Borst en borstkanker
Borst en borstkanker
This item has no instructions
Lesdoel
Ik kan de bouw van de borst beschrijven en uitleggen wat borstkanker is.
Ik weet hoe je borsten zelf kunt onderzoeken.
Ik ken de symptomen van borstkanker.
This item has no instructions
Welke woorden of ideeën passen voor jou bij borst en borstkanker?
Gebruik dit als voorkennisactivatie. Laat studenten losse woorden noemen, zoals anatomie, klierweefsel, knobbel, onderzoek, lymfe, hormonen of spanning.
De borst: bouw en functie
De borst bestaat uit klierweefsel, vetweefsel en bindweefsel.
In de borst liggen melkgangen die naar de tepel lopen.
De borst ligt op de grote borstspier.
De vorm en grootte verschillen per persoon.
Benadruk dat de borst geen spier is, maar vóór de borstspier ligt. Dat is een veelvoorkomende misvatting.
Belangrijke onderdelen
Melkklieren maken melk aan.
Melkgangen vervoeren melk naar de tepel.
Tepel en tepelhof liggen centraal aan de buitenkant.
Vetweefsel geeft volume en bescherming.
Bindweefsel geeft stevigheid aan de borst.
This item has no instructions
Lymfevaten en lymfeklieren
Rond de borst liggen lymfevaten.
Veel lymfe uit de borst stroomt naar lymfeklieren in de oksel.
Deze klieren helpen bij afweer tegen ziekteverwekkers.
Ze zijn ook belangrijk bij de verspreiding van borstkanker.
Noem alleen de basisfunctie en het belang voor borstkanker. Houd het anatomisch en functioneel, passend bij niveau 3-4.
Wat beïnvloedt de borst?
De borst verandert onder invloed van hormonen. Tijdens de puberteit, menstruatie, zwangerschap en overgang kan het borstweefsel anders aanvoelen. Daardoor kunnen spanning, zwelling of gevoeligheid ontstaan zonder dat dit direct op ziekte wijst.
Maak hier het onderscheid tussen normale fysiologische veranderingen en afwijkingen die verder onderzocht moeten worden.
Waar ligt de borst anatomisch gezien?
Op de grote borstspier
In de grote borstspier
Onder de ribben
In de okselholte
Toetst de veelvoorkomende misvatting uit slide 2: de borst is geen spier, maar ligt vóór/op de grote borstspier.
Vul de juiste woorden in
De borst bestaat uit klierweefsel, vetweefsel en bindweefsel. Veel lymfe uit de borst stroomt naar lymfeklieren in de oksel. Hormonen kunnen de borst tijdelijk gevoelig maken.
Alle kernwoorden komen letterlijk uit de anatomie- en fysiologieslides 2 t/m 5.
Noem één situatie waarin hormonen de borst kunnen veranderen.
Bespreek dat normale veranderingen vaak samenhangen met hormonen, bijvoorbeeld bij puberteit, menstruatie, zwangerschap of overgang. Antwoorden hoeven niet exact gelijk te zijn.
Wat is borstkanker?
Borstkanker is een ziekte waarbij cellen in de borst ongecontroleerd gaan delen. Daardoor kan een kwaadaardige tumor ontstaan. Meestal begint dit in de melkgangen of in de melkklieren.
Leg het verschil uit tussen normale celdeling en ontspoorde celdeling. Gebruik eenvoudige taal: groei die niet meer goed wordt geremd.
Goedaardig of kwaadaardig
Een goedaardige afwijking groeit plaatselijk en zaait niet uit.
Een kwaadaardige tumor kan omliggend weefsel binnendringen.
Kankercellen kunnen losraken en zich verspreiden.
Daarom is borstkanker meer dan alleen een knobbeltje.
This item has no instructions
Ontstaan en verspreiding
Normale borstcel → schade in erfelijk materiaal → ontregelde celdeling → tumorvorming
Tumorcellen kunnen via lymfevaten of bloed worden verplaatst naar andere plekken in het lichaam.
Gebruik deze slide als causale samenvatting. Verbind terug naar de eerdere slide over lymfeklieren in de oksel.
Signalen die kunnen opvallen
een knobbeltje in de borst
verandering van vorm of grootte
huid die intrekt of er anders uitziet
vocht of bloed uit de tepel
een voelbare klier in de oksel
Zeg erbij dat zulke signalen niet altijd borstkanker betekenen, maar wel aanleiding kunnen zijn voor onderzoek.
Onderzoek en vroege ontdekking
Bij onderzoek kunnen artsen gebruikmaken van lichamelijk onderzoek, beeldvorming zoals een mammografie en soms weefselonderzoek. Vroege ontdekking is belangrijk, omdat behandeling dan vaak sneller kan starten.
Houd het algemeen; noem geen uitgebreid behandeloverzicht, omdat dat buiten de gekozen subtopics valt.
This item has no instructions
Waar begint borstkanker meestal?
In de huid
In de melkgangen
In de borstspier
In het bot
Melkklieren worden ook genoemd op slide 6, maar 'meestal' verwijst hier naar de melkgangen als meest gebruikelijke beginplaats.
Maak de uitleg compleet
Borstkanker ontstaat wanneer cellen in de borst ongecontroleerd gaan delen. Daardoor kan een kwaadaardige tumor ontstaan. Tumorcellen kunnen zich via lymfevaten of bloed verspreiden naar een andere plek in het lichaam.
Controleert de causale lijn uit slides 6 t/m 8 en de verspreiding via lymfe of bloed.
Waarom is een voelbare klier in de oksel belangrijk?
Bespreek dat signalen zoals een knobbel, huidintrekking, vocht of bloed uit de tepel, vormverandering of een voelbare klier in de oksel aanleiding zijn voor onderzoek, maar niet altijd kanker betekenen.
Wat is één ding dat je vandaag hebt geleerd?
Reflectievraag zonder goed of fout. Mogelijke antwoorden: bouw van de borst, rol van lymfevaten, verschil tussen goedaardig en kwaadaardig, signalen, onderzoek.
Welk onderdeel hielp jou het best om dit te begrijpen?
Reflectievraag zonder goed of fout. Laat studenten benoemen welke uitleg of slide hielp, bijvoorbeeld afbeelding, stappenplan of voorbeelden.
Welk deel vond je nog lastig of onduidelijk?
Reflectievraag zonder goed of fout. Gebruik antwoorden om te bepalen wat je kort herhaalt voor de begrippenlijst.
Begrippenlijst
borst - deel van het lichaam met klierweefsel, vetweefsel en bindweefsel
klierweefsel - weefsel dat melk kan produceren
melkgangen - buisjes die melk naar de tepel vervoeren
bindweefsel - weefsel dat steun en stevigheid geeft
lymfevaten - vaten die lymfe vervoeren
lymfeklieren - kleine structuren die helpen bij de afweer
tumor - zwelling of gezwel door toename van cellen
This item has no instructions
Begrippenlijst
borstkanker - kwaadaardige ziekte waarbij cellen in de borst ongecontroleerd delen
kwaadaardig - in staat om weefsel binnen te dringen en zich te verspreiden
goedaardig - afwijking die plaatselijk blijft en niet uitzaait
uitzaaiing - verspreiding van kankercellen naar andere plekken in het lichaam
mammografie - röntgenonderzoek van de borst
weefselonderzoek - onderzoek van afgenomen cellen of weefsel onder de microscoop
This item has no instructions
This item has no instructions