5.4 bewegen 2k remmen en botsen les 7

Bewegen 
hoofdstuk 6.4 tweede helft - kl
Remmen en botsen
1 / 31
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Bewegen 
hoofdstuk 6.4 tweede helft - kl
Remmen en botsen

Slide 1 - Slide

Vandaag
k2c huiswerk controle gisteren
zijn er vragen over testjezelf 5.2 en 5.3
uitleg 5.4 tweede deel
controle quiz
Huiswerk


Slide 2 - Slide

Sanam

Huiswerk controle 6.4
Proef 4 zelf uitvoeren
maken testjezelf 6.3
rode kruisen van andere opdrachten opnieuw maken. 

Slide 3 - Slide

Leerdoelen Paragraaf 6.4
  • Je kunt uitleggen wat de remweg van een auto is.
  • Je kunt drie factoren noemen die de lengte van de remweg bepalen. 
  • Je kunt aan de hand van een grafiek uitleggen wat het verband is tussen de beginsnelheid en de remweg. 
  • Je kunt uitleggen wat het verband is tussen de massa en de remweg. 
  • Je kunt uitleggen wat bedoeld wordt met de reactietijd en de reactie-afstand. 
  • Je kunt de stopafstand berekenen die een auto nodig heeft om te stoppen.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

De massa en de remweg
Behalve de (begin)snelheid heeft ook de massa invloed op de remweg. Hoe zwaarder een auto of een fiets beladen is, hoe langer de remweg wordt. Dat merk je bijvoorbeeld als je iemand meeneemt achter op je fiets. Ook al rem je even hard als anders, met iemand achterop duurt het langer voor je stilstaat.

Slide 6 - Slide

De reactietijd en de reactieafstand
Als voor een auto plotseling een kind de weg oprent, zal de bestuurder afremmen. Maar de bestuurder kan niet meteen reageren, als hij het kind ziet: het duurt altijd even voor het rempedaal is ingetrapt. De tijd tussen zien en reageren wordt de reactietijd genoemd.

Slide 7 - Slide

Reactie afstand
Afhankelijk van de bestuurder.
Reactie tijd: 0,7-1,0
• niet opletten
• Vermoeidheid
• Alcohol
• Drugs
• Medicijnen

Slide 8 - Slide

Reactieafstand berekenen

Voorbeeld som:

Wat is de reactieafstand als een fietser in eens moet remmen. Ze fietst 9 m/s. En ze reageert na 1,2 seconde. 

Slide 9 - Slide

Reactieafstand berekenen
gegevens
                        snelheid = 9 m/s
                        tijd = 1,2 seconde
gevraagd
                        de reactie afstand
 som              reactieafstand = snelheid x reactietijd
                         reactieafstand = 9 x 1,2 = 10,8 meter 

Slide 10 - Slide

Stopafstand

reactieafstand + remweg = stopafstand

"De totale afgelegde afstand vanaf het moment van dat iets gebeurt tot het moment van stilstand."

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Slide 15 - Slide

Reactieafstand = snelheid (m/s) x  reactietijd (sec.)
Stopafstand = reactieafstand + remweg

De weg was gladder dan verwacht, en stond er ineens file. De snelheid van de auto was 100km/h bij een remweg van 50 m
De bestuurder zag de file en drukte na 1,2 sec. op de rem.
Bereken de stopafstand
reactietijd (sec.) = 1,2 seconden
snelheid (m/s) = 100 km/h : 3,6 =27,8 m/s
reactieafstand = snelheid x tijd
reactieafstand = 1,2 sec. x 27,8 m/s = 33,4 m

remweg = 50 m

Stopafstand= reactieafstand + remweg = 33,4 m + 50 m = 83,4 m

Slide 16 - Slide

De formules
De reactieafstand kun je uitrekenen door: 
(snelheid = afstand : tijd)
reactieafstand = reactietijd x snelheid

De stopafstand kun je uitrekenenc door
Stopafstand =  reactieafstand + remweg

Slide 17 - Slide

Wat is de juiste eenheid van snelheid?
A
km/s
B
m/u
C
m/s
D
km/u

Slide 18 - Quiz

Kruis de juiste omschrijving van de remweg aan.
A
de afstand die een auto aflegt in een vertraagde beweging
B
de afstand die een auto aflegt tijdens het reageren
C
de totale afstand die een auto nodig heeft om tot stilstand te komen

Slide 19 - Quiz

Dat een auto niet op tijd tot stilstand kan komen, kan verschillende oorzaken hebben.
Welke situatie heeft GEEN invloed op de remweg?

A
De auto heeft een zware lading aan boord
B
De autobanden heeft bijna geen profiel meer
C
De bestuurder kijkt op een kaart om de route te vinden
D
Het wegdek is glad door sneeuw

Slide 20 - Quiz

Een fietser fietst op een fietspad en ziet een bal de weg op rollen. Terwijl hij grijpt naar zijn rem legt hij 2 meter af en daarna komt hij na het remmen op een totale afstand van 9 meter tot stilstand. Wat was zijn remweg?
A
4,5 meter
B
7 meter
C
9 meter
D
11 meter

Slide 21 - Quiz

Dat een auto niet op tijd tot stilstand kan komen, kan verschillende oorzaken hebben.
Welke omstandigheden beïnvloeden de remweg?
A
De auto trekt een zwaar beladen aanhangwagen
B
De auto rijdt sneller dan de maximumsnelheid
C
De autobanden hebben bijna geen profiel meer
D
De bestuurder voert een telefoongesprek

Slide 22 - Quiz

Als het regent, heeft een auto bij een snelheid van 100 km/h een remweg van 100 m.
Hoe groot is de remweg onder dezelfde omstandigheden bij 120 km/h?
A
84 m
B
98 m
C
100 m
D
144 m

Slide 23 - Quiz

Onder normale omstandigheden heeft een auto bij een snelheid van 100 km/h een remweg van 50 m.
Welke bewering over de remweg onder dezelfde omstandigheden bij 80 km/h is juist?
A
De remweg is even lang
B
De remweg is korter
C
De remweg is langer

Slide 24 - Quiz

Shanna rijdt met haar vriend achter op de scooter naar de stad. De remweg van haar scooter is onder deze omstandigheden langer dan als ze alleen op de scooter zit. Waardoor komt dat?

Slide 25 - Open question

Een vrachtwagen rijdt met een lege container naar een fabriek. Daar wordt de container volgeladen met laptops, waarmee de vrachtwagen terugrijdt naar zijn opdrachtgever.
Hoeveel afstand kan de chauffeur op de terugreis houden tot het verkeer voor zich op de snelweg, als hij bij een noodstop toch op tijd stil wil staan?
A
evenveel als op de heenreis
B
meer dan op de heenreis
C
minder dan op de heenreis

Slide 26 - Quiz

Een automobiliste rijdt met 80 km/h over een doorgaande weg. Ze ziet dat een vrachtauto voor haar een deel van zijn lading verliest. Ze reageert snel, maar toch duurt het even tot ze de rem intrapt. Enkele seconden later komt haar auto nog net op tijd tot stilstand.
Hoe noem je de afstand die haar auto aflegt tussen het moment dat ze de lading ziet schuiven en het moment dat ze de rem intrapt?
A
de reactieafstand
B
de remweg
C
de stopafstand

Slide 27 - Quiz

Een automobilist rijdt door een straat waar kinderen spelen. Plots rent een kind de straat op. De autombilist moet remmen. De remweg van zijn auto is 11,6 m. De reactieafstand is 9,5 m. Bereken de stopafstand van de auto.
De stopafstand van de auto is ………………... m.

Slide 28 - Open question

Een automobiliste rijdt met een snelheid van 22 m/s over een doorgaande weg. Ze moet plots remmen. De reactietijd van de automobiliste is 0,8 s. De remweg van de auto bij deze snelheid is 40,0 m.
Bereken de stopafstand.
A
17,6 m
B
22,4 m
C
40,0 m
D
57,6

Slide 29 - Quiz

Een vrachtauto rijdt met een snelheid van 25 m/s over een doorgaande weg. De chauffeur moet plots remmen. De reactietijd van de chauffeur is 1,1 s. De remweg van de vrachtauto bij deze snelheid is 150 m.
Bereken de stopafstand.
A
27,5 m
B
122,5 m
C
150,0 m
D
177,5 m

Slide 30 - Quiz

Huiswerk
maken werkboek 5.4
leren flitskaarten 5.1 t/m 5.4
Rode kruizen online opnieuw maken

Sanam: maken online testjezelf 6.3
leren flitskaarten 6.1 t/m 6.3

Slide 31 - Slide