arbeidsleeftijd?
A
5
B
7
C
12
D
17

Slide 9 - Quiz

Hoeveel bedraagt de werkloosheidsgraad in de toverwereld?
A
2%
B
4%
C
5%
D
6%

Slide 10 - Quiz

Wat is de prijs die tot stand komt op de arbeidsmarkt in wonderwereld?
A
galjoen
B
sikkel
C
knoet
D
dreuzel

Slide 11 - Quiz

Wat is geen voorbeeld van een vrager naar arbeid?
A
zweinstein
B
ministerie van toverkunst
C
goudgryp
D
zwerkbalspeler

Slide 12 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een aanbieder van arbeid?
A
leerlingen op zweinstein
B
huisvrouwen-en mannen
C
heksen en tovenaars die leven van het familiefortuin
D
verpleegsters

Slide 13 - Quiz

Wat gebeurt er indien de vraag naar arbeid > aanbod van arbeid?
A
aanbodtekort
B
aanbodoverschot
C
vraagtekort
D
vraagoverschot

Slide 14 - Quiz

Wat gebeurt er indien de vraag naar arbeid < aanbod van arbeid?
A
aanbodtekort
B
aanbodoverschot
C
vraagtekort
D
vraagoverschot

Slide 15 - Quiz

Wat is geen correcte reden waarom mensen niet deelnemen aan de arbeidsmarkt in de wonderwereld?
A
voor de kinderen zorgen
B
leven van het familie fortuin
C
gepensioneerd
D
ziekte

Slide 16 - Quiz

In de bank 'Goudryp' kan tovenaarsgeld worden omgewisseld naar dreuzelgeld. Er worden per uur 15 stuks omgezet tegen een loonkost van 20 galjoen. Hoeveel bedraagt de loonkost per stuk?
A
0.75 galjoen per stuk
B
1.33 galjoen per stuk

Slide 17 - Quiz

5 heksen en tovenaars zitten voorlopig zonder werk. Aan welke voorwaarden moeten zij voldoen om in aanmerking te komen voor een uitkering?
A
werkloos zijn - in wonderland wonen - jonger dan 65j
B
in wonderland wonen - jonger dan 65j - beschikbaar voor de arbeidsmarkt
C
werkloos zijn - in wonderland wonen - jonger dan 65j - beschikbaar voor de arbeidsmarkt
D
werkloos zijn - in wonderland wonen - beschikbaar voor de arbeidsmarkt

Slide 18 - Quiz

Door welke factoren wordt de hoogte van de uitkering bepaald?
A
loon - leeftijd
B
gezinstoestand - anciënniteit werk
C
loon - leeftijd - anciënniteit op het werk
D
loon - gezinstoestand - duur werkloosheid

Slide 19 - Quiz

Waarvoor staat de afkorting VDAB?

Slide 20 - Open question

Wat doet de RVA?

Slide 21 - Open question