Training 4

Nederlands 
Examentraining 4: tekst 5 examen 2017
''Sparen voor een tweedehandsje'' 




1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Nederlands 
Examentraining 4: tekst 5 examen 2017
''Sparen voor een tweedehandsje'' 




Slide 1 - Slide

Programma 
K4b: 3e uur examentekst 2017 samen
6e uur schoolfoto examen + daarna terug naar de klas en zelfstandig werken 

K4a: 4e uur  examentekst 2017 samen
5e uur zelfstandig werken aan examen 

Slide 2 - Slide

Tekst 5: sparen voor een tweedehandsje 

Slide 3 - Slide

Na het lezen van de alinea’s 1 en 2 weet je waar het artikel over gaat.
Op welke manier wordt dit duidelijk?
A
Er wordt een beknopte geschiedenis geschetst
B
Er wordt een opvallend standpunt ingenomen.
C
Er wordt een samenvatting van de rest van de tekst gegeven.
D
Er wordt een voorbeeld bij het onderwerp van de tekst uitgewerkt.

Slide 4 - Quiz

De alinea’s 3 en 4 horen bij elkaar.
Welk kopje past het best bij deze alinea’s samen?
A
De coole schoenen van Nike
B
De strategie van fabrikanten
C
Exclusieve sneakers
D
Online vriendschappen

Slide 5 - Quiz

Hoe sluit alinea 5 aan bij de alinea’s 3 en 4?
A
Alinea 5 beschrijft een vergelijking
B
Alinea 5 geeft een conclusie
C
Alinea 5 noemt een gevolg
D
Alinea 5 vermeldt voorbeelden

Slide 6 - Quiz

Waarom betalen verzamelaars zoveel geld voor schoenen uit een oude
collectie?
A
Verzamelaars denken dat ze zo snel geld kunnen verdienen.
B
Verzamelaars kunnen geen nieuwe schoenen betalen.
C
Verzamelaars vinden de oude collecties veel mooier
D
Verzamelaars willen erbij horen met exclusieve schoenen.

Slide 7 - Quiz

In de alinea’s 3 en 4 wordt het woord ‘gelimiteerd’ een aantal keren
genoemd.
Wat is de betekenis van het woord ‘gelimiteerd’ in deze tekst?
A
beperkt
B
oneindig
C
relatief
D
zeldzaam

Slide 8 - Quiz


A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 9 - Quiz

In alinea 7 wordt het Engelse leenwoord ‘release’ (regel 125) gebruikt.
Op welke manier zou je dat woord in het Nederlands omschrijven?
A
de ontwikkeling van een nieuw product
B
de verschillende versies van een nieuw product
C
het op de markt brengen van een nieuw product
D
het toestemming verlenen voor een nieuw product

Slide 10 - Quiz

Hoe kun je de inhoud van de laatste alinea het best weergeven?
A
Er wordt een conclusie getrokken.
B
Er wordt een nieuw gegeven aan de tekst toegevoegd
C
Er wordt een samenvatting gegeven.
D
Er wordt een voorspelling gegeven

Slide 11 - Quiz


A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 12 - Quiz

PAUZE 
15 MINUTEN 

Slide 13 - Slide

Dit uur 
Je gaat zelfstandig aan de slag met het examen van 2017. Je maakt de volgende teksten:
Tekst 1 zoekend lezen: test pindakaas
Tekst 3: kleine, goede doelen
(Tekst 4: veilig dicht op elkaar)

Slide 14 - Slide