workshop bipolaire stoornis/ manisch depressief

workshop bipolaire stoornis/ manisch depressief
1 / 30
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 4

This lesson contains 30 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

workshop bipolaire stoornis/ manisch depressief

Slide 1 - Slide

De officiële term is bipolaire stoornis; manisch-depressief is de oudere, maar nog veel gebruikte benaming. Bij een bipolaire stoornis wisselen perioden van (hypo)manie en depressie elkaar af, vaak met stabiele perioden ertussen.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Video

This item has no instructions

Lesdoelen


  • uitleggen wat een bipolaire stoornis is;
  • kenmerken van een manie, hypomanie en depressie herkennen;
  • verschillen benoemen tussen manisch gedrag en depressief gedrag;
  • signalen van ontregeling herkennen;
  • uitleggen wat de rol van de begeleider is;
  • passende en niet-passende reacties in een begeleidingssituatie onderscheiden;
  • uitleggen waarom slaap, structuur, medicatie en vroegsignalering belangrijk kunnen zijn.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

hoe wordt dit ''vastgesteld''?

Slide 5 - Slide

Zie vragenlijst als voorbeeld 
Wat is de DSM 5?
De DSM 5 staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Het is het diagnostisch en statistisch handboek van psychiatrische aandoeningen. Het wordt door psychologen en psychiaters gebruikt als classificatiesysteem. Maar de DSM wordt ook gebruikt door zorgverzekeraars. Ze gebruiken dit om te bepalen of een behandeling wel of niet vergoed kan worden.
stemmingen

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Invloed op stemming
Aanleg
Grondstemming
Toekomstverwachting
lichamelijke conditie
Stemming
Recente gebeurtenis
Uur van de dag
voorgeschiedenis
Actuele omstandigheden

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

Manie = je voelt je als of je de hele wereld aankunt. Bij manie ook psychotische componenten
Hypomaan = lichtere vorm van overdreven opgewektheid wat samen gaat met het hebben van veel energie (hypomanie)
Depressie = ernstig verlies van interesse in alles en iedereen om je heen

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Video

https://youtu.be/p-99L_dInZQ

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Psychische factoren
Een stemmingsstoornis heeft te maken met bepaalde karaktereigenschappen en/of denkpatronen. Voorbeelden zijn perfectionisme, een laag zelfbeeld of het onvermogen om moeilijkheden zelfstandig op te lossen. Dit kan depressieve gevoelens of andere stemmingsstoornissen in de hand werken.

Slide 18 - Slide

Psychische factoren
Een stemmingsstoornis heeft te maken met bepaalde karaktereigenschappen en/of denkpatronen. Voorbeelden zijn perfectionisme, een laag zelfbeeld of het onvermogen om moeilijkheden zelfstandig op te lossen. Dit kan depressieve gevoelens of andere stemmingsstoornissen in de hand werken.
Sociale factoren
Stressvolle omstandigheden kunnen bijdragen aan het ontstaan van een stemmingsstoornis. Bijvoorbeeld ernstige relatieproblemen, het overlijden van een dierbare of grote spanningen op het werk. Ook een ingrijpende positieve gebeurtenis kan het proces in gang zetten, zoals de geboorte van een kind gevolgd door een postpartum depressie.

Slide 19 - Slide

Sociale factoren
Ook stressvolle omstandigheden kunnen bijdragen aan het ontstaan van een stemmingsstoornis. Denk bijvoorbeeld aan ernstige relatieproblemen, het overlijden van een dierbare of grote spanningen op het werk. Ook een ingrijpende positieve gebeurtenis kan het proces in gang zetten, zoals de geboorte van een kind gevolgd door een postpartum depressie.
Psychische factoren
Een stemmingsstoornis heeft te maken met bepaalde karaktereigenschappen en/of denkpatronen. Voorbeelden zijn perfectionisme, een laag zelfbeeld of het onvermogen om moeilijkheden zelfstandig op te lossen. Dit kan depressieve gevoelens of andere stemmingsstoornissen in de hand werken.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Casus – "Maar hij is toch gewoon lekker bezig?" ± 15 minuten
Casus Sven
Sven woont begeleid zelfstandig. Normaal gesproken is hij rustig en gaat hij rond 23.00 uur naar bed. De afgelopen week slaapt hij nog maar drie à vier uur per nacht.Hij vertelt zijn begeleider enthousiast dat hij een eigen bedrijf gaat beginnen. Hij heeft voor €2.500 apparatuur besteld, terwijl hij schulden heeft. Sven praat erg snel en springt voortdurend van onderwerp naar onderwerp.Wanneer zijn begeleider zegt dat hij zich zorgen maakt, reageert Sven:

"Jullie snappen het gewoon niet. Ik heb eindelijk door hoe alles werkt. Over drie maanden ben ik miljonair."

Gisteren kreeg hij ruzie met zijn buurman omdat hij om 02.00 uur muziek draaide.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

beantwoorden:

Welke veranderingen vallen op?
Welke mogelijke manische signalen zie je?
Wat is hier het grootste risico?
Wat moet de begeleider wel doen?
Wat moet de begeleider juist niet doen?
Welke informatie zou je nog willen weten?
Wat rapporteer je?
Wanneer moet je anderen inschakelen?
🟢 GROEN – stabiel
🟠 ORANJE – eerste signalen
🔴 ROOD – ernstige ontregeling

Slide 30 - Slide

This item has no instructions