4.1 Berlijn

§1 Berlijn
1 / 37
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

§1 Berlijn

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen van 4.1
  1.  Je weet hoe Berlijn is opgebouwd.
  2.  Je weet welke gevolgen de Muur had voor Berlijn.
  3.  Je weet hoe Berlijn weer één stad is geworden.
  4. Je kunt uitleggen wat gentrificatie is en wat de gevolgen hiervan zijn voor Berlijn
  5.  Je weet welke rol suburbanisatie en re-urbanisatie spelen in Berlijn.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

De Berlijnse muur
Wanneer gebouwd en wanneer gevallen?
1961 gebouwd
1989 gevallen
(28 jaar heeft de muur de stad in tweeën gesplitst)
Door wie gebouwd en waarom?
Door de Sovjet-Unie, die na WO2 de macht had in Oost-Duitsland, en dus ook in Oost-Berlijn. Mensen probeerden Oost-Duitsland te ontvluchten, ze werden onderdrukt door het communistische regiem. De Sovjet-Unie wilde dat stoppen, daarom bouwden ze een muur. 
Was deze muur alleen in Berlijn?
Ja, de muur alleen in Berlijn. Er liep wel een hek door heel Europa heen. Dit werd ook het IJzeren Gordijn genoemd. Het was een scheidingslijn tussen het communistische 'Oostblok' en het kapitalistische 'Westen'. 
Was er een verschil tussen west en oost?
Ja,
Oost = armer, meer strenge leefregels, verplicht werken, politie bespioneerde je, geweld

West = rijker, moderne nieuwe dingen uit de VS, zoals Coca Cola. 
Waarom viel de muur?
Het regiem van de Sovjet-Unie was wankel in die tijd. Er waren veel protesten in de gehele Sovjet-Unie. Een politicus zei in 1989 dat de muur wat hem betreft weg mocht. De mensen van Berlijn reageerden hier direct op en bestormden de muur. 

Slide 4 - Slide

Maak mindmap op het bord
Europa, door de helft
communistisch
Alles is van de overheid en de overheid bepaald alles
kapitalistisch
Bedrijven zijn niet van de overheid

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Invloedssferen
Kapitalisme
Communisme

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Berlijn, ook door de helft

Slide 8 - Slide

Maak mindmap op het bord

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Tijdens WOII: groot deel stad verwoest

Na WO II: splitsing in West-Berlijn (Amerikanen, Britten, Fransen)
en Oost-Berlijn (Sovjet-Unie)

Veel vluchtelingen van Oost naar West Berlijn- daarom bouw van De muur (1961)

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Regionale ongelijkheid

Oost-Duitsland                               West-Duitsland                                    
- Communistisch                           - Kapitalistisch
- Arm                                                    - Rijk


Gevolg?

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Regionale ongelijkheid

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Europese ongelijkheid

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Video

This item has no instructions

de Muur *
Door de muur lag het oude stadscentrum in Oost-Berlijn. 
-> Daarom bouw nieuw stadscentrum: CBD (Central Business District): gebied met kantoren, winkels en horeca
-> Cityvorming: verdringing van woningen door winkels en kantoren
• Sloop van veel gebouwen langs de Muur.
-> ‘niemandsland’ 

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Berlijn, niemandsland

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Herenigd Berlijn  
  • 9 november 1989: val van de muur
  • Berlijn: weer één stad, Duitsland: weer één land. 
Verdringing van de woonfunctie in een gebied door kantoren en winkels.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

 Stadsmodel en Berlijn *
Verschil: Het stadsmodel heeft 1 stadscentrum, Berlijn heeft er 2.
Waarom: Er was geen centrum in West-Berlijn door de muur, dus werd een nieuw centrum gebouwd.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

*
Na de van van de muur:
- Oost-Berlijn / Oost-Duitsland liep leeg;                   
Suburbanisatie
- Later werd dit gebied opgeknapt;   
Stedelijke vernieuwing & Gentrificatie
- Gebied wordt nu weer aantrekkelijk gemaakt.     
Re-urbanisatie

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

*
Urbanisatie (ruraal-urbane migratie) = Verhuizen van platteland naar stad
Suburbanisatie = verhuizen van de stad naar het (omringende) platteland)
Re-urbanisatie = terug verhuizen naar de stad na een periode van suburbanisatie

Slide 23 - Slide

This item has no instructions


Werk, studie, familie, voorzieningen
Rust, ruimte, milieu, groen, kindvriendelijker, mogelijk door auto

Verhuizen tussen stad en platteland
Westerse landen: 19e eeuw urbanisatie, daarna suburbanisatie en re-urbanisatie
Niet-westerse landen: nu urbanisatie

Re-urbanisatie

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Gentrificatie *
Het verdringen van de oorspronkelijke bevolking door nieuwe inwoners
* huizen worden gerenoveerd / opgeknapt
* de huren / huizenprijzen gaan omhoog
* de bewoners kunnen de huizen niet meer betalen
* er komen nieuwe bewoners: vaak yuppen
* er komen andere voorzieningen

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Video

This item has no instructions

In Berlijn zijn relatief weinig historische gebouwen, hoe komt dat?
A
Zijn gesloopt voor nieuwbouw
B
Zijn verwoest tijdens de oorlog
C
Berlijners houden niet van geschiedenis
D
Moesten plaats maken voor de Muur

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Wat vind je vooral in het CBD?
A
Zwembaden
B
Kantoren
C
Sportscholen
D
Universiteiten

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Wat was het gevolg van re-urbanisatie voor de stad Berlijn?

Slide 29 - Open question

This item has no instructions

Welk begrip past het beste bij de foto?
A
Oude stadscentrum
B
Nieuwe woonwijk
C
Cityvorming
D
Gentrificatie

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Suburbanisatie is
A
de trek naar de stad
B
verhuizen naar het platteland in de buurt van de stad
C
het verhuizen naar de periferie
D
verhuizen naar de grootste stad

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Een vestigingsoverschot betekent
A
dat er meer mensen komen wonen dan er weggaan
B
dat er meer mensen komen wonen dan er worden geboren
C
dat er meer bedrijven komen

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Exit Ticket
Hoe goed heb je de les begrepen?

😒🙁😐🙂😃

Slide 33 - Poll

This item has no instructions

Slide 34 - Video

This item has no instructions

Huiswerk

Maak opdracht 3, 5, 6, 7, 8, 10 van paragraaf 4.1

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Slide 36 - Link

This item has no instructions

Slide 37 - Video

This item has no instructions