les 4 en 5- inkomstenbelasting

inkomstenbelasting
1 / 45
next
Slide 1: Slide
RechtenMBOStudiejaar 2

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

inkomstenbelasting

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Inkomstenbelasting
  • We hebben als laatste onderwerp de inkomstenbelasting bekeken en daarbij gekeken naar de 3 boxen.
  • Dit gaan we nog even herhalen en vervolgens gaan we daar verder naar kijken, te beginnen met box 1

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel boxen heeft de inkomstenbelasting?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

In welke box vinden we de "inkomen uit aanmerkelijk belang"
A
1
B
2
C
3

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

In welke box valt de winst die Michel heeft gemaakt met zijn eenmanszaak?
A
1
B
2
C
3

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

In welke box valt de de 2e baan die Harold heef genomen om zo straks zijn droomauto mee te kunnen betalen?
A
1
B
2
C
3

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

In welke box valt je vermogen?
A
1
B
2
C
3

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

in welke box of boxen hebben we te maken met belastingschijven?
A
1
B
2
C
3
D
1 en 3

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Box 1
inkomen uit werk en wonen:
  • we gaan weer even kijken welke inkomens eronder vallen
  • hoe inkomen uit de woning wordt vastgesteld
  • we kijken naar aftrekposten op het inkomen
  • we kijken naar de schijven met hun tarief
  • we kijken naar de AH-bonuskorting oftewel heffingskorting 
  • we gaan leren hoe we de belasting in box 1 uitrekenen

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

0,35%

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Wie bepaalt de WOZ-waarde van een woning?
A
de verkoper van een woning
B
het Rijk
C
de hypotheekverstrekker
D
de gemeente

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

is het inkomen uit een woning dat wordt belast in box 1 een echt inkomen of een fictief inkomen?
A
echt
B
fictief

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Koen heeft een huis waarop een hypotheek gevestigd is van 400.000 tegen een rentepercentage van 4%. De WOZ-waarde is ook vastgesteld op 400.000.
1. Wat is belastbaar inkomen uit de woning van Koen (eigenwoningforfait)?
2. Wat is de hypotheekrenteaftrek van Koen?


Slide 15 - Open question

0,35% eigenwoningforfait * 400.000 WOZ = 1.400 
de hypoaftrek = 400.000 * 4% =16.000

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Heffingskorting
  • Algemene heffingskorting max €3.068 (2025), afhankelijk van het inkomen
  • Arbeidskorting max. afhankelijk van inkomen
  • Voor deze lessen wordt uitgegaan van een standaard heffingskorting van €3.000
  • Eerst belasting berekenen, dan de (AH bonus)korting toepassen

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Tim verdient €3.000 bruto per jaar. Wat betaalt hij? Houd rekening met de algemene heffingskorting.

Schijf I €_____
Schijf II €_____
Schijf III €_____
Totaal €_____

Tekst

Slide 18 - Open question

geen want algemene heffingskorting
3.000 x 35,82% = €1.074,60

Door de algemene heffingskorting van €3.000 die nog vanaf gaat, hoeft Tim in dit geval geen belasting te betalen

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Tom verdient €9.000 bruto per jaar. Wat betaalt hij?

Schijf I €_____
Schijf II €_____
Schijf III €_____
Korting €3.000 -
Totaal €_____

Tekst

Slide 20 - Open question

This item has no instructions

Tom verdient €9.000 bruto per jaar.

Schijf I = 9.000 x 35,82% = €3.223,80

Tom betaalt 3.223,80- 3.000 = 
€223,80


Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Teun verdient €69.000 bruto per jaar. Wat betaalt hij?

Schijf I €_____
Schijf II €_____
Schijf III €_____
Korting €3.000 -
Totaal €_____

Tekst

Slide 22 - Open question

69000-38441=30559
30559*47,48%=14509,4132
38441*35,82%=13769,5662
13769,57+14509,41=28278,98
28278,98-3000=25278,98 
Teun verdient €69.000 bruto per jaar.

Schijf I = 38.441 x 35,82% = €13.769,57
schijf II = 69.000-38.411 = 30.559
30.559 x 47,48% = €14.509,41

Teun betaalt 13.769,57 + 14.509,41  - 3000 = €25.278,98



Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Tineke verdient €100.000 bruto per jaar. Wat betaalt zij?

Schijf I €_____
Schijf II €_____
Schijf III €_____
Korting €3.000 -
Totaal €_____

Tekst

Slide 24 - Open question

100000-76817=23183
23183*49,50%=11475,585
76817-38441=38376
38376*47,48%=18220,9248
38441*35,82%=13769,5662
13769,57+18220,92+11475,59=43466,08
43466,08-3000=40466,08  
Tineke verdient €100.000 
Schijf I = 38.441 x 35,82% = €13.769,57
schijf II = 76.817-38.411 = 38.376
38.376 x 47,48% = €18.220,92
schijf III = 100.000-76.817=23.183
23.183 x 49,50% = €11.475,59

Tineke betaalt 13.769,57 + 18.220,92 + 11.475,59 - 3.000 = €40.466,08

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Leontine heeft een jaarsalaris van 80.000. Zij heeft een huis waarop een hypotheek gevestigd is van 300.000 tegen een rentepercentage van 4%. De WOZ-waarde is vastgesteld op 280.000. Het eigen woningforfait is 0,35%. Wat is het belastbaar inkomen van Leontine?
Inkomen uit werk:
Inkomen uit woning:
Hypotheekrenteaftrek:
Belastbaar inkomen:

Slide 26 - Open question

This item has no instructions

Leontine heeft een jaarsalaris van 80.000. Zij heeft een huis waarop een hypotheek gevestigd is van 300.000 tegen een rentepercentage van 4%. De WOZ-waarde is vastgesteld op 280.000. Het eigen woning forfait is 0,35%. 
Wat is het belastbaar inkomen van Leontine?
Inkomen uit werk:
Inkomen uit woning:
Hypotheekrenteaftrek:
Belastbaar inkomen:
Inkomen uit werk:      80000                                     
Inkomen uit woning: 280000 x 0,35% = 980
Hypotheekrenteaftrek: 12000
Belastbaar inkomen:=    68980                               

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Box 2: winst uit aanmerkelijk belang
- aanmerkelijk (= nogal groot) belang is wanneer iemand min. 5% van de aandelen bezit of in optie heeft

Belast worden bijvoorbeeld
- dividend- en winstuitkeringen
- winst uit overdracht (overdrachtsprijs - verkrijgingsprijs)

Sinds 2024 progressief tarief (24,5% en 31% in 2025)
Vanaf EUR 67.804

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld box 2
Meneer Zeeman verkoopt 5% van zijn aandelen in Zeeman waar hij 100% aandeelhouder van is/was.

Die 5% is 5.000 aandelen
- gekocht voor €1 per stuk (€5.000)
- verkoop voor €10 per stuk (€50.000)

dus: 50.000-5.000 = 45.000 x 24.5% = 11.025
Over: 45.000 - 11.025 = 33.975

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Marijke heeft 20% van de aandelen van DAF. Ze besluit 10% te verkopen (20.000 aandelen) . Koopprijs (15 jaar geleden) 4 euro per stuk. Verkoopprijs: 10 euro per stuk. Hoeveel belasting betaalt Marijke?

Slide 30 - Open question

20% = AB
10 - 4 = 6 (verkoopwinst)
6x20.000=120.000 (verkoopwinst)
Schijf 1: 120.000-67803=52197
52197*31%=16180,76
67803x24,5%=16611,98
16180,76+16611,98=32792,74 
Antwoord
10 - 4 = 6 euro winst per aandeel 
6 x 20.000 aandelen = 120.000 euro aan winst

Schijf I: 67.803 x 24,5% = 16.611,98
Schijf 2: 120.000 - 67.803 = 52.197
52.197 x 31% = 16.180,67
Totaal: 16.611,98 + 16.180,67 = €32.792,74
 

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Louise heeft 10% van de aandelen van Aldi. Ze besluit 5% te verkopen, zijnde 10.000 aandelen. Ze kocht de aandelen voor 2 euro per stuk. Inmiddels zijn ze 8 euro waard. Hoeveel belasting betaalt Louise?

Slide 32 - Open question

8-2=6
6x10000=60000
60000x24,5%=14700 
antwoord
(verkoop -/- aankoop) x  belastingtarief 24,5% (schijf I)

Verkoop min aankoop= 8 - 2 = 6
10.000 aandelen x 6 = 60.000 winst
60.000 x 24,5% = 14.700

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Mark heeft 6% aandelen ASML. Hij krijgt een winstuitkering (= dividend) van €30.000. Hoeveel belasting betaalt hij?

Slide 34 - Open question

This item has no instructions

Antwoord
Hij heeft een AB dus we zitten in box 2

winstuitkering op zijn aandelen á 30.000 euro 
x 24,5% =
7.350 euro

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Box 3: inkomen uit sparen en beleggen
  • Vermogen is het (positieve) saldo van bezittingen en schulden (=heffingsgrondslag)
  • Vermogen op 1 januari van het heffingsjaar is bepalend
  • Niet het vermogen zelf wordt belast, maar de inkomsten hieruit ofwel vermogens-rendements-heffing!
  • Vrijgelaten gedeelte vermogen is € 57.684 per persoon (fiscale partners het dubbele)
  • Vast dus proportioneel tarief van 36% over het rendement en dus niet over het vermogen zelf!

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

zoals het tot voor kort was:

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Als gevolg van uitspraak Hoge Raad
Inkomen uit vermogen in box 3 rechtvaardiger belasten
  • Vanaf 2026 komt er een nieuw stelsel voor box 3 waarin het werkelijke rendement op vermogen wordt belast. Voor de tussenliggende jaren werkt het kabinet met overbruggingswetgeving. De tijdelijke wetgeving gaat uit van de werkelijke verdeling van spaargeld, beleggingen en schulden. Daarbij gebruikt de Belastingdienst rendementspercentages die dichtbij de echte percentages voor sparen, beleggen of lenen liggen. 
Beter kijken wat iedereen persoonlijk heeft aan spaargeld of beleggingen
  • Het kabinet kijkt tijdens de overbruggingsperiode naar de echte verdeling van spaargeld en beleggingen. Daarbij gebruikt het rendementspercentages die gebaseerd zijn op de actuele percentages voor sparen of beleggen. De actuele spaarrente is bijvoorbeeld veel lager dan het rendement op beleggingen. Deze percentages worden per jaar voor iedereen bepaald.
Tot en met 2020 ging de belasting in box 3 uit van een vaste vermogensmix. Met vaste delen voor sparen en beleggen afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Dit was voor iedereen hetzelfde, ook wanneer iemand alleen spaargeld had. Door dit systeem betaalden mensen met spaargeld (met laag rendement) te veel belasting. Beleggers (met hoog rendement) betaalden juist te weinig



Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Fictief rendement (dichtbij werkelijke rendement)

Banktegoeden: spaargeld 
(1,44% x 36% = 0,52%)

Beleggingen: o.a. aandelen, tweede woning én crypto 
(5,88% x 36% = 2,12%)

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Is het belastingtarief in box 3 nu proportioneel of progressief?
A
proportioneel
B
progressief

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

Bereken je het belastingtarief over je vermogen of over het rendement op je vermogen?

Slide 41 - Open question

This item has no instructions

Hoeveel belasting betaal je bij 500.000 euro op spaarrekening (waarvan de vrijstelling al af is)?

Slide 42 - Open question

500000x1,44%=7200
Dit is het belastbaar rendement (7.200)
7200*36%=2592
uitkomst
Wat betaal je aan belasting bij spaargelden (na aftrek vrijstelling) van €500.000?
Banktegoeden (rendement): 500.000 x 1,44% = 7.200 
Fictief rendement = €7.200
Belasting in box 3 = 36%

Box 3-belasting: 7.200 x 36% = €2.592

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel belasting betaal je bij 500.000 euro in cryptovaluta (waarvan de vrijstelling al af is)?

Slide 44 - Open question

500.000x5,88%=29.400
29400x36%=10584
10584/500000=0,0212
0,0212x100=2,12
2,12%
5,88%x36%=2,1168% 
uitkomst
Wat betaal je aan belasting bij beleggingen (na aftrek vrijstelling) van €500.000?
Beleggingen (rendement): 500.000 x 5,88% = 29.400 
Fictief rendement = €29.400
Belasting in box 3 = 36%

Box 3-belasting: 29.400 x 36% = €10.584

Slide 45 - Slide

This item has no instructions