§11.3

Schooljaar 2025-2026
1 / 32
next
Slide 1: Slide
Nask / TechniekMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Schooljaar 2025-2026

Slide 1 - Slide

Planning

Slide 2 - Slide


- Terugblik 11.2 + 11.1 
- Uitleg leerdoelen 11.3
- Zelfstandig werken
- Les afsluiting
Huiswerk vrijdag 30 januari
Maken + nakijken opdrachten (deel) 11.3
leren: begrippen

Slide 3 - Slide

Antwoord opdracht:
Schrijf de oplosvergelijking van calciumhydroxide op. 
Omcirkel het basische ion.


Antwoord

Slide 4 - Slide


In bekerglas 1 en 2 zit een oplossing van natronloog. Het volume is gelijk. Natronloog is een basische stof. In welk bekerglas is de pH het laagste?
A
bekerglas 1
B
bekerglas 2
C
pH is gelijk

Slide 5 - Quiz


Lees het artikel. Wat zijn de formules van de ionen die voorkomen in natronloog inclusief toestandsaanduidingen.
A
H+(aq)+Cl(aq)
B
Na+(aq)+OH(aq)
C
K+(aq)+OH(aq)
D
Ca2+(aq)+2OH(aq)

Slide 6 - Quiz

Gelden de eigenschappen en toepassingen voor een zuur een base of voor beiden? Sleep de plaatjes naar het juiste veldje.
Zuur
Base
Zuur & Base

Slide 7 - Drag question


Tot welk soort stoffen behoort calciumhydroxide?
A
Moleculaire stoffen
B
Metalen
C
Niet-metalen
D
Zouten

Slide 8 - Quiz


Welke stof is een zuur?
A
NaCl (s)
B
MgO (s)
C
HCl (g)
D
CO (g)

Slide 9 - Quiz


Wat is het zuur-ion van HNO3 (l)?
A
H+(aq)+NO3(aq)
B
NO3(aq)
C
H+(aq)
D
HNO3(l)

Slide 10 - Quiz


Welke oplossing is een base?
A
B
C
D
Zowel A, B als C

Slide 11 - Quiz


Wat is het basische ion in een oplossing van Kaliumhydroxide (KOH)
A
K+(aq)
B
OH(aq)
C
H+(aq)
D
KOH(s)

Slide 12 - Quiz

Aan het einde van de les kun je vertellen in hoeverre je deze doelen beheerst.

Slide 13 - Slide

Lees blz 286 - 287
timer
2:00

Slide 14 - Slide


Welke stof hieronder is een base?
A
HCl (g)
B
AgF (s)
C
MgO (s)
D
NO (g)

Slide 15 - Quiz

Sleep de juiste zuur en basische ionen naar het vakje.
Let op: Er blijven ionen over!
Zuur-ion
Basisch-ion
H+
Ag+
Fe3+
OH-
O2-
CO32-
PO42-
S2-

Slide 16 - Drag question

Lees blz 285 - 286
timer
2:00

Slide 17 - Slide


Mark doet een experiment. Hij doet een bepaalde hoeveelheid natronloog bij azijnzuur. De pH van de oplossing gaat hierbij van pH 3 naar pH 5. 
Welk begrip hoort bij het bovenstaande experiment?
A
Neutraliseren
B
Experimenteren
C
Ontzuren
D
Neerslag-reactie

Slide 18 - Quiz

Lees blz 110
timer
2:00

Slide 19 - Slide


De basische oplossing Kaliloog wordt bij zoutzuur gedaan. Schrijf de zuur/base vergelijking op.

Slide 20 - Open question

Je kunt een zuur/base vergelijking opstellen met een goed oplosbare base.

Slide 21 - Slide


De base Natriumhydroxide wordt bij een zure oplossing gedaan. Schrijf de zuur/base vergelijking op.

Slide 22 - Open question


De base Kaliumcarbonaat wordt bij een zure oplossing gedaan. Schrijf de zuur/base oplossing op.

Slide 23 - Open question


Tigo doet een experiment, hij doet kaliumcarbonaat bij een zure oplossing. Hoe kan hij zien dat er CO2 (g) ontstaat?
A
Hij ziet een kleurverandering.
B
Hij ziet belletjes omhoog komen.
C
Hij ziet een neerslag ontstaan.
D
Hij kan dit pas zien als hij een indicator toevoegt.

Slide 24 - Quiz

Huiswerk vrijdag 30 januari
Maken en nakijken §11.3 4 - 8 - 11 - 17 - 18 - 19 

Slide 25 - Slide

Lees blz 288
timer
3:00

Slide 26 - Slide

Je kunt een zuur/base vergelijking opstellen met een slecht oplosbare base.

Slide 27 - Slide


Welke base is slecht oplosbaar?
A
KOH(s)
B
CuO(s)
C
Na2CO3(s)
D
NH3(g)

Slide 28 - Quiz



1: Tigo doet een proefje, hij doet zilveroxide in zoutzuur. Welke reactie vind er plaats, maak de vergelijking.

2: Mads doet ook een proefje, hij doet kaliumcarbonaat in zoutzuur. Welke reactie vind er plaats, maak de vergelijking.
Tip 1:
Stap 1: schrijf eerst het zuur-ion op (dit is altijd H+)
Stap 2: Schrijf het basische-ion op.
Stap 3: Wat is de standaard vergelijking?
Tip 2:
Stap 4: Is de base goed oplosbaar? Zo ja dan voldoet de standaard vergelijking. Zo niet schrijf de base met metaalion op voor de pijl en als ion na de pijl.
Stap 5: Maak een kloppende zoutformule (base) voor de pijl.
Stap 6: Maak de vergelijking kloppend
Opdracht:
Klaar? Maak de vragen 25 t/m 28 

Slide 29 - Slide

Opdracht antwoorden:
Klaar? Maak de vragen 1 t/m 29 in je werkboek
Antwoord proefje Tigo
Antwoord proefje Mads

Slide 30 - Slide

Huiswerk donderdag 4 maart:
Maken en nakijken §11.3 vraag 25  t/m 29

Slide 31 - Slide


In hoeverre snap je de leerdoelen en kun je ze toepassen in vragen?
0100

Slide 32 - Poll