Hoofdletters & leestekens les 1

1 / 28
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Goedemorgen, DH3B!
Wat gaan we vandaag doen? 
- Lezen uit je leesboek:
- Aantekeningen interpunctie
- Oefenen, oefenen, oefenen

Slide 2 - Slide

Leerdoelen

- Ik kan hoofdletters op de juiste manier toepassen.
- Ik kan leestekens op de juiste manier toepassen. 

Slide 3 - Slide

Aantekeningen > in de Classroom
Neem de aantekeningen altijd over in het document in de Classroom. 

Slide 4 - Slide

Hoofdletters
  •     Begin van de zin; Het is vandaag .....

  •     Namen van personen; Lies van Houten, John van der Kaag

  •     Aardrijkskundige namen (en afleidingen daarvan); Letland,  Franse kaas, Zuid-Holland

  •     Namen van bedrijven, organisaties en merken; Zara, KFC

  •     Feestdagen: Kerst, Pasen, Koningsdag

Slide 5 - Slide

Wat is de juiste schrijfwijze?
A
Pasen
B
pasen

Slide 6 - Quiz

Wat is de juiste schrijfwijze?
A
Rabobank
B
rabobank

Slide 7 - Quiz

Wat is de juiste schrijfwijze?
A
de Afdeling Financiën
B
de afdelingen Financiën
C
de afdeling financiën

Slide 8 - Quiz

Wat is de juiste schrijfwijze?
A
de Financiële Afdeling
B
de Financiële afdeling
C
de financiële afdeling

Slide 9 - Quiz

Wat is de juiste schrijfwijze?
A
het Zuiden van Holland
B
het zuiden van Holland

Slide 10 - Quiz

Wat is de juiste schrijfwijze?
A
Augustus
B
augustus

Slide 11 - Quiz

Leestekens
Punt, uitroepteken, vraagteken: einde van een zin. 

Slide 12 - Slide

De komma is een kwestie van leven of dood!!

Slide 13 - Slide

De komma is een kwestie van leven of dood!!
Wacht, niet schieten!!



Wacht niet, schieten!!

Slide 14 - Slide

De komma
  • Tussen twee persoonsvormen: Als jij de hond uitlaat, zet ik thee.
  • Voor en achter een bijstelling:  Pablo Picasso, de beroemde Spaanse kunstschilder, overleed in 1973.
  • Tussen de delen van de opsomming: Ik houd van pizza, patat en pannenkoeken.
  • Na een aanspreking: Wacht, niet schieten!
    Eva, let jij wel op? 

Slide 15 - Slide

Wat is de juiste schrijfwijze?
A
Ik ben heel moe, maar moet toch naar school.
B
Ik ben heel moe maar, moet toch naar school.

Slide 16 - Quiz

Wat is de juiste schrijfwijze?
A
Maud, wil je de boter even aangeven alsjeblieft?
B
Maud, wil jij de boter even aangeven, alsjeblieft?
C
Maud wil jij de boter even aangeven alsjeblieft?

Slide 17 - Quiz

Dubbele punt
Gebruik je om iets aan te kondigen:
  • Een citaat: De collectant vroeg: 'Heb je iets over voor de hartstichting?'
  • Een gedachte: Skylar dacht: wat een saaie les.
  • Een opsomming: Boaz houdt van allebei: basketball en voetbal.
  • Een uitleg of toelichting: Helaas gaat de sportdag niet door: het wordt slecht weer. 

Slide 18 - Slide

Aanhalingstekens
  • Bij citaten
    'Ik kan vanavond niet mee uit' zei Ties.  

  • Als het woord zelf bedoeld wordt en niet de betekenis
    Het woord 'gaarne' klinkt ouderwets.

  • Als het woord op een speciale manier gebruikt wordt
    De agent zei dat hij dat 'lieve' meisje wel zou arresteren.

Slide 19 - Slide

mevrouw damen vloog via schiphol amsterdam naar australië

Slide 20 - Open question

katja zei in de provincie zuid-holland komt de meeste criminaliteit voor

Slide 21 - Open question

jason de jong en lisa hebben gisterenavond achter de albert heijn gezoend

Slide 22 - Open question

waarom is de baas van apple opgestapt vroeg anne aan jean-paul

Slide 23 - Open question

met pinksteren gaat de familie janssen altijd naar rotterdam

Slide 24 - Open question

toen emma naar buiten keek dacht ze ik wacht wel tot de bui over is

Slide 25 - Open question

madelief mag ik tijdens de toets wiskunde misschien bij jou afkijken alsjeblieft

Slide 26 - Open question

Ik kan hoofdletters op de juiste manier gebruiken.
😒🙁😐🙂😃

Slide 27 - Poll

Ik kan leestekens op de juiste manier gebruiken.
😒🙁😐🙂😃

Slide 28 - Poll