Sinterklaas en Kerstmis

Sinterklaas en Kerstmis


1 / 43
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBurgerschapSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsLeerjaar 1,2

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Sinterklaas en Kerstmis


Vul het liedje aan: "Daar wordt aan de deur geklopt Zacht geklopt, hard geklopt Daar wordt aan de deur geklopt............."

Waar komt Sinterklaas oorspronkelijk vandaan?

A

Turkije

B

Brazilië

C

België

D

Spanje

Wat zit er eigenlijk niet in een pepernoot?

A

Zout

B

Speculaaskruiden

C

Peper

D

Suiker

Wat is de officiële naam van Sinterklaas?

A

Sint Nico

B

Sint Maarten

C

Sint Nicolaas

D

Sinterklaas

Hoe heet het paard van Sinterklaas ?

A

Slechtweervandaag

B

Rudolf

C

Arabella

D

Ozosnel

Hoe leuk vind jij Sinterklaas?

Wat was het beroep van Sinterklaas?

A

Smid

B

Bisschop

C

Pakjesbezorger bij bol.com

D

Bakker

Wanneer is Sinterklaas geboren?

A

300 nC

B

1030 nC

C

320 vC

D

402 vC

Wat voor soort paard is het paard van Sinterklaas?

A

Een Shetlander

B

Een Turks volbloed

C

Een Engels volbloed

D

Een Schimmel

Maak het liedje af: "Hoor de wind waait door....."

De kerstman bestond eerder dan Sinterklaas.

1

Juist

2

Onjuist

3

Tegelijk

Waar komt het "schoenzetten" oorspronkelijk vandaan?

Welke chocoladeletter wordt het meest verkocht?

A

M

B

S

C

B

D

N

Waarom werd in de 17e eeuw in Amerika het sinterklaasfeest gevierd?

A

geen idee

B

dat deden ze niet

C

door de Nederlandse immigranten

D

door de Engelse immigranten

Welke persoon vierden de Engelsen in Amerika?

A

Father Christmas

B

Christmas

C

Sinterklaas

D

ik weet het niet

Sint en Father werden samengevoegd tot

A

Sinterklaas

B

Rudolph

C

Santa Claus

D

Cola Claus

Wat kan Santa met zijn grote lijf heel erg goed?

A

op de daken lopen

B

cola drinken

C

door de schoorsteen gaan

D

in de arreslee zitten

Waarom gaat hij door de schoorsteen?

A

om de schoenen te vullen

B

om de wortel uit de schoen te halen

C

om de sokken (stockings) te vullen

D

dat vindt hij leuk

Wanneer verscheen de eerste kindertekening over Santa Claus?

A

in 1939

B

in 1881

C

in 1800

D

in 1981

Wanneer kreeg Santa een make-over?

A

in 1939

B

in 1949

C

in 1881

D

in 1931

Door wie werd Santa gerestyled?

A

Coca Cola

B

Campina

C

Pepsi

D

Lidl

Wie is Rudolph?

A

het paard

B

het rendier

C

de beer

D

ik zou het niet weten

Welk lichaamsdeel is zo bijzonder?

A

zijn oog

B

zijn oor

C

zijn mond

D

zijn neus

Want?

A

zijn neus is rood en lichtgevend

B

zijn neus is groen en lichtgevend

C

zijn neus is geel en lichtgevend

D

zijn neus is blauw en lichtgevend

In welk jaar kwam Rudolph eigenlijk in beeld?

A

in 1929

B

in 1939

C

in 1949

D

in 1931

Op welke dag wordt Kerstmis gevierd?

A

Zondag

B

31 december

C

25 december

D

1 januari

Welke boom zetten mensen binnen om te versieren?

A

een dennenboom

B

zou het niet weten

C

een eikenboom

D

een sparrenboom

Waarom wordt die boom binnen gezet?

A

hij houdt zijn naalden

B

hij verliest zijn naalden en blijft groen

C

hij verliest zijn bladeren

D

hij valt niet om

Welke kleur hebben de naalden?

A

bruin

B

geen

C

groen

D

geel


Waar woont de Kerstman?

A

Duitsland

B

Sittard

C

Spaubeek

D

Noordpool


Hoe heten de koningen die aanwezig zijn in de kerststal?

A

Caspar, Balthes en Melchoir

B

Caspar, Balthasar en Melchior

C

Balthasar, Melchoir en Caster

D

Balthasar, Gerards en Caster


Welke kersthit levert elk jaar ruim €800.000 op?

A

All I want for Christmas is You

B

Last Christmas

C

Merry Xmas Everybody

D

White Christmas

Kijk goed naar het plaatje ...

30

second

Hoeveel ballen hangen er in de boom?

A

10

B

11

C

12

D

13

Noem drie dingen die je geleerd hebt in deze les.